De ‘Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Sociale voorzieningen over de periode 1940–1996’, vastgesteld bij besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij d.d. 5 augustus 2002 (C/S/2002/2562), gepubliceerd in de Staatscourant d.d. 31 maart 2003, nr. 63 wordt ingetrokken.
Artikel
3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
Den Haag
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de Algemene Rijksarchivaris, M.W. vanBoven
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
namens deze:
de DirecteurInformatiemanagement en Facilitaire Aangelegenheden, D.J.Langendoen
Basisselectiedocument
Sociale Voorzieningen 1940–2004
Aanvulling 1996–2004
maart 2006
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
1. Inleiding
Het PIVOT-rapport Sociale Voorzieningen deel 2. Een herzien institutioneel onderzoek op het beleidsterrein sociale zekerheid ten aanzien van de sociale voorzieningen, (1940–) 1996–2004 vormt de grondslag voor dit basisselectiedocument (BSD). Het rapport institutioneel onderzoek (RIO) beschrijft de handelingen van de rijksoverheid op het beleidsterrein beleidsterrein sociale voorzieningen en geeft een overzicht van de actoren die zich op dit beleidsterrein bewegen. Het rapport is een vervolg op het eerste RIO op het gebied van de sociale voorzieningen, periode 1940–1996.
Het BSD dat bij het eerste RIO behoord, is bij Staatscourant 2001, 39 alleen voor de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de onder hem ressorterende actoren vastgesteld.
Dit is gebeurd bij Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Sociale Zaken en werkgelegenheid d.d. 7 december 2000, kenmerk R&B/OSTA/2000/2087
Het BSD is de verantwoording van het bewaar- en vernietigingsbeleid van archiefbescheiden door de organisatie, alsmede het wettelijk voorgeschreven instrument voor de selectie in de rijks- en provinciale archieven. In het BSD is aan iedere handeling een waardering gegeven voor bewaring of vernietiging van de bescheiden die betrekking hebben op die handeling.
Het BSD bestaat uit:
–
een korte beschrijving van het beleidsterrein en de actoren;
–
een verantwoording van de doelstelling van de selectie en de gehanteerde selectiecriteria;
–
de lijst van gewaardeerde handelingen, voorafgegaan door een toelichting op de lijst;
–
een lijst van afkortingen.
–
de verschillende deelnemers moeten het BSD ieder voor een deel vast te stellen en wel voor die handelingen waarbij zij of (een van) hun rechtsvoorganger(s) als actor genoemd wordt.
Op deze plaats dient nog opgemerkt te worden dat voor archiefbescheiden op het beleidsterrein sociale voorzieningen reeds twee vernietigingslijsten bestonden, te weten de ‘Lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid’ (Stcrt. 1994, 72) en de ‘Vernietigingslijst archiefbescheiden Rijksconsulentschappen voor Sociale Voorzieningen’ (Stcrt. 1983, 56). Deze vernietigingslijsten zijn ingetrokken bij de vaststelling van het eerste BSD ‘Sociale voorzieningen’ op 7 december 2000 (Stcrt. 2001, 139). Aan de hand van deze lijsten zijn in het verleden archiefbescheiden vernietigd.
Op basis van het eerste vastgestelde BSD (Stcrt. 2001, 39) zijn de archiefbestanden van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (1946 tot en met 1994) met betrekking tot het beleidsterrein Sociale Voorzieningen door de Centrale Archief Selectiedienst bewerkt en overgedragen aan het Nationaal Archief.
Handeling 329 van de actor Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen (S.T.U.L.M.) is bij Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (d.d. 5 augustus 2002, kenmerk C/S/2002/2562) vastgesteld. Dit archiefmateriaal is nog niet bewerkt.
2. Actoren
Een actor is een overheidsorgaan, een particuliere instelling of een persoon die een rol speelt op een beleidsterrein. In het kader van het institutioneel onderzoek zijn met name die actoren van belang die overheidsorgaan zijn en handelingen verrichten op het terrein van de sociale voorzieningen. In het BSD zijn alleen handelingen opgenomen van (landelijke) overheidsactoren.
Als eerste dient genoemd te worden de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die verantwoordelijk is voor de totstandkoming van het beleid en de wet- en regelgeving ten aanzien van de sociale voorzieningen. Het betreft zowel de inhoudelijke (voorwaarden en prestaties) als de organisatorische kant (financiering en uitvoering) van het beleid. Ook de internationale afstemming van de sociale voorzieningen behoort tot zijn taken.
Op de uitvoering van de sociale voorzieningen wordt toezicht gehouden door de Inspectie Werk en Inkomen.
Voor een uitgebreidere beschrijving van de actoren wordt verwezen naar hoofdstuk 3 van het RIO.
In dit vernieuwde BSD zijn handelingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie opgenomen voor de periode (voor 1991) dat deze organisatie onder het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid viel. Voor handelingen ná 1991 (verzelfstandiging Arbeidsvoorzieningsorganisatie en CWI) wordt verwezen naar het BSD van het CWI.
3. Selectie
3.1. Doelstelling van de selectie
De selectie richt zich op de archiefbescheiden van overheidsorganen op rijks- en provinciaal niveau, die vallen onder de werking van de artikelen 1, 23, 27 en 41 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276). Het begrip overheidsorgaan wordt in artikel 1 van de Archiefwet 1995 gedefinieerd als:
a.
een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, en
b.
een ander persoon of college met openbaar gezag bekleed.
Het begrip archiefbescheiden betreft alle neerslag van de omschreven handelingen, of het nu papier of een digitaal gegevensbestand betreft, of het zich nu in een archief, bibliotheek, op een afdeling automatisering of bij beleidsambtenaren bevindt.
De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen enerzijds archiefbescheiden die in aanmerking komen voor bewaring en overbrenging naar het Nationaal Archief of een Rijksarchief in de provincie en anderzijds archiefbescheiden die (op termijn) voor vernietiging in aanmerking komen. De beslissing of neerslag van een handeling wel of niet voor bewaring in aanmerking komt, wordt genomen tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst/PIVOT. Deze selectiedoelstelling luidt:
‘De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.’
De handelingen van de verschillende organen (‘actoren’) worden geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie is dus de vraag aan de orde welke gegevensbestanden, behorende bij welke handeling, berustende bij welke actor, bewaard dienen te worden ten einde het handelen van de rijks- en provinciale overheid met betrekking tot de sociale verzekeringen op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.
In dit RIO/BSD wordt deze selectiedoelstelling uitgewerkt binnen het (deel)beleidsterrein sociale verzekeringen.
3.2. Selectiecriteria
Bij de selectie van handelingen is door PIVOT een aantal criteria onderscheiden dat op elk beleidsterrein of onderdeel van een terrein van toepassing is. Daarnaast is het mogelijk dat er specifieke criteria geformuleerd worden voor het desbetreffende beleidsterrein. De criteria, die in deze selectielijst zijn toegepast, worden in het navolgende schema weergegeven. Voor het beleidsterrein sociale verzekeringen is het formuleren van specifieke criteria niet nodig gebleken.
De selectiecriteria zijn positief geformuleerd, dat wil zeggen dat zij aangegeven van welke handelingen de neerslag na het verstrijken van de wettelijke overbrengingstermijn van 20 jaar naar een Rijksarchief dient te worden overgebracht. Handelingen die aan één van de criteria voldoen, zijn met een B (van bewaren) gewaardeerd met vermelding van het desbetreffende criterium. Handelingen die niet aan één van de criteria voldoen zijn met een V gewaardeerd, met vermelding van de minimale termijn, dat de archiefbescheiden door het orgaan, dat met de zorg ervoor belast is, bewaard moeten worden. De documentaire neerslag die uit deze handelingen voortvloeit, is niet noodzakelijk voor de reconstructie van het overheidsbeleid op hoofdlijnen.
De V staat voor vernietigen; de neerslag van de met een V gewaardeerde handelingen kan na de voorgeschreven termijn vernietigd worden.
Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
Handelingen die worden gewaardeerd met B (Bewaren)
1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.
3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
3.3. Vaststellingsprocedure
In juli 2005 is het ontwerp-BSD door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Ministerie van Algemene Zaken, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Financiën, het Ministerie van Justitie, het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 3 oktober 2005 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 28 november 2005 bracht de RvC advies uit (arc-2005.02594/2), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:
–
De waardering van handeling 7 is gewijzigd van B1/V, 5 jaar voor regels niet op beleid gericht tot B1.
–
De waardering van de handelingen 545 en 546 is gewijzigd van B5 tot V, 7 jaar
Daarop werd het BSD op 17 januari 2006 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [C/S&A/06/2639], het Ministerie van Algemene Zaken [C/S&A/05/2640], het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties [C/S&A/05/2641], het Ministerie van Buitenlandse Zaken [C/S&A/05/2642], het Ministerie van Defensie [C/S&A/06/2643], het Ministerie van Economische Zaken [C/S&A/05/2644], het Ministerie van Financiën [C/S&A/05//2645], het Ministerie van Justitie [C/S&A/05/2646], het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit [C/S&A/06/102], het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap [C/S&A/06/97], het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport [C/S&A/06/98], het Ministerie van Verkeer en Waterstaat [C/S&A/06/99] en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen [C/S&A/06/100] vastgesteld.
4. Selectielijst
In deze selectielijst zijn de handelingen uit het rapport ‘Sociale Voorzieningen deel 2, 1940–2004’ geordend per actor, te beginnen bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de voornaamste actor op dit beleidsterrein. Vanwege de ordening per actor zijn handelingen die volgens het rapport door meer dan één actor worden uitgevoerd in dit BSD meerdere keren opgenomen. Het BSD bevat dus meer items dan het rapport.
Hiernaast zijn een aantal overeenkomende handelingen samengevoegd. De handelingen die uit deze samenvoeging zijn ontstaan hebben een nieuw nummer gekregen, volgend op het laatste nummer in het oude RIO (519 en verder). Tevens is bij de handeling d.m.v. het teken « aangegeven uit welke oude handelingnummers de nieuwe handeling is opgebouwd, bijvoorbeeld: ‘(521.) «206+309’. De niet gewijzigde handelingen hebben hun oude nummer behouden. Ook deze zijn aan een verwijzing, bijvoorbeeld: (1.) «1. Achter de « staat dus het nummer(s) uit het vorige RIO/BSD. Een overzicht van welke handelingen zijn samengevoegd is te vinden in de sleutel in hoofdstuk 5.
In dit nieuwe BSD zijn een aantal handelingen uit het vorige RIO komen te vervallen. Deze handelingen zijn voornamelijk vervallen daar de betrokken actoren de beschikking hebben over een eigen RIO en BSD. Dit is ook terug te vinden in de sleutel. Het betreft de volgende handelingen: 2, 21, 22, 31, 32, 110, 239, 251, 268, 342, 394, 419 en 464 t/m 470.
De gegevensblokken van het RIO zijn in het BSD overgenomen, ook de nummering van het RIO is in het BSD gehandhaafd. Het uitgangspunt is geweest dat er een directe relatie moet worden gehandhaafd tussen het RIO en het BSD. In het nieuwe BSD is er voor gekozen om de nieuwe handelingen op dezelfde plaats te handhaven als in het RIO. De nieuwe handelingen zijn dan niet achter de laatste reeds bestaande handeling van een actor geplaatst, maar achter de handeling waar zij in het RIO ook staan. Hierdoor is het mogelijk dat handelingnummers van dezelfde actor niet meer opeenvolgend zijn.
Aan het nummer of de periode is niet te zien of de handeling tegelijkertijd, voorafgaand of opvolgend ook door een andere actor is uitgevoerd. Hiervoor dient men het RIO te raadplegen. De grondslag, de periode, het product en de opmerking zijn in het BSD zo veel mogelijk aangepast aan de actor die het betreft. Dat wil zeggen dat van een handeling waarbij in het RIO verschillende actoren staan vermeld, per actor in het BSD alleen die gegevens zijn overgenomen die op die actor van toepassing zijn.
In de gegevensblokken is het onderdeel ‘actor’ weggelaten; de naam van de actor is steeds terug te vinden in de kop van de pagina. De naam van de actor is dezelfde als die in het RIO.
Bij het product wordt steeds het eindproduct van een handeling genoemd, waarbij als bekend wordt verondersteld dat de neerslag van het gehele proces dat geleid heeft tot dat eindproduct bewaard dient te blijven of voor vernietiging in aanmerking komt. Ook in gevallen waarbij geen eindproduct tot stand is gekomen, wordt de neerslag van de voorbereiding daartoe tot de handeling gerekend en dient deze overeenkomstig deze lijst bewaard of vernietigd te worden.
Door middel van de plaatsing van de letters B en V wordt een waardering gegeven voor het ‘Bewaren’ of ‘Vernietigen’ van de neerslag van die handeling. Bij de handelingen die met een B gewaardeerd zijn, wordt het selectiecriterium uit het schema van § 3.2 genoemd dat tot dat voorstel geleid heeft.
Bij handelingen die met een V gewaardeerd zijn, wordt de termijn gegeven, waarna vernietiging kan plaatsvinden. Deze termijnen zijn ingevuld op grond van informatie uit bestaande vernietigingslijsten (zie § 1) en gesprekken met vertegenwoordigers van het juridische en administratieve belang bij de verschillende zorgdragers.
Met uitzondering van de handelingen die betrekking hebben op de directe uitkeringverlening, is voor handelingen die met een V gewaardeerd zijn, de periode waarvoor deze selectielijst geldt gesteld op 1940–2004. Door middel van haakjes kan worden aangegeven dat een handeling ook in de voorafgaande periode werd uitgevoerd, bijvoorbeeld:
Periode: (1940) 1945–1963
De in de lijst genoemde termijnen worden voor wat de zaaksgewijs geordende archiefbescheiden betreft, geacht in te gaan op de eerste dag na beëindiging van de zaak waartoe de bescheiden behoren. In het geval dat tegen een beslissing beroep wordt aangetekend, wordt de zaak geacht geëindigd te zijn op het moment dat de (hoger) beroepszaak is geëindigd.
4.1. Vaststelling van de selectielijst tot en met 2004
Op 2 december 2004 is het geactualiseerde ontwerp-BSD over de periode 1999–2004 aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het ontwerp-BSD naar de RvC is verstuurd.
Tijdens het driehoeksoverleg was namens het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap ook een deskundige op het beleidsterrein aanwezig. Van andere (historische) organisaties of individuele burgers is geen commentaar ontvangen.
In een vergadering van de Bijzondere Commissie Archieven van de RvC is het ontwerp-BSD behandeld, waarbij ook het verslag van het driehoeksoverleg bij de voorbereiding van het advies is/zijn meegenomen.
Op 28 november 2005 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2005.02594/2) hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot summiere wijziging van de ontwerp-selectielijst.
Daarop werd het BSD …….. door de Algemeen Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld (kenmerk……..). Het BSD werd …… gepubliceerd in Staatscourant … (Stcrt. 2005, ….).
4.2. Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
4.2.1. Algemene handelingen
4.2.1.11. Beleidsontwikkeling
(1.) «1A+112A+242+284+316+339+422A+453+500A+508A
Handeling: Het voorbereiden, (mede-)vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de sociale voorzieningen.
Handeling: Het bij (AMvB) stellen van (nadere) regels omtrent het beleid alsmede het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de sociale voorzieningen.
Opmerking: Een ontwerp van de AMvB met de bijbehorende nota van toelichting kan voorgelegd worden aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Voor een overzicht van onderwerpen voor mogelijke AMvB’s wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het RIO.
Met betrekking tot het stellen van regels, kan het ook betekenen het geven van voorschriften. Voor een overzicht van onderwerpen voor mogelijke ministeriële regelingen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het RIO.
Waardering: B 1
(525.)
Handeling: Het stellen van regels omtrent de uitvoering van wet- en regelgeving.
Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 84
Periode: 1940–
Product: Rapport, evaluatieverslag, o.a.:
– Een verstrekkende wet: evaluatie van de Wet voorzieningen gehandicapten, eerste meting, IPSO FACTO, SGBO (Den Haag, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 1995)
– Evaluatie van de WIK Monitor flankerend beleid WIK
Opmerking: Tot deze handeling wordt ook gerekend het uitbrengen van een verslag aan de Staten-Generaal over de doeltreffendheid, doelmatigheid en effecten van een wet x-aantal jaren na inwerkingtreding van deze wet.
Waardering: B 2
(8.) «8A
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over ontwikkelingen op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Opmerking: Dit houdt ook in het periodiek rapporteren aan internationale organisaties over de uitvoering van aangegane verdragsverplichtingen betreffende de sociale voorzieningen.
