Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 december 2005, nr. TRCJZ/2005/3622, houdende Landbouwkwaliteitsregeling kaas 2006
Landbouwkwaliteitsregeling kaas 2006
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Het rijksmerk voor boerenkaas wordt overeenkomstig de in de bijlage weergegeven afbeelding, met dezelfde vorm en afmetingen als is vermeld, in een met de achtergrond contrasterende kleur inkt gedrukt op ongekleurde, geperforeerde plaatjes caseïne die tijdens de bereiding op de boerenkaas worden aangebracht.
3
In afwijking van het tweede lid kan, indien de kwaliteit van boerenkaas nadelig wordt beïnvloed door het aanbrengen van het rijksmerk of een gewicht heeft van minder dan 1,5 kg, het rijksmerk voor boerenkaas worden aangebracht op de verpakking.
4
Op het rijksmerk voor boerenkaas wordt het begrip ‘boerenkaas’, al dan niet tezamen met de naam in het productdossier of één van de in bijlage 2 genoemde soortnamen, vermeld alsmede de aanduiding van het vetgehalte in de droge stof van de kaas.
5
Op het rijksmerk voor boerenkaas kunnen in overeenstemming met het reglement, kentekenen worden aangebracht.
Artikel
4
Het door het COKZ met toezicht en keuring belaste personeel is bevoegd een rijksmerk te verwijderen of te doen verwijderen van boerenkaas die niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen of volgens redelijke verwachting na afloop van de minimale rijpingsduur niet zal voldoen aan de bij deze regeling gestelde eisen.
Hoofdstuk
3
Keuring boerenkaas
Artikel
5
1
Boerenkaas die is bestemd om als zodanig te worden verhandeld, is aan een keuring onderworpen tijdens of in aansluiting op de bereiding overeenkomstig het bij reglement bepaalde.
2
De keuring heeft betrekking op de bij deze regeling gestelde eisen.
Artikel
6
Het COKZ stelt, voor de vaststelling of boerenkaas of de grondstoffen daarvan voldoen aan het bij deze regeling bepaalde, bij reglement methoden van monsterneming en onderzoek vast.
Hoofdstuk
4
Bepalingen inzake kwaliteit
Artikel
7
1
Goudse kaas:
a.
is een halfharde tot harde kaas bereid uit koemelk, ivoorkleurig tot geel, en platcilindrisch dan wel rechthoekig van vorm;
b.
is bereid uit gepasteuriseerde grondstoffen met voor Goudse kaas typische cultures van melkzuur- en aromavormende micro-organismen, en gezouten door pekelen;
c.
heeft een vetgehalte van ten minste 30% in de droge stof; en
d.
heeft een vochtgehalte van:
1°.
ten hoogste 52% bij een vetgehalte van 30% tot 40% in de droge stof;
2°.
ten hoogste 48% bij een vetgehalte van 40% tot 48% in de droge stof;
3°.
ten hoogste 45% bij een vetgehalte van 48% tot 60% in de droge stof; of
4°.
ten hoogste 38% bij een vetgehalte van 60% of hoger in de droge stof.
2
Edammer kaas:
a.
is een halfharde tot harde kaas bereid uit koemelk, ivoorkleurig tot geel, en afgeplat bolvormig dan wel rechthoekig van vorm;
b.
is bereid uit gepasteuriseerde grondstoffen met voor Edammer kaas typische cultures van melkzuur- en aromavormende micro-organismen, en gezouten door pekelen;
c.
heeft een vetgehalte van ten minste 30% in de droge stof; en
d.
heeft een vochtgehalte van:
1°.
ten hoogste 53% bij een vetgehalte van 30% tot 40% in de droge stof;
2°.
ten hoogste 49% bij een vetgehalte van 40% tot 45% in de droge stof;
3°.
ten hoogste 45% bij een vetgehalte van 45% tot 50% in de droge stof;
4°.
ten hoogste 43% bij een vetgehalte van 50% tot 60% in de droge stof; of
5°.
ten hoogste 38% bij een vetgehalte van 60% of hoger in de droge stof.
