de Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b.
de Stichting CAOP: de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel.
Artikel
2
1
De Minister verstrekt een subsidie aan de Stichting CAOP.
2
De subsidie wordt per boekjaar verstrekt.
3
De subsidie bedraagt vanaf 2011 ten hoogste € 3.950.000,–.
4
Met ingang van 2007 is op de subsidie de indexering voor de ter zake geldende begrotingsartikelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van toepassing. De subsidie is 50% loongevoelig en 50% prijsgevoelig, conform opgave van het Ministerie van Financiën.
De subsidie wordt verstrekt voor kosten die direct samenhangen met de volgende activiteiten:
a.
de secretariële en administratieve ondersteuning van:
–
de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst;
–
de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid en de daaronder ressorterende commissies;
–
de Bedrijfscommissie Overheid;
–
de Commissie Integriteit Rijksoverheid;
b.
de secretariële en administratieve ondersteuning van:
–
de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering;
–
de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren;
–
de Adviescommissie Veiligheidsonderzoeken;
c.
onderzoek en voorlichting op het terrein van de arbeidsverhoudingen bij de overheid waaronder het doen van onderzoek in het kader van de Stichting Albeda Leerstoel en de Stichting Ien Dales Leerstoel;
d.
het verrichten van faciliterende werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van het overheidsbeleid inzake integriteitbevordering in de openbare sector of die dienstig zijn aan overheden die uitvoering geven aan de beleidsthema’s ‘Veilige Publieke Taak’, ‘Topinkomens’ en ‘Diversiteit’.
2
Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden tevens verstaan de infrastructurele kosten voor zover deze volgens de normen die in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, aan de in dat lid genoemde activiteiten kunnen worden toegerekend. De jaarlijkse afschrijvingskosten van bedrijfsmiddelen dienen in overeenstemming te zijn met de werkelijke gebruiksduur, die wordt gesteld op ten minste vijf jaar.
§
3
Aanvraag van de subsidie en subsidieverlening
Artikel
4
1
De aanvraag van de subsidie voor een boekjaar wordt uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het boekjaar ingediend.
2
De aanvraag van de subsidie gaat vergezeld van een activiteitenplan.
3
Het activiteitenplan behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde middelen en de daarbij behorende infrastructurele kosten. De activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, worden nader gespecificeerd en de omvang en het kwaliteitsniveau daarvan worden in het plan beschreven.
4
De aanvraag vermeldt de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 8, eerste lid, op 31 december van het voorgaande boekjaar.
Artikel
5
De Minister geeft een beschikking tot subsidieverlening binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt de Minister de Stichting CAOP daarvan in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
§
4
Voorschotverlening
Artikel
6
1
De Minister verleent op de subsidie een voorschot.
2
Het voorschot wordt binnen zes weken na de beschikking tot subsidieverlening uitbetaald. Het voorschot kan in één keer of in termijnen worden uitbetaald.
3
Het voorschot wordt uitbetaald onder de voorwaarde dat terugbetaling plaatsvindt indien bij de vaststelling van de subsidie het subsidiebedrag lager is dan het verleende voorschot dan wel de subsidie wordt ingetrokken.
Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
3
De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
4
De egalisatiereserve mag uitsluitend worden aangewend voor kosten die direct samenhangen met de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
5
Indien op 31 december 2010 de egalisatiereserve meer dan € 572.100,– bedraagt, kan de Minister bepalen dat het meerdere wordt teruggestort op de bankrekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
6
Op 31 december 2015 bedraagt de egalisatiereserve ten hoogste € 572.100,–. Het bedrag waarmee de egalisatiereserve op 31 december 2015 het bedrag van € 572.100,– overschrijdt, wordt teruggestort op de rekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Stichting CAOP verstrekt aan de Minister alle informatie die nodig is voor de verantwoording van bestede subsidiegelden.
2
Voor de verantwoording van bestede subsidiegelden wordt een controleprotocol gehanteerd, dat als bijlage bij deze regeling is gevoegd.
3
De Minister is bevoegd om gedurende de looptijd van deze regeling het protocol, bedoeld in het tweede lid, te wijzigen.
Artikel
11
1
De Stichting CAOP werkt mee aan onderzoeken welke worden verricht door of in opdracht van de Minister.
2
De Stichting CAOP draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte werkzaamheden.
§
6
Vaststelling van de subsidie
Artikel
12
1
De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar ingediend.
2
De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:
een accountantsverklaring met betrekking tot de documenten bedoeld onder a, en
d.
een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
3
De in het tweede lid genoemde verantwoordingsdocumenten geven in elk geval inzicht in:
a.
de kwantiteit van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, de daarvoor benodigde middelen en de daarbij behorende infrastructurele kosten uitgesplitst per activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarbij de activiteit, bedoeld onder c, nader wordt gespecificeerd;
b.
de kwalitatieve beoordeling van de in artikel 3 genoemde activiteiten door de Stichting Verbond voor Sectorwerkgevers Overheid, de centrales van overheidspersoneel en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
c.
de omvang van de egalisatiereserve op 31 december van het boekjaar.
Artikel
13
1
De Minister stelt de subsidie vast binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Indien de beschikking tot subsidievaststelling niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de Minister de Stichting CAOP daarvan in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
2
De subsidie wordt overeenkomstig de subsidieverlening vastgesteld.
3
De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:
a.
de Stichting CAOP niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
b.
de Stichting CAOP onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of
c.
de subsidieverlening anderszins onjuist was en de Stichting CAOP dit wist of behoorde te weten.
4
Kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vaststelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.
5
De subsidie wordt uitbetaald onder verrekening van het reeds betaalde voorschot.