Waardering: B 3
4.2.1.14. Onderzoek
(3.) «3A
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over de sociale voorzieningen.
Grondslag: o.a. Besluit in- en doorstroombanen (Stb. 1999, 591) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 13, art. 17
Periode: 1940–
Product: Offerte, brieven, rapporten en nota’s
Opmerking: Dit kan o.a. onderzoek betreffen dat er op gericht is om inlichtingen te verschaffen ten behoeve van beleidsontwikkeling.
Waardering: Toegekend: B 1
Afgewezen: V 7 jaar
(528.)
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Nota’s, notities
Waardering: V 7 jaar
(529.)
Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 7 jaar
(530.)
Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Nota’s, notities
Waardering: V 7 jaar
4.2.1.15. Overleg
(4.) «4A
Handeling: Het voeren van overleg met vakministers en vertegenwoordigers van uitvoeringsorganen over aangelegenheden betreffende de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: verslag, notulen, akkoord
Waardering: B 1
(531.)
Handeling: Het voeren van overleg met een representatieve vertegenwoordiging van de gemeenten om de hoogte van de subsidie aan gemeenten te bepalen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Notulen
Waardering: V 7 jaar
(24.) «24A
Handeling: Het deelnemen aan overleggroepen, -organen of -commissies waarvan het voorzitterschap of secretariaat niet bij het eigen ministerie berust.
Handeling: Het voeren van overleg over de uitoefening van de taken en bevoegdheden van de rijksconsulenten.
Grondslag: –
Periode: 1940–1995
Product: notulen
Opmerking: De vergaderingen van de Rijksconsulenten en het Ministerie werden de Binnen- en Buitendienst Contactvergaderingen genoemd, meestal afgekort tot BBC-vergaderingen.
Waardering: V 5 jaar
4.2.1.16. Internationaal
(533.)
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van standpunten aangaande de sociale voorzieningen in het kader van deelname aan internationaal overleg.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Nota’s, memoranda, rapporten
Waardering: B 1
(534.)
Handeling: Het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen van overleg- en bestuursorganen van internationale organisaties inzake de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Verslagen, notulen, notities, rapporten
Waardering: B 1
(535.)
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van (bilaterale en multilaterale) verdragen en bijbehorende akkoorden met andere mogendheden inzake de sociale voorzieningen.
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van multilaterale verdragen met administratieve akkoorden of verordeningen en regelingen van internationale organisaties inzake de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Verdragen, administratieve akkoorden
Waardering: B 1
(537.)
Handeling: Het (beleidsmatig) beoordelen van mogelijk interventies in zaken die voorkomen bij internationale hoven.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Rapport, nota
Opmerking: Met internationale hoven worden o.a. bedoeld: het Hof van Justitie te Luxemburg, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg en de Commissie Rechten van de Mens van de VN.
Waardering: B 1
(538.)
Handeling: Het deelnemen aan (technische) commissies die nadere uitvoeringsregels stellen of toezien op de goede uitvoering van een verdrag met betrekking tot de sociale voorzieningen.
Handeling: Het implementeren of rapporten over de implementatie van internationale regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau met betrekking tot de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Rapport
Waardering: B 3
4.2.1.17. Advies
(540.)
Handeling: Het adviseren van organisaties over het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Advies
Opmerking: Dit kunnen zowel organisaties van de overheid zijn als van het bedrijfsleven.
Waardering: B 5
4.2.1.18. Informatievoorziening
(9.) «9A
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek (incidenteel) informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal inzake de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Kamervragen, brieven, notities, nota’s
Waardering: B 3
(12.) «12A
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de sociale voorzieningen.
Grondslag: Grondwet 1887 (Stb. 1887, 212) art. 8;
Grondwet 1983 (Stb. 1983, 22) art. 5
Periode: 1940–
Product: brieven aan burgers
Waardering: V 3 jaar
(541.)
Handeling: Het behandelen van verzoeken tot inzage op basis van de WOB.
Opmerking: Dit kunnen o.a. de SER, ILO of CBS zijn.
Waardering: V 5 jaar
(37.) «37A
Handeling: Het geven van voorlichting en adviezen aan en voeren van overleg met instanties die bemoeienis hebben met de sociale voorzieningen over de uitvoering van de sociale voorzieningen.
Grondslag: onder andere: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) [b.w. Stb. 1997, 789], art. 37 tweede lid
Opmerking: Een van de belangrijkste taken van Rijksconsulenten was de beleidsoverdracht aan gemeenten en andere instanties over de uitvoering van de sociale voorzieningen.
Waardering: V 5 jaar
4.2.1.19. Mandatering
(544.)
Handeling: Het overdragen van bevoegdheden aan organisaties uit het bedrijfsleven of aan een onder de minister ressorterende ambtenaar
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Mandaatbesluit
Waardering: B 1
4.2.1.20. Vrijstelling en ontheffing
(545.)
Handeling: Het verlenen van vrijstelling van gestelde regelen.
Handeling: Het informeren van Commissies voor Verzoekschriften en andere tot het onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van beleid betreffende de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: inlichtingen, verslag
Waardering: B 2
(547.)
Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van een besluit betreffende de sociale voorzieningen
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Beschikkingen
Waardering: V 5 jaar na beslissing
(13.) «13A
Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende de sociale voorzieningen.
Handeling: Het voeren van verweer in beroep- of bezwaarschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Verweerschriften
Waardering: V 5 jaar na beslissing
(549.)
Handeling: Het beslissen op een verzoek van een werknemer aan wie de Arbeidsvoorzieningsorganisatie een verklaring weigert af te geven.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) [Stb. 1995, 355; b.w. Stb. 1997, 789], art. 30g eerste lid;
Periode: 1940–1997
Product: Beslissing
Waardering: V 5 jaar na afhandeling verzoek
4.2.1.23. Commissies
(550.) «15A+23A+194
Handeling: Het instellen van (landelijke) commissies op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
– Regeling andere subsidie Wet sociale werkvoorziening (Stcrt. 1999, 28)
Opmerking: Dit kunnen zowel langlopende als ad-hoc commissies zijn.
Waardering: B 4
(551.)
Handeling: Het benoemen van de leden, plaatsvervangende leden, secretaris, adjunct-secretaris, voorzitter of plaatsvervangende voorzitter van een commissie.
Handeling: Het instellen, wijzigen en opheffen van organisatie-eenheden of (privaatrechterlijke) instellingen op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Opmerking: De minister doet van deze aanwijzing mededeling in de Staatscourant. Bij de wijziging van Staatscourant 1999, 248 is Research voor Beleid BV aangewezen. In Staatscourant 2000, 249 is het Nederlands Economisch Instituut te Rotterdam aangewezen. Dit betreft o.a. statistische en persoonsgegevens
Waardering: V 1 jaar na einde aanwijzing
(563.)
Handeling: Het bepalen op welke wijze de bewerker de gegevens dient te bewerken.
Handeling: Het (bij AMvB) regelen van taken, bevoegdheden en ambtsgebieden van bijstandsconsulenten en rijksconsulenten.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 38 tweede lid; Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 81b tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200); Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) art. 36 tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200); Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) art. 36 tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1940–1995
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit 29 december 1964, nr, 76952/Va (Stcrt. 1965/5)
– Besluit bijstandsconsulenten (Stb. 1974, 521)
Opmerking: Met ingang van 1 oktober 1988 zijn de per provincie bestaande Rijksconsulentschappen sociale zekerheid geïntegreerd in vijf nieuwe Rijksconsulentschappen. Met ingang van 1 januari 1996 hebben de rijksconsulenten geen aparte wettelijke taken meer.
Waardering: B 1
(34.) «34A
Handeling: Het geven van instructies en richtlijnen aan Rijksconsulenten en bijstandsconsulenten.
Grondslag: onder andere: Besluit bijstandsconsulenten (Stb. 1974, 521) [b.w. Stb. 1995, 200] art. 6
Periode: 1940–1995
Product: Ministeriële regeling/instructie/richtlijn, onder andere:
– Rapport Financiële controle ABW 1978
– Nota Uitgangspunten en normering toetsings- en maatregelenbeleid (TK II, 1991–1992, 22 300 XV, nr. 92)
Waardering: B 1
(561.)
Handeling: Het bepalen van het aantal rijksconsulenten en het vaststellen van hun ambtsgebied.
Opmerking: De rijksconsulenten ressorteren onder het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Waardering: B 5
(564.) «39A+395+477
Handeling: Het houden van toezicht op de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van wet- en regelgeving op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 35 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 465);
Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 76 derde lid
Periode: 1940–
Product: Aanwijzing
Opmerking: Dit betreft o.a. de uitvoering van wet- en regelgeving door de betrokken organisatie of gemeente.
Waardering: B 5
(40.) «40A
Handeling: Het signaleren van problemen bij gemeenten of uitvoerende instanties bij de toepassing van de wetgeving of de uitvoering van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: opmerkingen, correspondentie
Waardering: V 5 jaar
4.2.1.28. Subsidie
(566.) «27A+28A
Handeling: Het verstrekken of verlenen van subsidie op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Tijdelijke aanvullende stimuleringsregeling regulier maken 10.000 ID-banen (Stcrt. 2003, 78) [Stcrt. 2003, 78], art. 2 en art. 5
Periode: 1940–
Product: Correspondentie, financiële bescheiden
Opmerking: Deze handeling houdt ook in: het wijzigen van de hoogte van de subsidie, het (ambtshalve) vaststellen van de subsidie, het opschorten van de betaling en het verstrekken van voorschotten. Het lager vaststellen van een subsidie wordt ‘maatregel’ genoemd. De subsidie wordt verleend op basis van de projectvoorstellen die bij de aanvraag voor de subsidie zijn ingediend. Tevens kan de subsidie onder voorwaarden worden verleend.
Dit betreft o.a. de volgende vormen van subsidie:
– aan instelling met een adviserende of uitvoerende taak;
– (experimentele) projecten;
– voor de uitvoering van voorzieningen;
– voor bijzondere omstandigheden;
– afwijkende subsidieverstrekking voor 1998 en 1999;
– voor projecten die tot doel hebben om langdurig werklozen te reïntegreren in het arbeidsproces door hen een arbeidsovereenkomst te laten aangaan.
Waardering: B 5: (experimentele) projecten
Overig: V 7 jaar
(567.)
Handeling: Het – per kalenderkwartaal – verlenen van basisbedragen aan de gemeenten.
Grondslag: Wet inschakeling werkzoekenden (Stb. 1997, 760) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 16 eerste lid
Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden (Stb. 1997, 761) [b.w. Stb. 2003, 386], art. 9 tweede lid en 10 tweede lid
Periode: 1997–2003
Product: Financiële bescheiden
Opmerking: Het basisbedrag is van belang bij het bepalen van de hoogte van de subsidie. Het basisbedrag wordt verleend voor iedere aangegane dienstbetrekking of voor een werkervaringsplaats.
Waardering: V 7 jaar
(568.)
Handeling: Het terugvorderen of verrekenen van de verleende subsidie, indien de verleende subsidie lager wordt vastgesteld.
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) [b.w. Stb. 2000, 383], art. 57 t/m 59 [nieuw Stb. 2003, 376], art. 57 tweede lid t/m 59a en 59c eerste lid
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) [b.w. Stb. 2000, 383], art. 38 derde lid, art. 57 vierde lid; [nieuw Stb. 2003, 376], art. 56 t/m 59a en 59c eerste lid
Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250,) [b.w. Stb. 1997, 760], art. 18 eerste en derde lid, 19 vierde lid en 37 tweede lid
Wet voorzieningen gehandicapten (Stb. 1993, 545) [Stb. 1999, 598], art. 10a eerste lid
Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 200) [Stb. 1999, 542; b.w. Stb. 2000, 383], art. 134 eerste en tweede lid, art. 135 eerste en tweede lid, art. 136 en art. 137 Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Stb. 1998, 59) [Stb. 2001, 625], art. 36 t/m 41
Regeling inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten 1996 (Stcrt. 1995, 240) [Stcrt. 1995, 240], art. 3, 4, 5 en 6
Periode: 1940–
Product: Financiële bescheiden
Opmerking: Onder deze handeling valt ook het verlenen van voorschotten en het verlenen van de aanvullende uitkering aan de gemeenten door de minister. Tevens houdt deze handeling ook het vaststellen van de vergoeding en de voorschotten in. De minister kan besluiten (een deel van) de kosten niet te vergoeden als toezichtmaatregel. De uitvoering van de maatregel kan geschieden via invordering of verrekening met de vergoeding van het volgende jaar. Dit geldt voor de WIK voor zowel B&W als voor de adviserende instelling.
Waardering: V 7 jaar
(573.)
Handeling: Het geheel of gedeeltelijk weigeren, terugvorderen of verrekenen van de rijksvergoeding voor de kosten van de bijstandsverlening.
Opmerking: Dit geldt voor de WIK zowel voor B&W als voor de adviserende instelling. Deze handeling houdt ook de mededeling van terugvordering aan B&W in.
Waardering: V 7 jaar
(575.)
Handeling: Het jaarlijks bij wet aanpassen van het totale bedrag voor de uitkeringen.
Grondslag: Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ (Stb. 2000, 383) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 5
Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 71
Periode: 2000–
Product: Wet
Waardering: V 7 jaar
(576.)
Handeling: Het toekennen van een sociaal-fiscaalnummer aan uitkeringsgerechtigden die niet reeds bij de belastingdienst staan geregistreerd.
Handeling: Het stellen van regels voor uitvoering van de verlening van krediethypotheken.
Grondslag: Besluit krediethypotheek (Stb. 1971, 409) art. 1 derde lid (b.w. Stb. 1983, 602); Bijstandsbesluit krediethypotheek (Stb. 1983, 602) art. 7 derde lid en art. 11 (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1971–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking uitstel van betaling rente en aflossing krediethypotheek (Stcrt. 1986, 250) gewijzigd (Stcrt. 1988, 161)
Waardering: B 1
(76.) «76B
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere regels ten aanzien van de verlening van bijstand door de gemeenten.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 11 eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1963–1995
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels betreffende de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening en de terugbetaling daarvan.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (1978, 127) art. 4a vierde lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1983–1995
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(80.) «80
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels voor de toepassing van de wettelijke bepaling ten aanzien van het voeren van een gezamenlijke huishouding.
Product: ministeriële regeling/algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(85.) «85
Handeling: Het stellen van regels omtrent hetgeen verstaan wordt onder het begrip ‘de gebruikelijke vakantieduur’ voor de toepassing van de Algemene bijstandswet.
Grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 9 derde lid
Periode: 1995–2003
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(92.) «92B
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels voor de vaststelling van de minimum bedragen voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1979, 711) art. 1 derde lid; vernummerd (Stb. 1991, 65) art. 1 vierde lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1983–1995
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(93.) «93B
Handeling: Het herzien van de normbedragen voor de bijstandsverlening in het B.l.n./de Algemene bijstandswet en de daarbij behorende regelingen en de normbedragen voor uitkeringsgerechtigden in het buitenland.
Grondslag: Bijstandsbesluit landelijke normering (Stb. 1974, 418) [b.w. Stb. 1995, 200], art. 19 en de op het B.l.n. gebaseerde regelingen
Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 56, 57 eerste en tweede lid, 58 eerste lid, 59 eerste lid, 60 en 61
Invoeringswet Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 376) [Stb. 2003, 376], art. 69
Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Stb. 1995, 203) [b.w. Stb. 2003, 386], art. 27 eerste lid
Periode: 1974–1983
Product: ministeriële beschikkingen/besluiten
Opmerking: Deze wijzigingen van de normbedragen zijn in de (Nederlandse) Staatscourant gepubliceerd. De vindplaatsen hiervan zijn hier niet verder uitgewerkt/opgenomen. Vanwege de normbedragen voor bijstandsverlening aan uitkeringsgerechtigden die buiten Nederland wonen worden afgestemd op de kosten van levensonderhoud in het desbetreffende land. De ambassades doen een voorstel voor de normbedragen, dat door de minister wordt goedgekeurd. Voor Indonesië geldt dat de normbedragen door de ambassade zelf worden vastgesteld (overeenkomstig het loon van de laagst betaalde ambtenaar van de ambassade).
Waardering: V 5 jaar
(96.) «96B
Handeling: Het herzien van het rentepercentage voor de aflossing van krediethypotheken.
Grondslag: Besluit krediethypotheek (Stb. 1971, 409) art. 5 tweede lid (b.w. Stb. 1983, 602); Bijstandsbesluit krediethypotheek (Stb. 1983, 602) art. 9 tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1983–1995
Product: ministerieel besluit
Waardering: V 5 jaar
(97.) «97
Handeling: Het herzien van het bedrag aan bijstand waarboven hypotheekkrediet kan worden verleend.
