De Minister kan aan een aanvrager subsidie verstrekken in de kosten van een project ter bevordering van internationale milieusamenwerking met in het bijzonder als doel:
-
a.
beïnvloeding van de Europese instellingen en het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid bij de verstevigde verankering van de milieupijler in de Lissabon strategie en de Europese Duurzame Ontwikkelingsstrategie, waarbij de nadruk ligt op het bevorderen en benutten van kansen voor eco-efficiënte innovaties;
-
b.
het concreet invulling geven aan duurzame ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling in relatie tot Europees en internationaal milieubeleid;
-
c.
invulling geven aan de rol van de milieupijler voor het concretiseren van duurzame ontwikkeling, in lijn met internationale afspraken in Agenda 21, de WSSD 2002 en de VN Millennium Review Summit 2005; dit in het bijzonder voor de beleidsvelden klimaat en schone energie, luchtkwaliteit, milieugevaarlijke stoffen en genetisch gemodificeerde organismen, bescherming en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
-
d.
het bevorderen van vergroening van het internationaal financieel instrumentarium, het ontwikkelen van innovatieve internationale financieringswijzen, anders dan alleen gericht op de inzet van ODA (Official Development Assistance), alsmede de daadwerkelijke implementatie, respectievelijk benutting hiervan door de Europese instellingen, de internationale financiële instellingen en de private sector;
-
e.
het geven van concrete invulling aan en uitwerking van de werkprogramma’s welke ressorteren onder de samenwerkingsovereenkomsten die door de Minister van VROM op milieubeleidsterrein zijn afgesloten;
-
f.
uitvoering geven aan de afspraken van de 5e Ministeriële Conferentie ‘Environment for Europe’ (Kiev, 21–23 mei 2003), in het bijzonder de Milieustrategie voor de landen van Oost-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië (EECCA Environment Strategy), waarbij de nadruk ligt op capaciteitsopbouw van NGO’s en overheidsinstellingen op het terrein van publieke participatie, vergunningverlening en handhaving, milieu-effectrapportage en strategische milieubeoordeling;
-
g.
verduurzamen van productie- en consumptieketens;
-
h.
voorkomen van situaties, waar milieu-aantasting oorzaak kan worden van
-
i.
grensoverschrijdende conflicten;
-
j.
versterken van de internationale milieu-architectuur en het vergroten van maatschappelijk draagvlak voor internationaal en Europees milieubeleid.