3
Commissiekaas:
a.
is een halfharde tot harde kaas, bereid uit koemelk, oranje tot oranjerood van kleur, en afgeplat bolvormig dan wel rechthoekig van vorm;
b.
is bereid uit gepasteuriseerde grondstoffen met voor Commissiekaas typische cultures van melkzuur- en aromavormende micro-organismen, en gezouten door pekelen;
c.
heeft een vetgehalte van ten minste 30% in de droge stof; en
d.
heeft een vochtgehalte van:
1°.
ten hoogste 53% bij een vetgehalte van 30% tot 40% in de droge stof;
2°.
ten hoogste 49% bij een vetgehalte van 40% tot 45% in de droge stof;
3°.
ten hoogste 45% bij een vetgehalte van 45% tot 50% in de droge stof;
4°.
ten hoogste 43% bij een vetgehalte van 50% tot 60% in de droge stof; of
5°.
ten hoogste 38% bij een vetgehalte van 60% of hoger in de droge stof;
e.
kan ook worden aangeduid als ‘Mimolette’.
Artikel
8
1
Boerenkaas wordt bereid uit één of meer van de volgende grondstoffen:
a.
melk;
b.
room of geheel of gedeeltelijk ontroomde melk, rechtstreeks verkregen uit de onder a bedoelde melk;
c.
water.
2
Grondstoffen voor boerenkaas mogen niet zijn verwarmd tot boven 40 graden Celsius en mogen evenmin een behandeling met een gelijkwaardig effect hebben ondergaan.
3
Grondstoffen voor boerenkaas worden niet langer dan 48 uur na de melkwinning bewaard.
Artikel
9
Room en al dan niet geheel of gedeeltelijk ontroomde melk die geen of slechts een niet-pasteuriserende warmtebehandeling hebben ondergaan en die worden gebezigd of bestemd zijn te worden gebezigd voor de bereiding van boerenkaas, voldoen aan de volgende eisen:
a.
de fosfatase-activiteit heeft een voor de grondstof normale waarde;
b.
de zuurtegraad, in geval van room berekend op het vetvrije product, bedraagt ten hoogste 20 mmol NaOH per liter, tenzij het gehalte aan lactaten ten hoogste 200 mg per 100 mg vetvrije droge stof bedraagt.
Artikel
10
1
Bij de bereiding van boerenkaas mogen hulpstoffen en eet- en drinkwaren overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Warenwet worden toegevoegd.
2
In afwijking van het eerste lid worden, voor zover het cultures van micro-organismen betreft, slechts niet genetisch gemodificeerde cultures van melkzuurvormende, propionzuurvormende en aromavormende micro-organismen toegevoegd.
Boerenkaas is bereid volgens een zodanig proces dat de kaas voldoet aan het bij deze regeling bepaalde.
2
Boerenkaas heeft de volgende eigenschappen:
a.
de vorm, het gewicht, het uiterlijk, de korst, het zuivel, consistentie, kleur en ogenvorming daaronder begrepen, de geur en de smaak zijn goed en voor de boerenkaas specifiek;
b.
het nitriet-gehalte in de kaas bedraagt ten hoogste 2 mg per kg boerenkaas, berekend als nitriet-ion.
Artikel
12
1
Indien boerenkaas is verpakt, bevindt het zich in een verpakking die de kwaliteit van de boerenkaas niet in ongunstige zin beïnvloedt of kan beïnvloeden.
2
Verpakkingsmateriaal voor boerenkaas:
a.
is van goede kwaliteit en voldoende stevigheid;
b.
is goed verzorgd.
Artikel
13
Boerenkaas wordt niet:
a.
opgeslagen of opgeslagen gehouden op zodanige wijze dat het behoud van de kwaliteit niet redelijkerwijs is gewaarborgd;
b.
vervoerd op zodanige wijze dat het behoud van de kwaliteit niet redelijkerwijs is gewaarborgd.
Artikel
14
1
Boerenkaas wordt slechts van een rijksmerk voorzien indien voor de desbetreffende boerenkaas een productdossier is ingediend bij het COKZ.
2
Het productdossier omvat ten minste:
a.
de naam van de boerenkaas;
b.
de gebezigde grondstoffen, hulpstoffen en toevoegingen;
c.
de minimale rijpingsduur;
d.
de minimum- en maximumnormen voor het vetgehalte in de droge stof en het zoutgehalte in de droge stof en de maximumnormen voor het vochtgehalte, waaraan de kaas op een bepaald moment tijdens de minimale rijpingsduur voldoet;
e.
een beschrijving van het zuivel, waaronder ten minste de consistentie, de kleur, de ogenvorming, de geur en de smaak op een bepaald moment tijdens de minimale rijpingsduur;
f.
een beschrijving van het uiterlijk van de boerenkaas, waaronder tenminste de vorm, het gewicht, de kleur, de korst en de coating op een bepaald moment tijdens de minimale rijpingsduur;
g.
een beschrijving van het rijpen en verpakken van de boerenkaas gedurende de minimale rijpingsduur.