Grondslag: Bijstandsbesluit krediethypotheek (Stb. 1983, 602) art. 9 eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1983–1995
Product: ministerieel besluit
Waardering: V 5 jaar
(98.) «98
Handeling: Het herzien van het percentage voor de berekening van de inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen ten aanzien een inkomen uit een bedrijf of zelfstandig beroep.
Handeling: Het op verzoek van een gemeente toestaan dat de Algemene Bijstandswet langer dan 12 maanden na de inwerkingtreding van de nieuwe Algemene bijstandswet geldig blijft ten aanzien van de bijstandsverlening in die gemeente.
Grondslag: Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet (Stb. 1995, 200) art. 7 eerste lid
Periode: 1995–1997
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(101.) «101
Handeling: Het aanwijzen van gemeenten die als experiment in het kader van de sociale vernieuwing (?) bevoegd zijn af te wijken van hetgeen bepaald is in bepaalde artikelen van de wet en het verbinden van voorschriften aan deze aanwijzing.
Grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 144 eerste lid
Periode: 1995–2003
Product: beschikking
Waardering: B 5
(102.) «102
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de wijze van indienen van verzoeken van gemeenten om aanwijzing als experiment-gemeente.
Grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 144 zevende en tiende lid
Periode: 1995–2003
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling verzoek tot aanwijzing als experimenteergemeente (Stcrt. 1995, 208)
Waardering: V 5 jaar
(103.) «103
Handeling: Het doen van onderzoek naar een meer doelmatige bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening en van sociale activering van bijstandsgerechtigden.
Bron: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 144 eerste lid
Periode: 1995–2003
Product: onderzoeksverslagen
Waardering: B 1
(104.) «104
Handeling: Het treffen van voorzieningen voor onvoorziene gevallen in het kader van de experimenten (in het kader van de sociale vernieuwing) bij gemeenten.
Grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 144 elfde lid
Periode: 1995–2003
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 5
4.2.2.2. Groepsregelingen
(113.) «113B
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels ten aanzien van het verlenen van bijstand aan bepaalde groepen personen.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 11 eerste lid, 19, 32, 48 en 57; gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 11 tweede lid, 11a, 19, 32, 48 en 57 (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1963–1995
Product: ministeriële regeling/algemene maatregel van bestuur, onder andere:
N.B. Tot 1963 werden de bijstandsregelingen voor zelfstandigen mede door Minister van Economische Zaken ondertekend. De regeling uit 1943 kwam tot stand als regeling van de Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken in overleg met die van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Deze secretarissen-generaal worden hier verder beschouwd als voorgangers van de ministers van Sociale Zaken en Economische Zaken.
ten aanzien van gehandicapten
– Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 18 augustus 1952, nr. C. 9590, afd S.B. en M.O.
– Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 20 september 1955, nr. 9190, afdeling S.B. en C.A.
– Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 9 november 1955, nr. 8869, afdeling S.B. en C.A.
– Voorziening voor Blinden (Stcrt. 1956, 84)
– Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 14 maart 1957, nr. 1014, afdeling S.B. en C.A.
– Tijdelijke Bijstandsverlening aan Mindervaliden (Stcrt. 1962, 85)
Handeling: Het bij AMvB vaststellen dat de rijksgroepsregelingen ook geldt voor bepaalde Nederlanders die zich in het buitenland bevinden of voor bepaalde vreemdelingen die zich in Nederland bevinden.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 421) art. 82a eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200) en 84 eerste lid (b.w. Stb. 1991, 65)
Periode: 1983–1995
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(119.) «119B
Handeling: Het (tot 1968 bij AMvB) herzien van de hoogte van de bijstandsuitkeringen en toeslagen die op grond van de verschillende rijksgroepsregelingen worden verleend.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) art. 9 eerste lid; gewijzigd (Stb. 1966, 393); gewijzigd (Stb. 1968, 502) (b.w. Stb. 1974, 419); Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1965, 444) art. 12 eerste lid; gewijzigd (Stb. 1968, 501) art. 12 (b.w. Stb. 1974, 419); Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 22; gewijzigd (Stb. 1969, 614) art. 22, 31 derde lid en 33 tweede lid; vernummerd (Stb. 1973, 506) art. 33 eerste lid (b.w. Stb. 1986, 544) e.a.
Periode: 1965–1995
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling
Opmerking: De uitkeringen werden jaarlijks of halfjaarlijks aangepast. De besluiten werden in het Staatsblad of de Staatscourant gepubliceerd.
Waardering: V 5 jaar na vervanging
4.2.2.3. Langdurig werklozen
(120.) «120
Handeling: Het stellen van regels inzake de vaststelling van de duur van de bijstandsverlening ingevolge de Rww.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1984, 626) art. 6 derde lid
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de voortzetting van bijstandsverlening tijdens een verblijf in het buitenland.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1984, 626) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 309) art. 2 derde lid
Periode: 1988–1995
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(122.) «122
Handeling: Het niet van toepassing verklaren van bepaalde Rww-voorschriften voor een aantal werkloze werknemers wanneer deze ten gevolge van werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan arbeid.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) art. 3 tweede lid; gewijzigd (Stb. 1984, 626) art. 5 tweede lid
Periode: 1964–1995
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(124.) «124
Handeling: Het bepalen dat de voorwaarden die strekken tot inschakeling in de arbeid ten aanzien van bepaalde groepen van personen niet van toepassing zijn.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1984, 626) art. 9 derde lid
Periode: 1984–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Ontheffing arbeidsvoorwaarden 57,5-jarigen en ouderen (Stcrt. 1985, 20)
– Beschikking jeugdwerkregelingen I Rww 1985 (Stcrt. 1985, 76)
– Beschikking jeugdwerkregelingen II Rww 1985 (Stcrt. 1986, 13)
– Vrijstelling in verband met ouderschapsverlof (Stcrt. 1990, 251)
circulaires, onder andere:
– Uitvoering WWV/Rww ten aanzien van 57,5-jarigen en ouderen (1983, nr. 53395)
– Uitvoering van de WWV en de Rww inzake verplichtingen van werklozen gericht op de arbeidsinschakeling (1984, nr. 2310)
– Gewijzigde Rww (1985, nr. 350)
– Beschikking jeugdwerkregelingen I Rww 1985 (1985, nr. 2895)
Waardering: B 1
(125.) «125
Handeling: Het stellen van regels voor de beoordeling van noodzakelijkheid van scholing of opleiding voor de inschakeling in de arbeid.
Handeling: Het vaststellen van regels voor bijstandsverlening aan zelfstandigen.
Grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) art. 8 zesde lid, vernummerd (Stb. 1999, 542), zevende lid, 22 tweede lid, zoals gewijzigd (Stb. 1995, 691), art. 23 derde lid, 53 derde lid, 63 tweede lid en 137 tweede lid (b.w. Stb. 2003, 376);
Periode: 1940–2003
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
Handeling: Het vaststellen van regels inzake de wijze waarop en de voorwaarden waaronder bijstand wordt verleend aan zelfstandigen.
Grondslag: Bijstandsbesluit zelfstandigen (Stb. 1986, 544) art. 1 derde lid onder b (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1986–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Nadere regels verlening bedrijfskapitaal ten aanzien van samenwerkingsverbanden (Stcrt. 1986, 220)
Waardering: B 1
(142.) «142B
Handeling: Het, gehoord de Centrale Commissie Zelfstandigen, vaststellen van regels voor de waardering van het vrij te laten vermogen voor het bedrijf of beroep van een zelfstandige.
Grondslag: Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen (Stb. 1977, 526) art. 9 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544); Bijstandsbesluit zelfstandigen (Stb. 1986, 544) art. 1 derde lid onder a (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1983–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit nadere regels voor de vaststelling van voor het bedrijf of beroep bestemde vermogen (Stcrt. 1977, 190) (jaarlijkse wijzigingen gepubliceerd in de Staatscourant)
– Regels vaststelling eigen vermogen (Stcrt. 1986, 220)
Waardering: B 4
(144.) «144
Handeling: Het vaststellen van regels inzake de terugbetaling van aan zelfstandigen verstrekte rentedragende leningen.
– Aanwijzingsbesluit bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart (Stb. 1976, 485)
Waardering: B 1
(163.) «163B
Handeling: Het stellen van regels voor de uitvoering van aanwijzingsbesluiten.
Grondslag: Voorlopig Aanwijzingsbesluit bijstandsverlening woonwagenbewoners (Stb. 1971, 449) art. 4 (b.w. Stb. 1983, 699); Aanwijzingsbesluit bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart (Stb. 1976, 485) art. 4 (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1983–1995
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(164.) «164B
Handeling: Het vaststellen van regels voor de indiening en behandeling van aanvragen om bijstand van Nederlanders die zich in het buitenland bevinden en onder een rijksgroepsregeling vallen.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 421) art. 82a tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1983–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking behandeling bijstandsaanvragen vervolgingsslachtoffers in het buitenland (Stcrt. 1971, 231)
Waardering: B 1
(168.) «168
Handeling: Het vaststellen van regels voor de uitvoering van de terugvordering en het verhaal van verleende bijstand.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1992, 193) art. 61h en 70 (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1992–1995
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(169.) «169.
Handeling: Het stellen van regels omtrent de gevallen waarin premies voor het aanvaarden of behouden van arbeid tot de middelen van de aanvrager gerekend worden.
Grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199), zoals gewijzigd (Stb. 1997, 193), art. 43 vierde lid (b.w. Stb. 2003, 376);
Periode: 1995–2003
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(171.) «171B
Handeling: Het verlenen van bijstand aan Nederlanders in het buitenland.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 82 en 95, (sinds 1970 – Stb. 1970, 421) art. 82a en (sinds 1973 – Stb. 1972, 675) art. 82b (b.w. Stb. 1995, 200)
Invoeringswet Wet Werk en Bijstand (Stb. 2003, 376) [Stb. 2004, 363], art. 6
Periode: 1963–2003; 2004–
Product: beschikking
Waardering: V 7 jaar
Toelichting: Artikel 6 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand verschaft de minister de mogelijkheid om de bijstandsuitkering, die op grond van de Algemene Bijstandswet werd verleend aan Nederlanders die zich in het buitenland bevinden, voort te zetten. Het betreft hier Nederlanders die al sinds december 1995 (peildatum) een bijstandsuitkering, op grond van de Algemene bijstandswet, ontvangen.
(172) «172B
Handeling: Het verlenen van bijstand ten behoeve van verpleging of verzorging in het buitenland aan Nederlanders die drie jaren voordat zij in een inrichting terecht kwamen geen vaste of een buitenlandse verblijfplaats hadden.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 82b (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1973–1995
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(182.) «182B
Handeling: Het terugvorderen of verhalen van de kosten voor bijstand op:
– personen, die bijstand rechtstreeks van het Rijk hebben ontvangen;
– Nederlanders die in het buitenland wonen;
– personen, waarvan de vordering door de minister is overgenomen van de gemeente.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 60 (b.w. Stb. 1992, 193), art. 82 en (sinds Stb. 1970, 421) art. 82a vierde lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Invoeringswet Abw (Stb. 1995, 200) art. 8 derde lid (b.w. Stb. 2003, 376)
Periode: 1963–2003
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(184.) «184
Handeling: Het vaststellen van regels inzake het gedeeltelijk afzien van terugvordering of verdere terugvordering van bijstand door burgemeester en wethouders
Grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) zoals gewijzigd (Stb. 1996, 248), art. 78a vijfde lid (b.w. Stb. 2003, 376)
Periode: 1996–2003
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(185.) «185B
Handeling: Het vaststellen van regels voor de inrichting van de administratie van de bijstandsverlening.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 50 en (Stb. 1972, 675) art 81c (b.w. Stb. 1995, 200)
Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199), zoals gewijzigd (Stb. 2001, 625), art. 71, 117 tweede lid (b.w. Stb. 2003, 376), 134 vijfde lid, 135 derde lid (b.w. Stb. 2000, 383)
Besluit inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten (Stb. 1997, 48), art. 9 (b.w. Stb. 1999, 532)
Periode: 1963–2003
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Administratieve regels bijstand 1965 (beschikking van de Minister van Maatschappelijk Werk van 8 april 1965, no. U 22 600, afd. F.Z.C. en directie M.V.)
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels ten aanzien van verstrekking en/of uitwisseling van gegevens met betrekking tot de bijstandsverlening door uitvoeringsorganen.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1992, 244) art. 84i tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199), zoals gewijzigd (Stb. 2001, 625), art. 122 zesde lid en 125 derde lid (b.w. Stb. 2003, 376)
Periode: 1992–2003
Product: Algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling
Waardering: B 1
(190.) «190B
Handeling: Het verzamelen van gegevens bij de gemeentebesturen betreffende de bijstandsverlening, anders dan ten behoeve van de statistiek.
Grondslag: Besluit verzameling gegevens uitvoering Algemene Bijstandswet (Stb. 1971, 514) art. 5 eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) art. 132 eerste lid (b.w. Stb. 2003, 376)
Periode: 1971–2003
Product: inlichtingen
Waardering: V 5 jaar
(198.) «198
Handeling: Het in samenwerking met de VNG opzetten van regionale interdisciplinaire fraudeteams.
Bron: Bestuursakkoord Rijk-VNG 1994, p.4
Periode: 1994–
Product: –
Waardering: B 4
(580.)
Handeling: Het opstellen van een beleidsplan dat een kader biedt waarbinnen de minister de inlichtingen aan B&W en gemeenteraad vraagt.
Grondslag: Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 78 tweede lid
Periode: 2003–
Product: Beleidsplan
Waardering: B 5
(581.)
Handeling: Het aanwijzen van gemeenten welke deelnemen aan een experiment.
Grondslag: Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 83 derde lid
Periode: 2003–
Product: Aanwijzingsbesluit
Waardering: B 5
(582.)
Vervallen
(105.) «105
Handeling: Het uitbrengen van verslag aan de Staten-Generaal over de doeltreffendheid en de effecten van een experiment in de praktijk.
Grondslag: Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 144 twaalfde lid
Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375] art. 83, vijfde lid
Periode: 1995–
Product: Verslag, rapport
Opmerking: Deze handeling omvat ook een standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment
Waardering: B 3
4.2.2.6. Toezicht
(200.) «200B
Handeling: Het geven van toestemming aan gemeenten om bij de toekenning van een (bijzondere) uitkering af te mogen wijken van hetgeen in een groepsregeling bepaald is, omtrent de duur en hoogte van de uitkering.
Grondslag: Sociaal-economische hulpverlening aan kleine zelfstandigen, circulaire van 18 augustus 1943, no. 1-1199 sub I en II; Zelfstandigenregeling 1955 (Stcrt. 1955, 183) art. 12, 14 en 40; Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 33 tweede lid; gewijzigd (Stb. 1973, 506) art. 33 eerste lid (b.w. Stb. 1986, 544); Bijstandsbesluit zelfstandigen (Stb. 1986, 544) art. 31 eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200); Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 1 vierde lid en 24 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 1 tweede lid en 22 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148); Gehandicaptenregeling 1958 (Stcrt. 1958, 247) art. 6 derde lid; Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1964, 554) art. 17 tweede lid (b.w. Stb. 1965, 444); Demobilisatie-beschikking nr. 4 art. 13 en nr. 6 art. 1; Militaire Overbruggingsbeschikking 1950 nr. 1 art. 13 en nr. 2 art. 1, e.a.
Periode: 1943–1995
Product: beschikking
Opmerking: Betrof de aanvrager van bijstand een zelfstandige dan werd tot 1986 werd hierbij de Centrale Commissie Zelfstandigen gehoord. Na die tijd was de mening van de Plaatselijke Commissie Zelfstandigen bepalend of er toestemming gevraagd diende te worden. Was dit het geval dan werd aan een betrokken minister tevens om advies gevraagd.
Waardering: B 4
4.2.2.7. Financiering
(210.) «210B
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels ten aanzien van de bekostiging van de uitvoering van de bijstandsverlening.
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels ten aanzien van de rijksvergoeding voor de kosten van het bedrijfstechnisch of bedrijfseconomisch onderzoek naar het beroep of bedrijf van een zelfstandige in het kader van de R.z., de R.o.z., het B.z., de IOAZ of het Bbz.
Grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 33 derde lid, gewijzigd (Stb. 1969, 614) art. 33 vierde lid, gewijzigd (Stb. 1973, 506) art. 33 derde lid (b.w. Stb. 1986, 544)
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke besluiten met betrekking tot geschillen in domiciliekwesties geschillen omtrent de rijksvergoeding ingevolge de ABW.
Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) art. 64 eerste lid (b.w. Stb. 2003, 376)
Periode: 1963–2003
Product: Koninklijke besluiten
Waardering: V 5 jaar
4.2.3. Wet werkloosheidsvoorziening
4.2.3.1. Totstandkoming van het beleid
(244.) «244
Handeling: Het stellen van nadere regels voor het vaststellen van gevallen waarin een werknemer geheel of gedeeltelijk is aangewezen op het verrichten van arbeid in een dienstbetrekking.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 2 tweede lid
Periode: 1965–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit werknemersbegrip ( Stcrt. 1967, 147
Waardering: B 1
(246.) «246
Handeling: Het vaststellen en herzien van de hoogte van het minimumdagloon
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 5 tweede en derde lid
– Besluit inzake herziening daglonen op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening per 1 januari 1991 (Stcrt. 1990, 247)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(247.) «247
Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent het vaststellen en herzien van het minimumdagloon en de toepassing van de bepaling wat onder inkomen, uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven,wordt verstaan.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1982, 737) art. 5c vijfde lid
Periode: 1983–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit inzake nadere regels minimumdagloon WW/WWV, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 23 april 1985 (Stcrt. 1985, 85)
Waardering: B 1
4.2.3.2. Adviesorganen
(252.) «252
Handeling: Het aanwijzen van centrale organisaties van werknemers die bevoegd zijn tot het voordragen van leden van plaatselijke commissies werkloosheidsvoorziening.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 7 tweede lid
Periode: 1965–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Aanwijzing centrale organisaties van werknemers (Stcrt. 1965, 5)
Waardering: B 1
(253.) «253
Handeling: Het stellen van regels inzake de toekenning door het gemeentebestuur van vacatiegelden en van vergoedingen voor reis- en verblijfkosten van de leden van plaatselijke commissies werkloosheidsvoorziening.
Handeling: Het stellen van regels in het belang van een goede uitvoering van de wet.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485), art. 30i en art. 52 (b.w. Stb. 1997, 789)
Periode: 1985–1997
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit hercontrole WWV (Stcrt. 1985, 170)
Waardering: B 1
(257.) «257
Handeling: Het stellen van uitvoeringsregels met betrekking tot het toekennen van een werkloosheidsuitkering
Grondslag: Sociale Voorziening nr. 8347, 30 juni 1952 art. 54; Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 9 tweede en vijfde lid, gewijzigd (Stb. 1981, 133) art 9 zevende en achtste lid, art. 13 eerste en derde lid
Periode: 1952–1995
Product: ministeriële regeling
– Recht op uitkering bij gedeeltelijk op arbeid aangewezen zijn (Stcrt. 1965, 5)
– Besluit gehuwde vrouw als kostwinster (Stcrt. 1965, 5)
– Opheffing uitsluitingsgrond (Stcrt. 1965, 5)
– Uitkering gedurende wachttijd ingevolge WAO (Stcrt. 1974, 9)
– Toepassing WWV op werknemers die een pro-rata WAO-uitkering genieten (Stcrt. 1975, 150)
– Besluit inzake vakantie tijdens WWV-periode (Stcrt. 1983, 83)
Waardering: B 1
(258.) «258
Handeling: Het stellen van regels inzake de vrijstelling van werklozen van inschrijving als werkzoekende bij het arbeidsbureau.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 14 eerste lid
Periode: 1965–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit vrijstelling inschrijving bij arbeidsbureau (Stcrt. 1965, 5)
Waardering: B 1
(259.) «259
Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de voorwaarden waaronder de gemeente kan besluiten tot verlaging van de uitkering aan een werkloze werknemer.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 14 vierde lid
Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de inkomsten die op de uitkering in mindering worden gebracht.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 17 vierde lid
Periode: 1965–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit aftrek van inkomsten (Stcrt. 1965, 5)
– Besluit inzake vakantie tijdens de WWV-periode (Stcrt. 1983, 83)
Waardering: B 1
(261.) «261
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de toepassing van de wettelijke bepaling ten aanzien van het voeren van een gezamenlijke huishouding
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1986, 567) art. 19 vierde lid
Periode: 1987–1995
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(262.) «262
Handeling: Het stellen van eisen aan de inhoud van formulieren bestemd voor het aanvragen van een uitkering en het vastleggen van door de werknemer te verstrekken gegevens.
– Besluit aanvraag en inkomstenformulier (Stcrt. 1965, 5)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(263.) «263
Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de informatieplicht van het arbeidsbureau aan burgemeester en wethouders omtrent het gedrag van werkloze werknemers
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1984, 361) art. 22 eerste lid
Periode: 1984–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit houdende regels nadere regels betreffen het verschaffen van inlichtingen door de GAB’s aan gemeenten (Stcrt. 1984, 177)
Waardering: B 1
(264.) «264
Handeling: Het geven van richtlijnen met betrekking tot de uitvoering van de meldingsplicht van de arbeidsvoorzieningsorganisatie aan de gemeente.
Grondslag: Besluit houdende regels nadere regels betreffen het verschaffen van inlichtingen door de GAB’s aan gemeenten (Stcrt. 1984, 177) eerste lid
Periode: 1984–1995
Product: circulaires, onder andere:
– Circulaire van de directeur-generaal voor de arbeidsvoorziening van 9 juni 1982 nr. 1208038
Waardering: B 1
4.2.3.4. Financiering
(281.) «281
Handeling: Het vergoeden van (een deel van) de kosten voor de uitvoering van een werkloosheidsvoorzieningsregeling aan de gemeente.
Grondslag: Buitengewoon Besluit Werkloozenzorg (Stb. 1944, E79) art. 2, 3 tweede lid, 4 tweede lid, 7 eerste tot en met vijfde lid, 8 eerste tot en met tiende lid; Sociale Voorziening nr. 8347, 1952 art. 53 eerste lid, 63, 75, 76, 77; Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 40 eerste lid
Periode: (1944) 1945–1995
Product: ministeriële regeling
Opmerking: Onder deze handeling valt ook het verlenen van voorschotten, het onder nadere voorwaarden besluiten tot een verhoging van de vergoeding en het toekennen van incidentele vergoedingen. Op grond van art. 42 WWV kan de minister besluiten (een deel van) de kosten niet te vergoeden als toezichtmaatregel. De uitvoering van de maatregel kan geschieden via invordering of verrekening met de vergoeding van het volgende jaar.
Waardering: V 7 jaar
(282.) «282
Handeling: Het stellen van regels ter bepaling van de kosten die, ingevolge de Wet Werkloosheidsvoorzieningen, voor vergoeding door het Rijk in aanmerking komen.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1976, 368) art. 40 tweede lid en (Stb. 1988, 508) art. 40a eerste lid (b.w. Stb. 1993, 682)
Periode: 1965–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit betreffende de rijksvergoeding in de kosten van onderzoek ex artikel 21, eerste lid, en artikel 26 eerste lid van de WWV (Stcrt. 1976, 165)
– Rijksvergoeding van kosten onderzoek en heronderzoek als bedoeld in de artikelen 21 en 26 van de WWV (Stcrt. 1977, 128)
– Besluit van de staatssecretaris van Sociale Zaken, nr. CSV/62973/III (Stcrt. 1976, 165)
– Besluit rijksvergoeding voorzieningen voor werklozen (Stcrt. 1988, 242) zoals gewijzigd bij besluit van 30 augustus 1991 (Stcrt. 1991, 194)
– Besluit inzake vergoeding aan gemeenten voor bij arbeidsbureau ingeschreven werklozen (Stcrt. 1989, 192)
– Besluit inzake vergoeding aan gemeenten voor bij arbeidsbureau ingeschreven werklozen (Stcrt. 1990, 189)
Waardering: B 1
(283.) «283
Handeling: Het stellen van regels inzake de kennisgeving en het declareren van de uitgaven ingevolge de WWV alsmede het verstrekken van nadere gegevens welke op de uitgaven betrekking hebben.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 41 eerste en tweede lid
Periode: 1965–1995
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit declaraties en jaaropgaven complementaire sociale voorzieningen van 2 december 1968, nr. 34745 (b.w. Stcrt.1974, 15)
– Besluit vaststelling model voorlopige en definitieve kostenopgave Sociale Zekerheid 1994 (Stcrt. 1994, 210)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
4.2.4. IOAW en IOAZ
4.2.4.1. Totstandkoming van het beleid
(286.) «286A
Handeling: Het bij AMvB regels stellen voor de toepassing van de IOAW op personen aan wie door het Rijk terzake van zijn arbeidsverhouding invaliditeitspensioen is geregeld.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) [b.w. Stb. 1997, 768], art. 2 derde tot en met vijfde lid
Periode: 1986–1997
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(289.) «289
Handeling: Het vaststellen en herzien van de grondslagen (= richtbedragen), het vrijgestelde vermogen en het rekenpercentage voor het inkomen uit het vermogen voor de bepaling van het recht op en de hoogte van een uitkering ingevolge de IOAW en de IOAZ.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) [Stb. 1995, 200], art. 5 zesde en zevende lid
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) [Stb. 1995, 200], art. 5 zesde en zevende lid en art. 8 vierde en vijfde lid
Wet tot wijziging van de Algemene Bijstandswet en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers in verband met wijziging van de bijstandsuitkeringen voor bepaalde groepen personen jonger dan 27 jaar (Stb. 1992, 516) art. III vierde lid
Periode: 1987–
Product: ministerieel besluit, onder andere:
– Besluit vaststelling grondslagen IOAW per 1 januari 1987 (Stcrt. 1987, 22)
– Wijziging bedragen IOAW en IOAZ per 1 januari 1996 (Stcrt. 1995, 248)
Waardering: V 7 jaar na vervanging
(292.) «292
Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van de handhaving van het recht op een uitkering bij tijdelijk verblijf in het buitenland.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) art. 14 tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) art. 14 tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1987–1995
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(296.) «296
Handeling: Het bepalen dat de voorwaarden die strekken tot inschakeling in de arbeid ten aanzien van bepaalde groepen van personen niet van toepassing zijn.
Handeling: Het vergoeden van de kosten van het door de gemeente aan derden opgedragen onderzoek.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) [Stb. 2003, 376], art. 59e eerste lid, 59f tweede lid, 58g
Periode: 2003–
Product: Financiële bescheiden
Opmerking: Dit betreft ook het verlenen van voorschotten op de vergoeding en het lager vaststellen van de voorschoten dan uit de op regels voortvloeit. Dit betreft het onderzoek dat B&W instelt naar andere gegevens dan degene die door de aanvrager zijn ingediend en die voor de vaststelling van het recht op uitkering noodzakelijk zijn.
Waardering: V 7 jaar
(585.)
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot (het verlenen van voorschotten op) de vergoeding van de kosten van onderzoek.
Handeling: Het vaststellen van regels voor de inrichting van de administratie van de uitvoering van de IOAW en IOAZ.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) art. 18 vierde lid, 39 en 54; gewijzigd (Stb. 1995, 200), gewijzigd (Stb. 2001, 625), art. 19, 41 tweede lid, 57 derde lid (b.w. Stb. 2000, 383) en 58 derde lid (b.w. Stb. 2000, 383);
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) art. 18 derde lid en 39, zoals gewijzigd (Stb. 1995, 200 en Stb. 2001, 625), art. 19, 41 tweede lid, 57 vierde lid (b.w. Stb. 2000, 383) en 58 derde lid (b.w. Stb. 2000, 383)
Opmerking: Voor de hier bedoelde regelingen is aansluiting gezocht bij de regelingen die al voor de bijstandsverlening op grond van de ABW golden. Sommige regelingen zijn dan ook zowel op de ABW/nAbw gebaseerd als op de IOAW en IOAZ.
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(310.) «310
Handeling: Het stellen van regels voor het plan en beleidsverslag dat gemeentebesturen jaarlijks moeten opstellen ten behoeve van het toezicht door de minister.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565), zoals gewijzigd (Stb. 1995, 200), art. 42 vijfde lid (b.w. Stb. 2003, 376)
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281), zoals gewijzigd (Stb. 1995, 200) art. 42 vijfde lid (b.w. Stb. 2003, 376);
Periode: 1995–2003
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervanging
4.2.4.3. Financiering
(312.) «312
Handeling: Het vaststellen van regels en de modellen voor de declaratie van de rijksvergoeding ingevolge de IOAW en IOAZ.
Besluit verantwoording en vergoeding uitkeringskosten ABW, IOAW en IOAZ (Stcrt. 1987, 188) art. 6 tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) zoals gewijzigd (Stb. 1995, 200) art. 57 tweede lid (b.w. Stb. 2000, 383)
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) art. 38 derde lid, gewijzigd (Stb. 1995, 200) art. 57 vierde lid (b.w. Stb. 2000, 383)
Periode: 1987–2000
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervanging
4.2.4.4. Rechtsbescherming
(314.) «314
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke besluiten met betrekking tot geschillen in domiciliekwesties.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) art. 13 tweede lid, gewijzigd (Stb. 1995, 200) art. 12 eerste lid;
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281), art. 13 tweede lid, gewijzigd (Stb. 1995, 200), art. 12 eerste lid
Periode: 1987–
Product: Koninklijke besluit
Waardering: V 5 jaar
4.2.5. Eenmalige uitkeringen
(319.) «319
Handeling: Het vaststellen van de hoogte van de eenmalige uitkeringen en toeslagen.
Grondslag: Wet van 3 juli 1986 (Stb. 1986, 376) art. 9
Periode: 1986–
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit vaststelling bedragen uitkering 1986 aan echte minima (Stcrt. 1986, 174)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(320.) «320
Handeling: Het vaststellen van het aanvraagformulier voor een eenmalige uitkering.
Grondslag: Wet van 23 september 1981 (Stb. 1981, 624) art. 7 eerste lid; Wet van 7 oktober 1982 (Stb. 1982, 568) art. 8 eerste lid; Wet van 28 september 1983 (Stb. 1983, 542) art. 8 eerste lid; Wet van 5 oktober 1984 (Stb. 1984, 446) art. 9 eerste lid; Wet van 3 juli 1985 (Stb. 1985, 417) art. 10 eerste lid; Wet van 3 juli 1986 (Stb. 1986, 376) art. 11 eerste lid; Wet van 26 november 1987 (Stb. 1987, 537) art. 11 eerste lid
– Besluit ambtshalve vaststelling van het recht op de uitkering 1984 aan echte minima (Stcrt. 1984, 211)
– Besluit ambtshalve vaststelling van het recht op uitkering 1985 aan de echte minima (Stcrt. 1985, 179)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(323.) «323
Handeling: Het toezien op de uitvoering van de wet.
Grondslag: Wet van 23 september 1981 (Stb. 1981, 624) art. 14; Wet van 7 oktober 1982 (Stb. 1982, 568) art. 18; Wet van 28 september 1983 (Stb. 1983, 542) art. 18; Wet van 5 oktober 1984 (Stb. 1984, 446) art. 19; Wet van 3 juli 1985 (Stb. 1985, 417) art. 20; Wet van 3 juli 1986 (Stb. 1986, 376) art. 20; Wet van 26 november 1987 (Stb. 1987, 537) art. 20
Periode: 1981–
Product: rapporten
Waardering: B 5
(324.) «324
Handeling: Het vergoeden van kosten voor de eenmalige uitkeringen aan gemeenten en verstrekken van voorschotten in deze.
Grondslag: Wet van 23 september 1981 (Stb. 1981, 624) art. 17 eerste en vierde lid, art. 18 eerste lid; Wet van 7 oktober 1982 (Stb. 1982, 568) art. 21 eerste en vierde lid, art. 22 eerste lid; Wet van 28 september 1983 (Stb. 1983, 542) art. 21 eerste en vierde lid, art. 22 eerste lid; Wet van 5 oktober 1984 (Stb. 1984, 446) art. 22 eerste en vierde lid, art. 23 eerste lid; Wet van 3 juli 1985 (Stb. 1985, 417) art. 23 eerste en vierde lid, art. 24 eerste lid; Wet van 3 juli 1986 (Stb. 1986, 376) art. 23 eerste en vierde lid, art. 24 eerste lid; Wet van 26 november 1987 (Stb. 1987, 537) art. 23 eerste en vierde lid, art. 24 eerste lid
Periode: 1981–
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(335.) «335
Handeling: Het, in overleg met de minister/staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, vaststellen van regels voor de toekenning van eenmalige uitkeringen aan IHS-gerechtigden ter reparatie van koopkrachtverlies in 1996.
Grondslag: Motie Noorman/Bakker, Kamerstukken II, 1995–1996, 24 400, nr. 48
Handeling: Het vaststellen van loonschalen en het stellen van regels inzake de vakantietoeslag, vergoeding van woon-werkverkeer en werktijden en verlof van de werknemer.
