Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 december 2005, nr. MC/MO-2641215, houdende vaststelling van een beleidsregel ex. artikel 13 van de Wet tarieven gezondheidszorg inzake de vaststelling van de contracteerruimte 2006 voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

Beleidsregel ex. artikel 13 Wet tarieven gezondheidszorg inzake vaststelling contracteerruimte 2006 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Na schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (brieven van 17 oktober 2005, kenmerk MC/MO-2621194 en MC/MO-2621191);

Besluit:

Artikel

2

Deze beleidsregel verstaat onder:

  • a.

    het College: het College Tarieven Gezondheidszorg;

  • b.

    totale contracteerruimte: het totale bedrag – exclusief de in artikel 6 geoormerkte gelden – dat maximaal beschikbaar is voor het maken van de voor toetsing relevante productieafspraken tussen zorgkantoren en zorgaanbieders;

  • c.

    contracteerruimte per zorgkantoorregio: het aan een zorgkantoorregio toegerekende aandeel in de totale contracteerruimte.

Artikel

3

Het College berekent de totale contracteerruimte, als bedoeld in artikel 2, onder b, voor het jaar 2006 als volgt:

  • a.

    Startpunt is de som van de totale gehonoreerde productieafspraken 2005 ten laste van de contracteerruimte 2005 en de niet benutte contracteerruimte over het jaar 2005.

  • b.

    Het College schaalt de productieafspraken betrekking hebbend op in de loop van 2005 in gebruik genomen of uitgebreide capaciteit van intramurale AWBZ-voorzieningen op naar jaarbasis.

  • c.

    Het College brengt in mindering de bedragen die in het jaar 2005 incidenteel aan de contracteerruimte 2005 zijn toegevoegd (€ 166,0 mln.), en bedragen die samenhangen met relevante overhevelingen van de AWBZ naar elders.

  • d.

    Het College verhoogt het resultaat van c. met de bedragen die in het jaar 2005 geen onderdeel waren van de ongeoormerkte contracteerruimte maar landelijk, of op het niveau van de zorgkantoorregio waren gemaximeerd. Het gaat om AIV-verpleging (€ 28,5 mln.), het extra geld voor de justitiële jeugdinrichtingen (€ 8,8 mln.), en de methadonbehandeling (€ 10,8 mln.). Tevens voegt het College middelen toe voor de kosten van methadon waarvoor in het jaar 2005 nog subsidie beschikbaar is (€ 2,6 mln.).

  • e.

    Het College indexeert de uitkomst van d. naar het definitieve prijspeil 2005.

  • f.

    Het bedrag voortvloeiend uit e. wordt vermeerderd met een bedrag van € 413,0 mln. dat voor het jaar 2006 beschikbaar is voor kwaliteit en extra productie.

  • g.

    Van het bedrag voortvloeiend uit f. brengt het College in mindering de geraamde exploitatiegevolgen van nieuw in gebruik genomen voorzieningen waarvoor contracteerplicht bestaat (€ 150,0 mln.).

  • h.

    Van het bedrag voortvloeiend uit g. brengt het College in mindering het geld dat uit de groeiruimte is gereserveerd voor de bestemmingen genoemd in Artikel 6, onder 1 en 2 (€ 117,0 mln.), de kosten van zorginfrastructuur (€ 30 mln.), de kosten behorend bij de beleidsregel dwang en drang (€ 5 mln.), en de extra middelen voor kleinschalig wonen (€ 14 mln.).

  • i.

    Het College indexeert de uitkomst na toepassing van h. naar het prijspeil 2006.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het College voegt aan de contracteerruimte een bedrag toe op basis van de 1% marge-regeling. Dit bedrag volgt uit door het ministerie van VWS nader te verstrekken gegevens.

Artikel

7

Naast de contracteerruimte zijn geoormerkte gelden beschikbaar voor:

  • a.

    toeslagen voor zware zorg in verpleeghuizen (landelijk kader van maximaal € 95,0 mln.);

  • b.

    het bekostigen van zorgbehoefte van cliënten met een extreme zorgzwaarte in de gehandicaptenzorg (landelijk kader van maximaal € 37,0 mln.);

  • c.

    de kosten van advies, instructie en voorlichting (AIV)-preventie en kosten van voedingsvoorlichting (kader per zorgkantoorregio met een landelijk maximum van € 16,0 mln.).

Artikel

8

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C.I.J.M.Ross-van Dorp