§
7
Evaluatie-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel
14
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt in 2008 en 2013 een evaluatie op die inzicht biedt in de ontwikkeling en de kwaliteit van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel
15
1
Ter dekking van de overgangskosten die direct samenhangen met de invoering van deze regeling verstrekt de Minister aan de Stichting CAOP een overgangssubsidie.
2
De overgangssubsidie wordt per boekjaar verstrekt.
3
De overgangssubsidie bedraagt:
–
in 2006 maximaal € 749.500,–;
–
in 2007 maximaal € 572.100,–;
–
in 2008 maximaal € 374.700,–;
–
in 2009 maximaal € 187.400,–.
4
Met ingang van 2007 is op de overgangssubsidie de indexering voor de ter zake geldende begrotingsartikelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van toepassing. De subsidie is 50% loongevoelig en 50% prijsgevoelig, conform opgave van het Ministerie van Financiën.
Onverminderd artikel 13 kan de overgangssubsidie lager worden vastgesteld indien de overgangskosten die direct samenhangen met de invoering van deze regeling lager zijn.
Artikel
16
1
Voor het boekjaar 2006 wordt in afwijking van artikel 4, eerste lid, de aanvraag voor subsidie ingediend binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling.
2
Na inwerkingtreding van deze regeling is op het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 december 2005, nr. 2005-0000305234, deze regeling van toepassing.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006 en vervalt met ingang van 1 januari 2015.
Artikel
19
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stichting CAOP.
De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes
Controleprotocol Subsidieregeling Stichting CAOP
1
Algemeen
In artikel 10, tweede lid, van de Subsidieregeling Stichting CAOP is geregeld dat voor de verantwoording van de bestede subsidiegelden een controleprotocol wordt gehanteerd.
Op basis van artikel 12, eerste lid, van de regeling dient de Stichting CAOP zes maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Deze aanvraag gaat ondermeer vergezeld van een financieel verslag over de bestede subsidiegelden, de jaarrekening en accountantsverklaringen bij beide documenten. Tevens maakt een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen onderdeel uit van de aanvraag.
1.1
Reikwijdte accountantscontrole
Dit controleprotocol dient om de reikwijdte en het object van de accountantscontrole van het financiële verslag van de Stichting CAOP nader aan te geven. Er wordt niet beoogd een aanpak van de accountantscontrole voor te schrijven. Veelal zal de accountant zich immers bij zijn controle baseren op een (risico)analyse van de administratieve organisatie en interne controle bij de stichting en op basis daarvan komen tot een optimale afweging van de in te zetten controlemiddelen.
De accountantscontrole strekt zich uit tot de deugdelijkheid van het financiële verslag en de rechtmatigheid van het daarin verantwoorde beheer. Onder de controle op de rechtmatigheid van het verantwoorde beheer wordt verstaan de controle of de verantwoorde bestedingen (lasten) tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de relevante regelgeving. Het doel van deze controle is te komen tot het afgeven van een accountantsverklaring bij het financiële verslag van de Stichting CAOP.
1.2
Regelgeving
De van toepassing zijnde regelgeving betreft de Subsidieregeling Stichting CAOP. Van belang zijn daarbij met name de volgende artikelen:
–
Artikel 3. Hierin wordt aangegeven waaraan de reguliere subsidie mag worden besteed.
Artikel 8. Hierin is de vorming van een egalisatiereserve voorzien ten laste van de reguliere subsidie.
–
Artikel 9. Hierin wordt voor bepaalde rechtshandelingen toestemming van de Minister vereist.
–
Artikel 12. Hierin worden de vereiste verantwoordingsdocumenten genoemd alsook geregeld waar deze documenten in elk geval inzicht in moeten verschaffen.
–
Artikel 15. Hierin zijn de omvang en de voorwaarden verbonden aan de overgangssubsidie opgenomen.
2
Aandachtspunten
De accountant stelt vast dat:
–
de bestedingen ten laste van de reguliere subsidie zoals verantwoord in het financiële verslag voldoen aan de eisen zoals ze opgenomen zijn in artikel 3, eerste en tweede lid, van de Subsidieregeling Stichting CAOP en juist en volledig zijn weergegeven;
–
de opgenomen bestedingen inzake de infrastructurele kosten volgens de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn toegerekend;
–
de jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve het verschil is tussen de jaarlijks vastgestelde reguliere subsidie en de jaarlijkse werkelijke kosten van de activiteiten die met de reguliere subsidie zijn bekostigd, en
–
de bestedingen ten laste van de overgangssubsidie zoals verantwoord in het financiële verslag voldoen aan de eisen zoals ze zijn opgenomen in artikel 15 van de Subsidieregeling Stichting CAOP en juist en volledig zijn weergegeven.
3
De accountantsverklaring en -rapportage
Voor geconstateerde onjuistheden en onzekerheden gaat de accountant na wat hiervan de consequenties zijn voor de af te geven accountantsverklaring.
In de accountantsverklaring bij het financiële verslag dient het punt dat het controleprotocol is nageleefd tot uitdrukking te worden gebracht. Een dergelijke vermelding impliceert mede dat de controle is uitgevoerd met inachtname van de hieronder gestelde eisen.
De accountant heeft bij zijn oordeelsvorming gestreefd naar een ‘hoge mate van zekerheid’. Indien dit begrip ten behoeve van het gebruik van statistische technieken moet worden gekwantificeerd dan is een betrouwbaarheid van 95% gehanteerd.
De accountant heeft geconcludeerd dat de meest waarschijnlijke fout (goedkeuringstolerantie) met betrekking tot de deugdelijkheid van het financiële verslag en de rechtmatigheid van het daarin verantwoorde beheer, niet groter is dan aangegeven in onderstaande tabel.