Grondslag: Loonregeling tewerkstelling hoofdarbeiders, doss. 66-0 no. 10 Afd. W 6 september 1943
Besluit arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 518) art. 3, 9, 10 eerste en tweede lid, 12, 13, 14 tweede lid, 15 eerste, derde en tiende lid en 16a tweede lid (b.w. Stb. 1991, 765)
Besluit rechtspositie en arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1991, 765) art. 13 derde lid, 14 eerste en tweede lid, 21, 24 eerste lid, 26, 27 eerste lid en 29 derde lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1943–1997
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling rechtspositie en arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stcrt. 1991, 251)
Waardering: B 1
(353.) «353
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels omtrent de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van (gewezen) werknemers.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) [b.w. Stb. 1997, 465], art. 30 eerste tot en met vierde lid
Periode: 1969–1997
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit rechtspositie en arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1991, 765)
Waardering: B 1
(355.) «355
Handeling: Het voeren van het centraal overleg arbeidsvoorwaarden en rechtspositie sociale werkvoorziening met en leiding geven aan dit overleg.
Grondslag: Besluit centraal overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1991, 288) art. 2 eerste lid, art 4 eerste tot en met het vierde lid, art. 20 (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1991–1997
Product: verslag
Waardering: B 1
(356.) «356
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren en het benoemen van een secretaris die deelnemen aan het centraal overleg sociale werkvoorziening.
Grondslag: Besluit centraal overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1991, 288) art. 4 tweede en derde lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1991–1997
Product: ministeriële regeling, onder andere
– Besluit aanwijzing ambtenaren in het Centraal overleg sociale werkvoorziening (Stcrt. 1992, 34)
Opmerking: In de wet wordt een aantal organisaties die aan dit overleg deelneemt vermeld, deelname aan het overleg door een organisatie wordt per K.b. geregeld.
Waardering: V 5 jaar na ontslag
(357.) «357
Handeling: Het instellen van werkgroepen die werkzaamheden verrichten ten bate van het centraal overleg sociale werkvoorziening.
Grondslag: Besluit centraal overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1991, 288) art. 8 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1991–1997
Product: beschikking
Waardering: B 4
(358.) «358
Handeling: Het (tezamen) met de vakorganisaties oprichten van een stichting voor pensioenfonds, fonds voor de aanvullende voorziening en een vut-fonds.
Grondslag: Besluit arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 518) zoals gewijzigd (Stb. 1989, 495) art. 9g eerste lid (b.w. Stb. 1991, 765);
Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) zoals gewijzigd (Stb. 1993, 649) art. 30 a eerste lid (b.w. Stb. 1997, 465);
Periode: 1989–1997
Product: algemene maatregel van bestuur
Opmerking: Met de inwerkingtreding van de Wet sociale werkvoorziening (Stb. 1997, 465) bleven de rechten en plichten van deze stichtingen wel van toepassing (art. 16 derde lid).
Waardering: B 4
(364.) «364
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels inzake het maken van aanspraak op uitkeringen in verband met pensioen, aanvullende oudedagsvoorziening en vrijwillig vervroegde uittreding
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) [Stb. 1993, 649; b.w. Stb. 1997, 465], art. 30a eerste lid
Periode: 1994–1997
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(365.) «365
Handeling: Het benoemen van leden van het bestuur van de Stichting Bedrijfspensioenfonds sociale werkvoorziening.
Grondslag: Besluit arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1968, 518) zoals gewijzigd (Stb. 1989, 495) art. 9h eerste lid (b.w. Stb. 1991, 765)
Statuten Stichting Pensioenfonds Sociale Werkvoorziening art. 6 eerste lid Statuten Stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding Sociale Werkvoorzieningen art. 6 eerste lid
Periode: 1989–1997?
Product: ministerieel besluit
Waardering: V 5 jaar na ontslag
(370.) «370
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels betreffende het door het gemeentebestuur afdragen van premie en het verschaffen van inlichtingen aan de stichtingen voor pensioenfonds, fonds voor de aanvullende oudedagsvoorziening en vut-fonds.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) [Stb. 1993, 649; b.w. Stb. 1997, 465], art. 30a zesde lid
Periode: 1994–1997
Product: Algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(371.) «371
Handeling: Het bepalen van de hoogte van het aandeel van het gemeentebestuur in de kosten van de pensioenpremie.
Grondslag: Besluit rechtspositie en arbeidsvoorwaarden sociale werkvoorziening (Stb. 1991, 765) art. 10 en 18c (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1992–1997
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(373.) «373
Handeling: Het goedkeuren dat in het kader van het Besluit organen van overleg, meer werkverbanden als een werkverband worden aangemerkt.
Grondslag: Besluit organen van overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1977, 449) art. 3 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1977–1997
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(374.) «374
Handeling: Het ontheffen van de gemeente van de toepassingsplicht van het Besluit organen van overleg.
Grondslag: Besluit organen van overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1977, 449) art. 3 derde lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1977–1997
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(376.) «376
Handeling: Het benoemen van een secretaris van de Commissie organen van overleg.
Grondslag: Besluit organen van overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1977, 449) art. 37 vierde lid, vernummerd (Stb. 1986, 724) art. 43 vierde lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1977–1997
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na ontslag
(377.) «377
Handeling: Het stellen van regels inzake benoeming, ontslag en de toekenning van vacatiegelden en reis- en verblijfkosten voor de leden en de plaatsvervangende leden van de commissie organen van overleg.
Grondslag: Besluit organen van overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1977, 449) art. 37 zesde lid en 39, gewijzigd (Stb. 1986, 724) art. 43 zesde lid en 45 (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1977–1997
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Benoeming leden Commissie organen van overleg (Stcrt. 1978, 121)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
4.2.6.3. Uitvoering
(392.) «392
Handeling: Het gelijk stellen van personen die niet in Nederland hun woonplaats hebben met personen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister, voor de toepassing van WSW.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb.1967, 687) art. 47 tweede lid, gewijzigd (Stb. 1986, 299) art. 47 (b.w. Stb. 1997, 465)
Periode: 1969–1997
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
4.2.6.4. Toezicht
(403.) «403
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het verstrekken van inlichtingen door de stichting voor pensioenfonds, fonds voor de aanvullende oudedagsvoorziening en vut-fonds ten behoeve van het toezicht op de uitvoering door de minister.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) zoals gewijzigd (Stb. 1988, 440) art. 37 vierde lid (b.w. Stb. 1997, 465);
Periode: 1988–1997
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar
(404.) «404
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de stichting voor pensioenfonds, fonds voor de aanvullende oudedagsvoorziening en vut-fonds.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) zoals gewijzigd (Stb. 1993, 649) art. 38 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 465);
Periode: 1994–1997
Product: aanwijzing
Waardering: B 1
4.2.6.5. Financiering
(408.) «408
Handeling: Het vaststellen van een normbedrag ter bepaling of kosten van scholing en vorming ten laste komen van de exploitatierekening van een werkvoorzieningsschap.
Grondslag: Besluit organen van overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1986, 724) art. 24 derde lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1986–1997
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(409.) «409
Handeling: Het vaststellen van regels ter bepaling van de hoogte van de rijksvergoeding ten behoeve van werkvoorzieningsregelingen.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 40 eerste tot en met het derde lid, art. 41 eerste en tweede lid, art. 42 eerste en tweede lid (b.w. Stb. 1997, 465);
Handeling: Het vaststellen van regels voor het declareren van de rijksvergoeding (ondermeer bevoorschotting) ingevolge de werkvoorzieningsregelingen en het verstrekken van gegevens welke op deze uitgaven betrekking hebben.
Grondslag: Sociale werkvoorzieningsregeling voor hoofdarbeiders (Stcrt. 1953, 32) art. 25
Gemeentelijke sociale werkvoorzieningsregeling voor handarbeiders (Stcrt. 1963, 248) art. 88 derde lid, 94
Wet sociale werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 43 eerste en tweede lid, 48 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 465)
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit vaststelling saldo exploitatierekening werkverbanden der sociale werkvoorziening en advies over belangrijke uitgaven (Stb. 1981, 765)
– Besluit lasten sociale werkvoorziening (Stb. 1988, 662)
Waardering: B 1
4.2.6.6. Rechtsbescherming
(417.) «417
Handeling: Het inwinnen van advies bij of het verzoeken om een uitspraak door de Advies- en Arbitragecommissie wanneer het centraal overleg sociale werkvoorziening over een onderwerp geen overeenstemming bereikt en het voordragen van leden van genoemde commissie ter behandeling van het geschil.
Grondslag: Besluit centraal overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1991, 288) art. 13 eerste en tweede lid, art. 14 tweede lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1991–1997
Product: adviezen
Waardering: B 5
(418.) «418
Handeling: Het beslissen op een door een plaatselijk orgaan van overleg ingesteld beroep tegen een beslissing van het gemeentebestuur.
Grondslag: Besluit organen van overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1977, 449) art. 35 derde lid, gewijzigd (Stb. 1986, 724) art. 41 vijfde lid
Besluit organen van overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1986, 724) art. 37 vijfde en zesde lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1977–1997
Product: beschikking
Opmerking: Voordat het orgaan kan overgaan tot het indienen van een beroep bij de minister is in aantal gevallen een bemiddelingspoging van de Commissie organen van overleg vereist.
Waardering: V 5 jaar
4.2.7. Voorzieningen voor kunstenaars
4.2.7.1. Totstandkoming van het beleid
(426.) «426
Handeling: Het verlenen van toestemming voor de wijziging van het reglement van de Stichting ‘Voorzieningsfonds voor Kunstenaars’.
Grondslag: Reglement van de Stichting ‘Voorzieningsfonds voor Kunstenaars’
Periode: 1940–2002
Product: beschikking
Waardering: B 5
(427.) «427A
Handeling: Het verlenen van toestemming voor de toelating van kunstenaarsverenigingen tot de Stichting ‘Voorzieningsfonds voor Kunstenaars’.
Grondslag: Reglement van de Stichting ‘Voorzieningsfonds voor Kunstenaars’
Periode: 1940–2002
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(587.)
Handeling: Het vaststellen en herzien van de uitkering voor kunstenaars, alsmede het percentage vakantiebijslag.
Opmerking: Aan een erkenning kunnen voorschriften verbonden worden. In een besluit tot intrekking worden ook – indien nodig – de gevolgen van de intrekking geregeld. Bij artikel 50 is de Stichting Kunstenaars & Cultuur en Ondernemerschap te Amsterdam erkent.
Waardering: B 4
4.2.8. Additionele arbeid
4.2.8.1. Totstandkoming van het beleid
(455.) «455
Handeling: Het bij AMvB stellen van regels ten aanzien van het begrip jongere.
Grondslag: Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250) art. 2 zesde lid (b.w. Stb. 1997, 760)
Periode: 1992–1997
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit van 7 september 1992 (Stb. 1992, 499)
Waardering: B 1
(456.) «456
Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van categorieën die gelijk gesteld worden met een jongere.
Grondslag: Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250) zoals gewijzigd (Stb. 1994, 361) art. 2 zevende lid (b.w. Stb. 1997, 760)
Periode: 1994–1997
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
Handeling: Het bepalen of een rechtspersoon is gericht op het behalen van winst alsmede of de rechtspersoon kan optreden als garantieplaatsverschaffer.
Grondslag: Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250) art. 8 derde en vierde lid (b.w. Stb. 1997, 760)
Handeling: Het vaststellen van regels ter bepaling van de hoogte van de rijksvergoeding ten behoeve van additionele werkgelegenheidsregelingen en experimenten gericht op de uitvoering van deze regelingen.
Grondslag: Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250) zoals gewijzigd (Stb. 1994, 361) art. 16d, art. 18 eerste lid, 37 tweede lid (b.w. Stb. 1997, 760)
Periode: 1990–1997
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit inzake de uitvoeringskosten van de JWG (Stcrt. 1991, 157)
Handeling: Het vaststellen van regels voor het declareren van de rijksvergoeding (ondermeer bevoorschotting) ingevolge de additionele werkgelegenheidsregelingen en experimenten gericht op de uitvoering van deze regelingen en het verstrekken van gegevens welke op deze uitgaven betrekking hebben.
Grondslag: Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250) art. 19 eerste tot en met vierde lid, art. 33 tweede lid (b.w. Stb. 1997, 760)
Rijksbijdrageregeling banenpools (Stcrt. 1990, 169) art. 7 vijfde en zesde lid (b.w. Stb. 1997, 760)
Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995 (Stcrt. 1995, 13) art. 11 derde lid gewijzigd (Stcrt. 1995, 244) vierde lid (b.w. Stb. 1998, 246)
Periode: 1990–1998
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit verantwoording en vergoeding kosten JWG (Stcrt. 1991, 157)
– Controle- en rapportageprotocol Rijksbijdrageregeling banenpools (Stcrt. 1995, 220)
– Controleprotocol regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995 (Stcrt. 1995, 120)
– Financieel verslag regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995 (Stcrt. 1995, 120)
Waardering: B 1
(475.) «475
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, vaststellen van regels voor de inrichting van de administratie van de uitvoering van de JWG.
Grondslag: Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250) [b.w. Stb. 1997, 760], art. 19 vijfde lid
Periode: 1991–1997
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit verantwoording en vergoeding kosten JWG (Stcrt. 1991, 157)
4.2.9. Sociaal-culturele zorg voor varenden
(501.) «501A
Handeling: Het vaststellen van regelingen voor de verlening van subsidie aan instellingen en organen in de kosten verbonden aan stimulering, coördinatie en uitvoering van sociale en sociaal-culturele activiteiten voor opvarenden van zee- en binnenschepen.
Opmerking: De Rijkssubsidieregeling schipperswelzijn (Stcrt. 1963, 243) kwam tot stand in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.
Waardering: B 1
(505) «505A
Handeling: Het verlenen van subsidies aan instellingen op het gebied van de sociale voorzieningen voor zeevarenden.
Grondslag: Rijksbegroting
Periode: (1940) 1945–1995
Product: beschikking
Opmerking: Tot 1957 verleende de Minister van Sociale Zaken subsidies aan afzonderlijke instellingen. Sinds de oprichting van de Stichting Zeemanswelzijn Nederland, verleent de overheid een rijksbijdrage aan deze stichting die vervolgens uit haar fonds afzonderlijke instellingen subsidieert.
Waardering: V 5 jaar na vaststelling
De vaststelling van het subsidiebeleid wordt gerekend tot de handeling het vaststellen van beleid (zie nr. 500)
(506.) «506A
Handeling: Het verstrekken van subsidie aan instellingen en organen in de kosten verbonden aan stimulering, coördinatie en uitvoering van sociale en sociaal-culturele activiteiten voor opvarenden van binnenschepen.
Opmerking: Eén van de subsidievoorwaarden is het toesturen van statuten (en wijzigingen daarvan) en jaarverslagen aan de minister. Bij verstrekking van onjuiste gegevens of wanneer uitgaven niet verantwoord kunnen worden kan de minister besluiten tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de subsidie. Van de voorwaarden van de subsidieregelingen kan de minister ontheffing verlenen. Ten tijde van haar bestaan diende de Sociale Commissie voor Binnenschippers over dergelijke besluiten de Minister van advies.
Waardering: V 5 jaar na vaststelling
De vaststelling van het subsidiebeleid wordt gerekend tot de handeling het vaststellen van beleid (zie nr. 500)
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
4.2.10. Voorzieningen voor gehandicapten
(511.) «511
Handeling: Het bij of krachtens AMvB vaststellen dat deskundigenonderzoek verricht moet worden door een gecertificeerde dienst en het geven van voorschriften voor de uitvoering van het onderzoek.
Handeling: Het toekennen van bijdragen aan gemeenten ter bekostiging van vervoersvoorzieningen van AWBZ-instellingen op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten.
Handeling: Het bij (AMvB) stellen van (nadere) regels omtrent het beleid alsmede het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de sociale voorzieningen.
Opmerking: Dit betreft ook het geven van voorschriften. Voor een overzicht van onderwerpen voor mogelijke ministeriële regelingen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het RIO.
Met betrekking tot het stellen van regels, kan het ook betekenen het geven van voorschriften. Voor een overzicht van onderwerpen voor mogelijke ministeriële regels wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het RIO.
Waardering: B 1
(525.)
Handeling: Het stellen van regels omtrent de uitvoering van wet- en regelgeving.
Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 84
Periode: 1940–
Product: Rapport, evaluatieverslag, o.a.:
– Een verstrekkende wet: evaluatie van de Wet voorzieningen gehandicapten, eerste meting, IPSO FACTO, SGBO (Den Haag, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 1995)
– Evaluatie van de WIK Monitor flankerend beleid WIK
Opmerking: Tot deze handeling wordt ook gerekend het uitbrengen van een verslag aan de Staten-Generaal over de doeltreffendheid, doelmatigheid en effecten van een wet x-aantal jaren na inwerkingtreding van deze wet.
Waardering: B 2
(8.) «8B
Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over ontwikkelingen op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Opmerking: Dit houdt ook in het periodiek rapporteren aan internationale organisaties over de uitvoering van aangegane verdragsverplichtingen betreffende de sociale voorzieningen.
Waardering: B 3
4.3.1.4. Onderzoek
(3.) «3B
Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over de sociale voorzieningen.
Grondslag: o.a. Besluit in- en doorstroombanen (Stb. 1999, 591) [b.w. Stb. 2003, 376], art. 13, art. 17
Periode: 1952–
Product: Offerte, brieven, rapporten en nota’s
Opmerking: Dit kan o.a. onderzoek betreffen dat er op gericht is om inlichtingen te verschaffen ten behoeve van beleidsontwikkeling.
Waardering: Toegekend (opdracht en eindproduct): B 1
Afgewezen (overige neerslag): V 10 jaar
(528.)
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1952–
Product: Nota’s, notities
Waardering: V 10 jaar
(529.)
Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1952–
Product: Rekeningen, declaraties
Waardering: V 10 jaar
(530.)
Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1952–
Product: Nota’s, notities
Waardering: V 10 jaar
4.3.1.5. Overleg
(4.) «4B
Handeling: Het voeren van overleg met vakministers en vertegenwoordigers van uitvoeringsorganen over aangelegenheden betreffende de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1952–
Product: verslag, notulen, akkoord
Waardering: B 1
(531.)
Handeling: Het voeren van overleg met een representatieve vertegenwoordiging van de gemeenten om de hoogte van de subsidie aan gemeenten te bepalen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Notulen
Waardering: V 7 jaar
(532.)
Handeling: Het deelnemen aan overleggroepen, -organen of -commissies waarvan het voorzitterschap of secretariaat wel bij het eigen ministerie berust.
Handeling: Het voeren van overleg over de uitoefening van de taken en bevoegdheden van de rijksconsulenten.
Grondslag: –
Periode: 1940–1995
Product: notulen
Opmerking: De vergaderingen van de Rijksconsulenten en het Ministerie werden de Binnen- en Buitendienst Contactvergaderingen genoemd, meestal afgekort tot BBC-vergaderingen.
Waardering: V 5 jaar
4.3.1.6. Internationaal
(533.)
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van standpunten aangaande de sociale voorzieningen in het kader van deelname aan internationaal overleg.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Nota’s, memoranda, rapporten
Waardering: B 1
(534.)
Handeling: Het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen van overleg- en bestuursorganen van internationale organisaties inzake de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Verslagen, notulen, notities, rapporten
Waardering: B 1
(535.)
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van (bilaterale en multilaterale) verdragen en bijbehorende akkoorden met andere mogendheden inzake de sociale voorzieningen.
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van multilaterale verdragen met administratieve akkoorden of verordeningen en regelingen van internationale organisaties inzake de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Verdragen, administratieve akkoorden
Waardering: B 1
(537.)
Handeling: Het (beleidsmatig) beoordelen van mogelijk interventies in zaken die voorkomen bij internationale hoven.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Rapport, nota
Opmerking: Met internationale hoven worden o.a. bedoeld: het Hof van Justitie te Luxemburg, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg en de Commissie Rechten van de Mens van de VN.
Waardering: B 1
(538.)
Handeling: Het deelnemen aan (technische) commissies die nadere uitvoeringsregels stellen of toezien op de goede uitvoering van een verdrag met betrekking tot de sociale voorzieningen.
Handeling: Het implementeren of rapporten over de implementatie van internationale regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau met betrekking tot de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Rapport
Waardering: B 3
4.3.1.7. Advies
(540.)
Handeling: Het adviseren van organisaties over het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Advies
Opmerking: Dit kunnen zowel organisaties van de overheid zijn als van het bedrijfsleven.
Waardering: B 5
4.3.1.8. Informatievoorziening
(9.) «9B
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek (incidenteel) informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal inzake de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1952–
Product: Kamervragen, brieven, notities, nota’s
Waardering: B 3
(12.) «12B
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de sociale voorzieningen.
Grondslag: Grondwet 1887 (Stb. 1887, 212) art. 8;
Grondwet 1983 (Stb. 1983, 22) art. 5
Periode: 1952–
Product: brieven aan burgers
Waardering: V 3 jaar
(542.)
Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Voorlichtingsmateriaal
Waardering: V 3 jaar
Eén exemplaar van het voorlichtingsmateriaal blijft bewaard: B 5
(11.) «11B
Handeling: Het verstrekken van (algemene) informatie ten behoeve van externe organisaties op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Opmerking: Dit kunnen o.a. de SER, ILO of CBS zijn.
Waardering: V 10 jaar
(37.) «37A
Handeling: Het geven van voorlichting en adviezen aan en voeren van overleg met instanties die bemoeienis hebben met de sociale voorzieningen over de uitvoering van de sociale voorzieningen.
Grondslag: onder andere: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) [b.w. Stb. 1997, 789], art. 37 tweede lid
Opmerking: Een van de belangrijkste taken van Rijksconsulenten was de beleidsoverdracht aan gemeenten en andere instanties over de uitvoering van de sociale voorzieningen.
Waardering: V 5 jaar
4.3.1.9. Mandatering
(544.)
Handeling: Het overdragen van bevoegdheden aan organisaties uit het bedrijfsleven of aan een onder de minister ressorterende ambtenaar
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Mandaatbesluit
Waardering: B 1
4.3.1.10. Vrijstelling en ontheffing
(545.)
Handeling: Het verlenen van vrijstelling van gestelde regelen.
Handeling: Het informeren van Commissies voor Verzoekschriften en andere tot het onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van beleid betreffende de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1952–
Product: inlichtingen, verslag
Waardering: B 2
(547.)
Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van een besluit betreffende de sociale voorzieningen
Grondslag: –
Periode: 1952–
Product: Beschikkingen
Waardering: V 10 jaar na beslissing
(13.) «13B
Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende de sociale voorzieningen.
Handeling: Het voeren van verweer in beroep- of bezwaarschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Verweerschriften
Waardering: V 5 jaar na beslissing
4.3.1.13. Commissies
(16.) «16C
Handeling: Het (bij K.b.) benoemen van de leden, plaatsvervangende leden, secretaris en adjunct-secretaris van (landelijke) adviescommissies.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 82 tweede tot en met zesde lid (b.w. Stb. 1963, 284); Instellingsbeschikkingen; Rijksgroepsregelingen; Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 72 zesde en achtste lid; gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 11a en 72 vierde en vijfde lid (b.w. Stb. 1987, 631)
Periode: 1952–1983
Product: beschikking/Koninklijk besluit
Opmerking: In de meeste gevallen worden de leden van de commissies bij ministerieel besluit benoemd, in een klein aantal gevallen bij K.b. (bijv. de leden van de Algemene Armencommissie en de voorzitter van het College Algemene Bijstandswet).
Waardering: V 10 jaar na ontslag
(17.) «17B
Handeling: Het toevoegen van ambtelijke adviseurs aan het College Algemene Bijstandswet en landelijke adviescommissies.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 72 zevende lid; gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 72 vijfde lid (b.w. Stb. 1987, 631); Besluit bijstandsverlening woonwagenbewoners (Stb. 1974, 359) art. 21 derde lid (b.w. Stb. 1987, 443)
Periode: 1970–1983
Product: beschikking
Waardering: V 10 jaar na ontslag
(18.) «18C
Handeling: Het (bij K.b.) vaststellen van regels voor de samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van (landelijke) adviescommissies.
Grondslag: o.a. Besluit tot uitvoering van art. 82 der Armenwet (Stb. 1912, 265) art. 5 (b.w. Stb. 1963, 284); Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 72 twaalfde lid; gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 11a vijfde lid en 74a (b.w. Stb. 1987, 631); Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 28 vierde lid (b.w. Stb. 1986, 544); Besluit bijstandsverlening woonwagenbewoners (Stb. 1974, 359) art. 20 zesde lid (b.w. Stb. 1981, 830) en 21 zesde lid (b.w. Stb. 1987, 443)
Periode: 1952–1983
Product: ministeriële regeling/Koninklijk besluit, onder andere:
– Beschikking werkwijze en samenstelling Commissie van Advies inzake bijstandsverlening aan woonwagenbewoners (Stcrt. 1974, 134)
– Beschikking werkwijze en samenstelling Commissie van Advies inzake bijstandsverlening bij aankoop van woonwagens (Stcrt. 1974, 134)
Waardering: B 4
(20.) «20B
Handeling: Het verzoeken aan het College Algemene Bijstandswet of vaste adviescommissies om een commissie in te stellen voor de behandeling van bepaalde onderwerpen.
Grondslag: o.a. Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 72 dertiende lid
Periode: 1970–1972
Product: verzoek
Waardering: V 5 jaar
(550.) «15C+23B
Handeling: Het instellen van (landelijke) commissies op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Handeling: Het deelnemen aan het bestuur van (privaatrechtelijke) instellingen op het gebied van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1952–1983
Product: Bestuurs- c.q. lidmaatschapsarchief
Waardering: V 5 jaar na beëindiging van deelname of opheffing
(558.)
Handeling: Het benoemen van de voorzitter of vice-voorzitter van een (privaatrechterlijke) instelling.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Benoemingsbesluit
Waardering: V 5 jaar na beëindiging functie
4.3.1.15. Aanwijzen van ambtenaren
(559.)
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren belast met de uitvoering van wet- en regelgeving op het terrein van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Ministeriële regeling
Waardering: V 10 jaar na ontslag
4.3.1.16. Toezicht
(33.) «33B
Handeling: Het (bij AMvB) regelen van taken, bevoegdheden en ambtsgebieden van bijstandsconsulenten en rijksconsulenten.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 38 tweede lid; Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 81b tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1952–1983
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit 29 december 1964, nr, 76952/Va (Stcrt. 1965/5)
– Besluit bijstandsconsulenten (Stb. 1974, 521)
Opmerking: Met ingang van 1 oktober 1988 zijn de per provincie bestaande Rijksconsulentschappen sociale zekerheid geïntegreerd in vijf nieuwe Rijksconsulentschappen.Met ingang van 1 januari 1996 hebben de rijksconsulenten geen aparte wettelijke taken meer.
Waardering: B 1
(34.) «34B
Handeling: Het geven van instructies en richtlijnen aan Rijksconsulenten en bijstandsconsulenten.
Grondslag: onder andere: Besluit bijstandsconsulenten (Stb. 1974, 521) [b.w. Stb. 1995, 200] art. 6
Periode: 1952–1983
Product: Ministeriële regeling/instructie/richtlijn, onder andere:
– Rapport Financiële controle ABW 1978
– Nota Uitgangspunten en normering toetsings- en maatregelenbeleid (TK II, 1991–1992, 22 300 XV, nr. 92)
Waardering: B 1
(565.)
Handeling: Het geven van een aanwijzing aan een organisatie of een gemeente.
Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 76 derde lid
Periode: 1940–
Product: Aanwijzing
Opmerking: Dit betreft o.a. de uitvoering van wet- en regelgeving door de betrokken organisatie of gemeente.
Waardering: B 5
(40.) «40B
Handeling: Het signaleren van problemen bij gemeenten of uitvoerende instanties bij de toepassing van de wetgeving of de uitvoering van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1952–1983
Product: opmerkingen, correspondentie
Waardering: V 5 jaar
(41.) «41B
Handeling: Het voordragen van gemeentelijke besluiten voor schorsing of vernietiging door de Kroon.
Handeling: Het houden van toezicht op de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van wet- en regelgeving op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 35 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 465);
Tijdelijke aanvullende stimuleringsregeling regulier maken 10.000 ID-banen (Stcrt. 2003, 78) [Stcrt. 2003, 78], art. 2 en art. 5
Periode: 1952–
Product: Correspondentie, financiële bescheiden
Opmerking: Deze handeling houdt ook in: het wijzigen van de hoogte van de subsidie, het (ambtshalve) vaststellen van de subsidie, het opschorten van de betaling en het verstrekken van voorschotten. Het lager vaststellen van een subsidie wordt ‘maatregel’ genoemd. De subsidie wordt verleend op basis van de projectvoorstellen die bij de aanvraag voor de subsidie zijn ingediend. Tevens kan de subsidie onder voorwaarden worden verleend.
Dit betreft o.a. de volgende vormen van subsidie:
– aan instelling met een adviserende of uitvoerende taak;
– (experimentele) projecten;
– voor de uitvoering van voorzieningen;
– voor bijzondere omstandigheden;
– afwijkende subsidieverstrekking voor 1998 en 1999;
– voor projecten die tot doel hebben om langdurig werklozen te reïntegreren in het arbeidsproces door hen een arbeidsovereenkomst te laten aangaan.
Waardering: V 10 jaar
4.3.1.18. Financiering
(572.) «216A
Handeling: Het vergoeden van (een deel van) de kosten voor uitkeringen en uitvoering van de sociale voorzieningen.
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) [b.w. Stb. 2000, 383], art. 57 t/m 59 [nieuw Stb. 2003, 376], art. 57 tweede lid t/m 59a en 59c eerste lid
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) [b.w. Stb. 2000, 383], art. 38 derde lid, art. 57 vierde lid; [nieuw Stb. 2003, 376], art. 56 t/m 59a en 59c eerste lid
Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250,) [b.w. Stb. 1997, 760], art. 18 eerste en derde lid, 19 vierde lid en 37 tweede lid
Wet voorzieningen gehandicapten (Stb. 1993, 545) [Stb. 1999, 598], art. 10a eerste lid
Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 200) [Stb. 1999, 542; b.w. Stb. 2000, 383], art. 134 eerste en tweede lid, art. 135 eerste en tweede lid, art. 136 en art. 137 Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Stb. 1998, 59) [Stb. 2001, 625], art. 36 t/m 41
Regeling inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten 1996 (Stcrt. 1995, 240) [Stcrt. 1995, 240], art. 3, 4, 5 en 6
Periode: 1952–1983
Product: Financiële bescheiden
Opmerking: Onder deze handeling valt ook het verlenen van voorschotten en het verlenen van de aanvullende uitkering aan de gemeenten door de minister. Tevens houdt deze handeling ook het vaststellen van de vergoeding en de voorschotten in. De minister kan besluiten (een deel van) de kosten niet te vergoeden als toezichtmaatregel. De uitvoering van de maatregel kan geschieden via invordering of verrekening met de vergoeding van het volgende jaar. Dit geldt voor de WIK voor zowel B&W als voor de adviserende instelling.
Waardering: V 10 jaar
4.3.2. Armenzorg en instellingen van weldadigheid
4.3.2.1. Totstandkoming van beleid
(42.) «42B
Handeling: Het bij of krachtens AMvB vaststellen van regels voor:
– de in te dienen opgaven van aantallen bedeelden of verpleegden, inkomsten en uitgaven van instellingen van weldadigheid;
– het verdelen van gelden over de verschillende plaatselijke instellingen van weldadigheid door armenraden of colleges van burgemeester en wethouders;
– de bevoegdheden van besturen van de armenraden en de verkiezing en aanstelling van de leden daarvan.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), [Stb. 1929, 326; b.w. Stb. 1963, 284, behalve art. 13 derde lid, b.w. Stb. 2004, 24], art. 13 derde lid, 16 tweede lid, 23 eerste lid, 42 zesde lid, 45, 48 derde lid, 49 tweede lid, 50 eerste lid en 56 tweede lid;
Periode: 1952–2004
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit tot uitvoering van de artikelen 13, 16, 23, 48, 49, 50 en 56 der Armenwet (Stb. 1912, 264) zoals gewijzigd (Stb. 1929, 454)
Opmerking: Bij ministeriële regeling werden modellen opgesteld voor door de instellingen van weldadigheid in te dienen lijsten van aantallen bedeelden of verpleegden, inkomsten en uitgaven.
Waardering: B 1
(43.) «43B
Handeling: Het vaststellen van (beleids)regels voor de uitvoering van bijstandsverlening aan bijzondere (groepen) behoeftigen door gemeenten en de bijdragen daarvoor van het Rijk.