3
De boerenkaas voldoet aan de normen zoals opgenomen voor de betreffende boerenkaas in het productdossier.
Artikel
15
1
In afwijking van de artikelen 10, 11, tweede lid, onder a, en 14 geldt voor Goudse boerenkaas, baby-Goudse boerenkaas, Edammer boerenkaas en Commissie boerenkaas dit artikel.
2
De artikelen 8 en 9 zijn voor Goudse boerenkaas, baby-Goudse boerenkaas, Edammer boerenkaas en Commissie boerenkaas van toepassing met dien verstande dat als grondstof voor deze kazen uitsluitend koemelk wordt gebruikt.
3
Bij de bereiding van Goudse boerenkaas, baby-Goudse boerenkaas, Edammer boerenkaas en Commissie boerenkaas mogen worden toegevoegd:
a.
additieven overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Warenwet;
b.
voor de soort typische niet genetisch gemodificeerde cultures van melkzuurvormende en aromavormende micro-organismen;
bevat voor Goudse boerenkaas en baby-Goudse boerenkaas min of meer ronde openingen van 1 tot 15 mm, de leeftijd in aanmerking genomen;
c.
is voldoende stevig en snijdbaar, de leeftijd in aanmerking genomen;
d.
Goudse boerenkaas, de baby-Goudse boerenkaas en Edammer boerenkaas zijn gelijkmatig ivoorkleurig tot geel van kleur en Commissie boerenkaas is gelijkmatig ivoorkleurig tot geel of oranje tot oranjerood van kleur;
e.
de korst is glad, gesloten en gelijkmatig van kleur.
5
Goudse boerenkaas, baby-Goudse boerenkaas, Edammer boerenkaas en Commissie boerenkaas worden tijdens de minimale rijpingsduur vervoerd op zodanige wijze dat het behoud van de kwaliteit redelijkerwijs is gewaarborgd overeenkomstig het bij keuringsreglement bepaalde.
Het COKZ stelt een reglement vast omtrent het toezicht op de naleving door haar aangeslotenen van het bij of krachtens het besluit en deze regeling bepaalde voor Goudse kaas, Edammer kaas en Commissiekaas.
2
Het reglement behoeft de goedkeuring van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006 en vervalt met ingang van 1 augustus 2008, met dien verstande dat de overeenkomstig de Landbouwkwaliteitsregeling kaas geproduceerde rijksmerken voor Goudse kaas, Edammer kaas, Commissiekaas en kazen waarvoor een productdossier is ingediend als bedoeld in artikel 15 van de Landbouwkwaliteitsregeling kaas nog mogen worden gebruikt tot drie maanden na inwerkingtreding van deze regeling in welk geval de in de Landbouwkwaliteitsregeling kaas gestelde regels onverkort van toepassing zijn.
Artikel
20
Deze regeling wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsregeling kaas 2006.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman
Bijlage
1
Rijksmerk boerenkaas
Rijksmerk voor boerenkaas
Hoogte × breedte: 67 × 67 mm
De hierboven weergegeven afbeelding mag tot drievierde worden verkleind.
1 Een platcylindrische vorm is een vorm waarvan de bolle zijkant vloeiend overgaat in de vlakke boven- en onderkant en waarvan de hoogte eenvierde tot eenderde van de middellijn bedraagt. Een broodvorm is een rechthoekig model, waarvan de langste ribbe meer dan tweemaal zo lang is als elk der andere ribben, de ribben en de hoeken enigszins zijn afgerond en één lengtevlak al dan niet bol is. Een blokvorm is een rechthoekig model in de vorm van een blok met vierkante of rechthoekige vlakken, niet zijnde de broodvorm. Onder de bolvorm wordt een afgeplatte bolvorm verstaan.
2 In plaats van de naam ‘Commissie boerenkaas’ mag ook de benaming ‘boeren Mimolette’ worden gebruikt.