Grondslag: –
Periode: 1952–1965
Product: ministeriële regeling, circulaires
Opmerking: Door de Minister van Binnenlandse Zaken, na 1952 van Maatschappelijk Werk werden onder andere kosten vergoed voor bijstandsverlening aan Nederlanders in het buitenland, armlastige vreemdelingen in Nederland, gerepatrieerden, werklozen en woonwagenbewoners.
Waardering: B 1
(44.) «44B
Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van verslag aan de Staten-Generaal over de zorg van de regering voor de sociale voorzieningen.
Handeling: Het bij K.b. beslissen dat ondersteuning aan een bepaalde arme door burgemeester en wethouders moet worden toegekend.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 32 eerste lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1964
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar
(46.) «46B
Handeling: Het bij of krachtens AMvB vaststellen van voorschriften met betrekking tot plaatsing van armen, die psychiatrische behandeling en verpleging behoeven in daartoe aangewezen inrichtingen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1935, 379) art. 39 vierde lid (b.w. Stb. 1955, 456); Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 8 (b.w. Stb. 1949, J 115); Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 8
Periode: 1952–1955
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136)
– Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115)
Waardering: B 1
(47.) «47B
Handeling: Het aanwijzen van inrichtingen in den zin van artikel 7 der wet tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, die geschikt zijn voor de psychiatrische behandeling en verpleging van armen.
Grondslag: Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 1 eerste en derde lid (b.w. Stb. 1949, J 115); Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 1 eerste en derde lid
Periode: 1952–1955
Product: lijst van inrichtingen
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(48.) «48B
Handeling: Het aanwijzen van deskundigen die een verklaring mogen afleggen over de geestelijke toestand van een bepaald persoon en de noodzaak tot opname in een gesticht als bedoeld in art. 7 der wet tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1935, 379) art. 39 vierde lid (b.w. Stb. 1955, 456); Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 3 eerste en tweede lid; Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 3 eerste en tweede lid
Periode: 1952–1955
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(49.) «49B
Handeling: Het stellen van regels voor de taak van de deskundigen die een verklaring als bedoeld in art. 39 derde lid van de Armenwet mogen afgeven.
Grondslag: Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 3 derde lid; Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 3 derde lid
Periode: 1952–1955
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(50.) «50B
Handeling: Het toekennen van vergoedingen aan deskundigen die een verklaring als bedoeld in art. 39 derde lid van de Armenwet mogen afgeven.
Grondslag: Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 5; Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 5 tweede lid
Periode: 1952–1955
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(51.) «51B
Handeling: Het bij K.b. beslissen dat de kosten voor bijstand voor een arme ten laste komen van de vorige verblijfplaats van de arme of van een in die gemeente gevestigde instelling van weldadigheid, indien de oude en nieuwe verblijfplaats in verschillende provincies liggen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 40 tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284) en (Stb. 1935, 379) art. 39bis (b.w. Stb. 1955, 456)
Periode: 1952–1964
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(52.) «52A+52B
Handeling: Het voorschieten en terugvorderen van de kosten voor verpleging of verzorging in een inrichting van een arme in gevallen van onzekerheid door welk orgaan deze gedragen zouden moeten worden.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1955, 456) art. 30e en 39 vierde lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1955–1964
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(53.) «53B
Handeling: Het verlenen van bijstand aan armlastige Nederlanders in het buitenland.
Bron: Staatsalmanakken
Periode: 1952–1964
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
N.B. is reeds vernietigd op grond van oude vernietigingslijsten of incidentele machtiging. Voor beleidsbepaling zie nr. 1, voor circulaires etc zie nr. 43.
(54.) «54B
Handeling: Het verhalen van de kosten voor verpleging door het Rijk gemaakt en voor behoeftige Nederlanders in het buitenland.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1929, 326) art. 63 tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1964
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
N.B. is reeds vernietigd op grond van oude vernietigingslijsten of incidentele machtiging. Voor beleidsbepaling zie nr. 1, voor circulaires etc zie nr. 43.
4.3.2.3. Instellingen van weldadigheid
(56.) «56B
Handeling: Het bij K.b. goedkeuren van gemeentelijke en provinciale besluiten omtrent het regels van de bestemming van bezittingen van een op te heffen instelling van weldadigheid.
Handeling: Het bij K.b. vaststellen van termijnen waarin door het bestuur van een instelling van weldadigheid een regeling getroffen moet worden voor het beheer of de bestemming van de bezittingen van de instelling.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 9 en 10 eerste lid (b.w. Stb. 1976, 229)
Periode: 1952–1976
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 10 jaar
(58.) «58B
Handeling: Het bij K.b. goedkeuren van regelingen van Gedeputeerde staten voor het toezicht op het beheer van instellingen van weldadigheid, wanneer daar niet of niet voldoende in is voorzien.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1929, 326) art. 11a en 11b (b.w. Stb. 1976, 229)
Periode: 1952–1976
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(59.) «59B
Handeling: Het bij KB vernietigen van beslissingen van Gedeputeerde staten in beroepszaken van besturen van instellingen van weldadigheid tegen de beslissingen van burgemeester en wethouders inzake de goedkeuring van de begroting en de rekening en verantwoording van een instelling.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) [b.w. Stb. 2004, 24], art. 27 derde lid
Periode: 1952–2004
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar
(60.) «60B
Handeling: Het goedkeuren van bepaalde besluiten van armenraden of colleges van burgemeester en wethouders inzake de verdeling van gelden over de verschillende plaatselijke instellingen van weldadigheid.
Grondslag: Besluit tot uitvoering van de artikelen 13, 16, 23, 48, 49, 50 en 56 der Armenwet (Stb. 1912, 264) art. 16–18 (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1964
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(61.) «61B
Handeling: Het stellen van voorschriften voor de begroting en de rekening van instellingen van weldadigheid en voor de verslagen van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van die instellingen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) [Stb. 1950, K575; b.w. Stb. 2004, 24], art. 20 quater vierde lid en 27 eerste lid
Periode: 1952–2004
Product: ministeriële regeling
Opmerking: Voor het vaststellen van de regeling diende Gedeputeerde staten gehoord te worden.
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(62.) «62
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels inzake het toezicht van Gedeputeerde staten op het archiefbeheer bij instellingen van weldadigheid.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) [Stb. 1962, 313; i.w. Stb. 1968, 201; b.w. Stb. 2004, 24], art. 20 octies derde lid
Periode: 1968–2004
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit houdende vaststelling van de in het derde lid van artikel 20 octies van de Rompwet Instellingen van Weldadigheid bedoelde regels (Stb. 1979, 42)
Waardering: V 5 jaar
4.3.2.4. Armenraden
(63.) «63B
Handeling: Het bij K.b. instellen van een armenraad in een gemeente of enkele gemeenten samen, het vaststellen van de grenzen van het ambtsgebied en het bepalen van het aantal bestuursleden, vertegenwoordigers en plaatsvervangende vertegenwoordigers van de raad.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1929, 326) art. 41, 42 tweede lid en 46 tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1964
Product: instellingsbeschikking
Opmerking: Voor het nemen van het besluit diende de Algemene Armencommissie gehoord te worden.
Waardering: B 4
(65.) «65B
Handeling: Het bij K.b. schorsen van de werkzaamheden van een armenraad, verlengen en opheffen van de schorsing.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 53 tweede en derde lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1964
Product: Koninklijk besluit
Waardering: B 1
(66.) «66B
Handeling: Het bij K.b. benoemen van secretarissen van armenraden en vaststellen van de bezoldiging.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 51 eerste en tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1964
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar na ontslag
(67.) «67B
Handeling: Het (bij K.b.) goedkeuren van huishoudelijke reglementen en instructies voor de secretaris van een armenraad.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 51 derde lid en 52 eerste lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1965
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(68.) «68B
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van voorschriften voor het jaarverslag, de begroting en de rekening van de armenraden.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 56 eerste lid, 62 (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1964
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar
(69.) «69B
Handeling: Het bij K.b. vaststellen van het aandeel van de verschillende gemeenten in de kosten van de armenraad, wanneer deze voor een aantal gemeenten gezamenlijk is ingesteld en de gemeenten in verschillende provincies liggen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 61 tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1964
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar
4.3.2.5. De algemene armencommissie
(70.) «70B
Handeling: Het bij AMvB instellen van een Algemene Armencommissie en vaststellen van het werkterrein van die commissie
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 82 eerste lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1952–1964
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit tot uitvoering van art. 82 der Armenwet (Stb. 1912, 265)
Waardering: B 4
4.3.3. Bijstand en groepsregelingen
4.3.3.1. Beleidsbepaling en -evaluatie
(72.) «72A
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van bijstandsverlening in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) [Stb. 1970, 447; b.w. Stb. 1995, 200], art. 7a tweede lid
Periode: 1970–1983
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit krediethypotheek (Stb. 1971, 409; b.w. Stb. 1983, 602)
– Bijstandsbesluit krediethypotheek (Stb. 1983, 602; b.w. Stb. 1995, 200)
Waardering: B 1
(73.) «73A
Handeling: Het stellen van regels voor uitvoering van de verlening van krediethypotheken.
Grondslag: Besluit krediethypotheek (Stb. 1971, 409) art. 1 derde lid (b.w. Stb. 1983, 602);
Periode: 1971–1983
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(74.) «74A
Handeling: Het stellen van regels voor de herziening van de hoogte van de bijstand in verband met de harmonisatie van de bijstandsverlening in de gemeenten.
Grondslag: Wet, houdende nadere regels van tijdelijke aard ten aanzien van de bijstand in de algemene noodzakelijke kosten van bestaan (Stb. 1971, 310) art. 2
– Vaststelling bedragen Rijksgroepsregelingen (Stcrt. 1973, 88) art. VI
Waardering: B 1
(75.) «75A
Handeling: Het bij AMvB regels van de toekenning van de vakantie-uitkering als onderdeel van de bijstand.
Grondslag: Wet, houdende nadere regels van tijdelijke aard ten aanzien van de bijstand in de algemene noodzakelijke kosten van bestaan (Stb. 1971, 310) art. 1 eerste lid onder c
Periode: 1971–1974
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– K.b., houdende toekenning van een vakantie-uitkering aan niet in inrichtingen verblijvende personen (Stb. 1971, 436)
Opmerking: In 1974 werd de vakantie-uitkering een onderdeel van de landelijke normering en dus opgenomen in het B.l.n., onder art. 15.
Waardering: B 1
(76.) «76A
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere regels ten aanzien van de verlening van bijstand door de gemeenten.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 11 eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1973–1983
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels betreffende de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening en de terugbetaling daarvan.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (1978, 127) art. 4a vierde lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1979–1983
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(79.) «79A
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot de omvang van de buitengewone uitgaven.
Grondslag: Bijstandsbesluit landelijke draagkrachtcriteria (Stb. 1980, 87) art. 15 tweede lid (b.w. Stb. 1991, 337)
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van de minimumbedragen voor bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan (in verband met de bijstandsverlening).
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 1 derde lid (b.w. Stb. 1972, 675)
Periode: 1963–1972
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– K.b. van 21 december 1964 (Stb. 552) houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van artikel 1 derde lid
Waardering: B 1
(92.) «92A
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels voor de vaststelling van de minimumbedragen voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1979, 711) art. 1 derde lid
Periode: 1980–1983
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(93.) «93A
Handeling: Het herzien van de normbedragen voor de bijstandsverlening in het B.l.n. en de daarbij behorende regelingen en de normbedragen voor uitkeringsgerechtigden in het buitenland.
Grondslag: Bijstandsbesluit landelijke normering (Stb. 1974, 418) art. 19 en de op het B.l.n. gebaseerde regelingen (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1974–1983
Product: ministeriële beschikkingen/besluiten
Opmerking: Deze wijzigingen van de normbedragen zijn in de (Nederlandse) Staatscourant gepubliceerd. De vindplaatsen hiervan zijn hier niet verder uitgewerkt/opgenomen. Vanwege de normbedragen voor bijstandsverlening aan uitkeringsgerechtigden die buiten Nederland wonen worden afgestemd op de kosten van levensonderhoud in het desbetreffende land. De ambassades doen een voorstel voor de normbedragen, dat door de minister wordt goedgekeurd. Voor Indonesië geldt dat de normbedragen door de ambassade zelf worden vastgesteld (overeenkomstig het loon van de laagst betaalde ambtenaar van de ambassade).
Waardering: V 5 jaar
(94.) «94A
Handeling: Het wijzigen van de normbedragen van de draagkrachtcriteria.
N.B. Tot 1963 werden de bijstandsregelingen voor zelfstandigen mede door Minister van Economische Zaken ondertekend. De regeling uit 1943 kwam tot stand als regeling van de Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken in overleg met die van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Deze secretarissen-generaal worden hier verder beschouwd als voorgangers van de ministers van Sociale Zaken en Economische Zaken.
ten aanzien van gehandicapten
– Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 18 augustus 1952, nr. C. 9590, afd S.B. en M.O.
– Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 20 september 1955, nr. 9190, afdeling S.B. en C.A.
– Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 9 november 1955, nr. 8869, afdeling S.B. en C.A.
– Voorziening voor Blinden (Stcrt. 1956, 84)
– Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 14 maart 1957, nr. 1014, afdeling S.B. en C.A.
– Tijdelijk Bijstandsverlening aan Mindervaliden (Stcrt. 1962, 85)
Handeling: Het bij AMvB vaststellen dat de rijksgroepsregelingen ook geldt voor bepaalde Nederlanders die zich in het buitenland bevinden of voor bepaalde vreemdelingen die zich in Nederland bevinden.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 421) art. 82a eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200) en 84 eerste lid (b.w. Stb. 1991, 65)
Periode: 1970–1983
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(115.) «115A
Handeling: Het bepalen wat moet worden verstaan onder inkomsten (en verwervingskosten) en bepalen of die van invloed zijn op de uitkering.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) zoals gewijzigd (Stb. 1970, 476) art. 14 (b.w. Stb. 1974, 419); Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 13 (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 13 (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 3 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544); Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1965, 444) art. 15 zesde lid en 16; gewijzigd (Stb. 1970, 475) art. 15 vierde lid en 16 (b.w. Stb. 1974, 419) e.a.
Periode: 1965–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling inkomen bij toepassing van Rijksgroepsregelingen (Stcrt. 1970, 245)
Opmerking: De regeling is tot stand gekomen gehoord de Centrale Commissie Zelfstandigen.
Waardering: B 1
(116.) «116A
Handeling: Het vaststellen van regels voor de verrekening van heffingen bij de vaststelling van de uitkering volgens een rijksgroepsregeling.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) art. 17 (b.w. Stb. 1974, 419); Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1965, 444) art. 18 tweede lid (b.w. Stb. 1974, 419) e.a.
Periode: 1965–1974
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(117.) «117
Handeling: Het wijzigen van regels omtrent de vereiste toestemming van de minister bij de toekenning van een uitkering.
Grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 24 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 22 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148); Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1965, 444) art. 29 tweede en derde lid (b.w. Stb. 1974, 419) e.a.
Handeling: Het stellen van nadere regels ter bepaling van de gevallen waarin de aanvrager als kostwinner wordt aangemerkt.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) art. 2 tweede lid (b.w. Stb. 1984, 626); Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 4 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544)
Periode: 1965–1983
Product: ministeriële regeling
Opmerking: Voor de vaststelling van de regeling diende de Centrale Commissie Zelfstandigen gehoord te worden.
Waardering: B 1
(119.) «119A
Handeling: Het (tot 1968 bij AMvB) herzien van de hoogte van de bijstandsuitkeringen en toeslagen die op grond van de verschillende rijksgroepsregelingen worden verleend.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1964, 553) art. 9 eerste lid; gewijzigd (Stb. 1966, 393); gewijzigd (Stb. 1968, 502) (b.w. Stb. 1974, 419); Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1965, 444) art. 12 eerste lid; gewijzigd (Stb. 1968, 501) art. 12 (b.w. Stb. 1974, 419); Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 22; gewijzigd (Stb. 1969, 614) art. 22, 31 derde lid en 33 tweede lid; vernummerd (Stb. 1973, 506) art. 33 eerste lid (b.w. Stb. 1986, 544) e.a.
Periode: 1965–1983
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling
Opmerking: De uitkeringen werden jaarlijks of halfjaarlijks aangepast. De besluiten werden in het Staatsblad of de Staatscourant gepubliceerd.
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
4.3.3.3. Zelfstandigen
(135.) «135A
Handeling: Het stellen van regels voor de informatieverstrekking door burgemeester en wethouders aan de Plaatselijke Commissie Zelfstandigen.
Grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5), zoals gewijzigd (Stb. 1969, 614) art. 31 vierde lid (b.w. Stb. 1986, 544)
Periode: 1969–1983
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(136.) «136A
Handeling: Het stellen van regels voor de toekenning van vacatiegelden door burgemeester en wethouders aan leden van Plaatselijke Commissies Zelfstandigen.
– Besluit van de ministers van Sociale Zaken en van Maatschappelijk Werk van 19 januari 1965, nr. 76991 (Stcrt. 1965, 36)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(137.) «137A
Handeling: Het stellen van regels voor het bepalen wanneer iemand als zelfstandige in de zin van de rijksgroepsregelingen kan worden aangemerkt.
Grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 2 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544); Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen (Stb. 1977, 526) art. 1 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544)
Periode: 1965–1983
Product: ministeriële regeling
Opmerking: Voor de vaststelling van de regeling diende de Centrale Commissie Zelfstandigen gehoord te worden.
Waardering: B 1
(138.) «138A
Handeling: Het, in overeenstemming met een betrokken minister en de Centrale Commissie Zelfstandigen, bepalen welke maatregels ter sanering van een bedrijfstak de Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen voor die bedrijfstak niet toepasbaar maken.
Handeling: Het vaststellen van regels voor het afwijken van de wettelijke uitkeringsperiode van een zelfstandige.
Grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 26 derde lid (b.w. Stb. 1986, 544)
Periode: 1965–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit ter uitvoering van artikel 26 derde lid van de Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stcrt. 1975, 34)
Waardering: B 1
(141.) «141A
Handeling: Het stellen van regels voor de gevallen waarin de minister de Centrale Commissie niet hoeft te horen voor de bijstandsverlening aan zelfstandigen boven een bepaald bedrag.
Grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5), zoals gewijzigd (Stb. 1969, 614) art. 33 derde lid; gewijzigd (Stb. 1973, 506) art. 33 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544)
Periode: 1969–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit verstrekking bedrijfskapitaal aan zelfstandigen (Stcrt. 1970, 40)
– Besluit verstrekking bedrijfskapitaal aan zelfstandigen (Stcrt. 1974, 3)
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(142.) «142A
Handeling: Het, gehoord de Centrale Commissie Zelfstandigen, vaststellen van regels voor de waardering van het vrij te laten vermogen voor het bedrijf of beroep van een zelfstandige.
Grondslag: Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen (Stb. 1977, 526) art. 9 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544)
Periode: 1977–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit nadere regels voor de vaststelling van voor het bedrijf of beroep bestemde vermogen (Stcrt. 1977, 190) (jaarlijkse wijzigingen gepubliceerd in de Staatscourant)
Waardering: B 1
(143.) «143A
Handeling: Het stellen van regels voor het verlenen van bijstand aan oudere zelfstandigen indien het inkomen uit het bedrijf of beroep beneden het in de rijksgroepsregeling gestelde minimum is gedaald.
Grondslag: Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen (Stb. 1977, 526) art. 4 tweede lid (b.w. Stb. 1986, 544)
Periode: 1977–1983
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(145.) «145A
Handeling: Het besluiten in bijzondere gevallen andere waarborgen voor de bestemming van een oudedagsvoorziening te aanvaarden dan de in de rijksgroepsregeling genoemde.
Grondslag: Rijksgroepsregeling vrijlating oudedagsvoorziening bijzondere groepen (Stb. 1974, 825) art. 6 derde lid (b.w. 1987, 281)
Periode: 1974–1983
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(146.) «146A
Handeling: Het herzien van de hoogte van het vrij te laten vermogen van een oudere gewezen zelfstandige of werkloze werknemer bij de middelentoets voor bijstandsverlening.
Grondslag: Rijksgroepsregeling vrijlating oudedagsvoorziening bijzondere groepen (Stb. 1974, 825) art. 5 derde lid (b.w. 1987, 281)
Periode: 1974–1983
Product: ministeriële regeling
Opmerking: De bijna jaarlijkse herziening werd in de Staatscourant gepubliceerd.
Waardering: V 5 jaar
(147.) «147A
Handeling: Het wijzigen van het rentepercentage voor rentedragende leningen die als bijstand aan zelfstandigen worden verleend.
Grondslag: Rijksgroepsregeling ouder zelfstandigen (Stb. 1977, 562), zoals gewijzigd (Stb. 1979, 667) art. 19 derde lid
Periode: 1979–1983
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar
4.3.3.4. Gehandicapten
(151.) «151A
Handeling: Het stellen van regels inzake gevallen waarin geen bijstand verleend wordt voor voorzieningen, die dienen tot het verkrijgen of behouden van arbeid aan gehandicapten, of inzake categorieën waarvoor van de bestaande regels afgeweken kan worden.
Grondslag: Tijdelijke Rijksgroepsregeling Arbeidsinschakeling Gehandicapten (Stb. 1965, 6) art. 6 tweede lid (b.w. Stb. 1965, 444)
Periode: 1965
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(152.) «152
Handeling: Het bepalen dat de termijn mag worden overschreden, waarop de toepassing van de rijksgroepsregeling voor een uitkeringsgerechtigde gehandicapte zou eindigen.
Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het maximumbedrag en de voorwaarden voor het verstrekken van een lening voor de woninginrichting van een toegewezen ongemeubileerde woongelegenheid.
Grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 21 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 19 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148)
Periode: 1965–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Regeling buiten invordering stellen van leenbijstand verleend op grond van Rijksgroepsregelingen (Stcrt. 1984, 6)
Waardering: B 1
(155.) «155A
Handeling: Het besluiten dat bepaalde wijzigingen in de hoogte van uitkeringen op grond van de AOW en AWW niet doorwerken in een uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden en de Rijksgroepsregeling Ambonezen.
Grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550), zoals gewijzigd (Stb. 1969, 393) art. 12 vierde lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551), zoals gewijzigd (Stb. 1969, 393) art. 12 vierde lid (b.w. Stb. 1987, 148)
Handeling: Het herzien van het maximum inkomen dat gehanteerd wordt voor de vaststelling van de periodieke uitkering op grond van de Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden en de Rijksgroepsregeling Ambonezen.
Grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 4 derde lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 4 derde lid (b.w. Stb. 1987, 148)
Periode: 1965–1983
Product: ministeriële beschikking, onder andere:
– Beschikking vaststelling maximum uitkeringsbedragen (Stcrt. 1971, 37)(sindsdien halfjaarlijks gewijzigd)
Waardering: V 5 jaar
4.3.3.6. Thuisloze personen
(159.) «159A
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de uitkeringsbedragen voor thuisloze personen en de daarop in mindering te brengen inkomsten van de uitkeringsgerechtigde.
Grondslag: Rijksgroepsregeling thuisloze personen (Stb. 1971, 276) art. 4 tweede lid en 5 derde lid (b.w. Stb. 1984, 635)
Periode: 1971–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking voorziening in kosten van persoonlijke uitgaven (Stcrt. 1971, 96)
Waardering: B 1
4.3.3.7. Woonwagenbewoners
(161.) «161
Handeling: Het vaststellen van het rentepercentage en nadere regels voor een geldlening ten behoeve van de aankoop van een woonwagen.
Grondslag: Besluit bijstandsverlening woonwagenbewoners (Stb. 1974, 359) art. 12 tweede tot en met vierde lid (b.w. Stb. 1981, 830)
Periode: 1974–1981
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking Vaststelling rentepercentage voor geldlening (Stcrt. 1974, 134)
Waardering: B 1
4.3.3.8. Uitvoering
(162.) «162A
Handeling: Het bij AMvB kunnen aanwijzen van de gemeente die bijstand moet verlenen aan (groepen) personen die in een bepaald gebied verblijven.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 421) art. 19a (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1970–1983
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Aanwijzingsbesluit bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart (Stb. 1976, 485)
Waardering: B 1
(163.) «163A
Handeling: Het stellen van regels voor de uitvoering van aanwijzingsbesluiten.
Grondslag: Voorlopig Aanwijzingsbesluit bijstandsverlening woonwagenbewoners (Stb. 1971, 449) art. 4 (b.w. Stb. 1983, 699); Aanwijzingsbesluit bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart (Stb. 1976, 485) art. 4 (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1971–1983
Product: ministeriële regeling
Waardering: B 1
(164.) «164A
Handeling: Het vaststellen van regels voor de indiening en behandeling van aanvragen om bijstand van Nederlanders die zich in het buitenland bevinden en onder een rijksgroepsregeling vallen.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 421) art. 82a tweede lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1970–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking behandeling bijstandsaanvragen vervolgingsslachtoffers in het buitenland (Stcrt. 1971, 231
Waardering: B 1
(165.) «165A
Handeling: Het bij AMvB kunnen vaststellen vanaf welk inwonertal van een gemeente burgemeester en wethouders bevoegd zijn om bepaalde beslissingen inzake bijstandsverlening te mandateren aan gemeenteambtenaren.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 29a eerste lid
Periode: 1970–1983
Product: algemene maatregel van bestuur
Opmerking: Een dergelijk AMvB is niet tot stand gekomen.
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(166.) «166A
Handeling: Het vaststellen van regels voor de uitvoering van bepaalde rijksgroepsregelingen.
Grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 41 (b.w. Stb. 1986, 544); Rijksgroepsregeling thuisloze personen (Stb. 1971, 276) art. 14 (b.w. Stb. 1984, 635); Rijksgroepsregeling vrijlating oudedagsvoorziening bijzondere groepen (Stb. 1974, 825) art. 8 (b.w. 1987, 281); Rijksgroepsregeling oudere zelfstandigen (Stb. 1977, 526) art. 18 eerste lid; gewijzigd (Stb. 1979, 667) art. 21 eerste lid
Periode: 1971–1983
Product: ministeriële regeling of circulaire
Waardering: B 1
(167.) «167A
Handeling: Het stellen van regels voor de uitvoering van vaststelling van de financiële draagkracht.
Handeling: Het verlenen van bijstand aan Nederlanders in het buitenland.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 82 en 95, (sinds 1970 – Stb. 1970, 421) art. 82a en (sinds 1973 – Stb. 1972, 675) art. 82b (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1963–1983
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
N.B. is reeds vernietigd op grond van oude vernietigingslijsten of incidentele machtiging.
(172.) «172A
Handeling: Het verlenen van bijstand ten behoeve van verpleging of verzorging in het buitenland aan Nederlanders die drie jaren voordat zij in een inrichting terecht kwamen geen vaste of een buitenlandse verblijfplaats hadden.
Grondslag: Algemene Bijstandswet, zoals gewijzigd (Stb. 1972, 675) art. 82b
Periode: 1973–1983
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
N.B. is reeds vernietigd op grond van oude vernietigingslijsten of incidentele machtiging.
(176.) «176A
Handeling: Het voor toepassing van de Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden gelijkstellen van personen die voor 1 april 1964 een verblijfsvergunning hebben aangevraagd met Nederlanders.
Grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 1 derde lid (b.w. Stb. 1987, 148)
Periode: 1965–1983
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(178.) «178
Handeling: Het registreren van de door burgemeester en wethouders genomen beslissingen op aanvragen om bijstand van woonwagenbewoners.
Grondslag: Rijksbijdrageregeling Woonwagenbewoners (Stcrt. 1965, 87) art. 5; Besluit bijstandsverlening woonwagenbewoners (Stb. 1974, 359) art. 1 eerste lid onder e en 4 (b.w. Stb. 1987, 443)
Periode: 1955–1982
Product: ‘de centrale registratie’
Waardering: B 5
(179.) «179
Handeling: Het verstrekken van inlichtingen uit de centrale registratie van bijstandsaanvragen van woonwagenbewoners aan burgemeester en wethouders.
Handeling: Het registreren van het kenmerk van de schouw van de woonwagen of het kentekennummer van het vervoermiddel waarvan voor de aanschaf bijstand is verleend.
Product: registers (onderdeel van de ‘centrale registratie’)
Waardering: B 5
zie nr. 178
(181.) «181
Handeling: Het buiten invordering stellen van kredieten die verstrekt zijn krachtens buiten werking getreden regelingen
Grondslag: Administratieve Regels Bijstand 1965 (Beschikking van de Minister van Maatschappelijk Werk, U 22 600, afd. F.Z.C. en directie M.V.) art. 2.5
Periode: 1965–1970
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(182.) «182A
Handeling: Het terugvorderen of verhalen van de kosten voor bijstand op
– personen, die bijstand rechtstreeks van het Rijk hebben ontvangen;
– Nederlanders die in het buitenland wonen;
– personen, waarvan de vordering door de minister is overgenomen van de gemeente.
Handeling: Het overnemen van een vordering van de kosten voor bijstand op een persoon van een gemeente.
Grondslag: Administratieve Regels Bijstand 1965 (Beschikking van de Minister van Maatschappelijk Werk, U 22 600, afd. F.Z.C. en directie M.V.) art. 2.6; Administratieve regels bijstand 1977 (Stcrt. 1976, 209) art. 28–29 (b.w. Stcrt. 1987, 188)
Periode: 1965–1983
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(185.) «185A
Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken, vaststellen van regels voor de inrichting van de administratie van de bijstandsverlening.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 50 en (Stb. 1972, 675) art 81c (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1963–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Administratieve regels bijstand 1965 (beschikking van de Minister van Maatschappelijk Werk van 8 april 1965, no. U 22 600, afd. F.Z.C. en directie M.V.)
Handeling: Het verzamelen van gegevens bij de gemeentebesturen betreffende de bijstandsverlening, anders dan ten behoeve van de statistiek.
Grondslag: Besluit verzameling gegevens uitvoering Algemene Bijstandswet (Stb. 1971, 514) art. 5 eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200)
Periode: 1971–1983
Product: inlichtingen
Waardering: V 5 jaar
4.3.3.9. Toezicht
(200.) «200A
Handeling: Het geven van toestemming aan gemeenten om bij de toekenning van een (bijzondere) uitkering af te mogen wijken van hetgeen in een groepsregeling bepaald is, omtrent de duur en hoogte van de uitkering.
Grondslag: Sociaal-economische hulpverlening aan kleine zelfstandigen, circulaire van 18 augustus 1943, no. 1-1199 sub I en II; Zelfstandigenregeling 1955 (Stcrt. 1955, 183) art. 12, 14 en 40; Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 33 tweede lid; gewijzigd (Stb. 1973, 506) art. 33 eerste lid (b.w. Stb. 1986, 544); Bijstandsbesluit zelfstandigen (Stb. 1986, 544) art. 31 eerste lid (b.w. Stb. 1995, 200); Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 1 vierde lid en 24 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 1 tweede lid en 22 tweede lid (b.w. Stb. 1987, 148); Gehandicaptenregeling 1958 (Stcrt. 1958, 247) art. 6 derde lid; Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1964, 554) art. 17 tweede lid (b.w. Stb. 1965, 444)
Periode: 1952–1983
Product: beschikking
Opmerking: Betrof de aanvrager van bijstand een zelfstandige dan werd tot 1986 werd hierbij de Centrale Commissie Zelfstandigen gehoord. Na die tijd was de mening van de Plaatselijke Commissie Zelfstandigen bepalend of er toestemming gevraagd diende te worden. Was dit het geval dan werd aan een betrokken minister tevens om advies gevraagd.
Waardering: B 4
(204.) «204A
Handeling: Het verlenen van vrijstelling voor het in mindering brengen van inkomsten op de uitkering aan een uitkeringsgerechtigde.
Grondslag: Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stb. 1964, 550) art. 13 eerste lid (b.w. Stb. 1987, 148); Rijksgroepsregeling Ambonezen (Stb. 1964, 551) art. 13 eerste lid (b.w. Stb. 1987, 148)
Periode: 1965–1983
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(205.) «205
Handeling: Het uitoefenen van controle op de uitvoering van de Rijksgroepsregeling Ambonezen.
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van regels ten aanzien van de rijksvergoeding voor de kosten van het bedrijfstechnisch of bedrijfseconomisch onderzoek naar het beroep of bedrijf van een zelfstandige in het kader van de R.z., de R.o.z., het B.z., de IOAZ of het Bbz.
Grondslag: Rijksgroepsregeling zelfstandigen (Stb. 1965, 5) art. 33 derde lid, gewijzigd (Stb. 1969, 614) art. 33 vierde lid, gewijzigd (Stb. 1973, 506) art. 33 derde lid (b.w. Stb. 1986, 544)
– Beschikking Rijksvergoeding rapportagekosten IOAZ en BZ (Stcrt. 1991, 252)
– Regeling uitvoerings- en onderzoekskosten zelfstandigen (Stcrt. 1996, 76)
Opmerking: De in de regelingen genoemde bedragen voor de onderzoekskosten worden jaarlijks aangepast.
Waardering: B 1
(220.) «220A
Handeling: Het verlenen van subsidies aan werkinrichtingen of instellingen met het oog op de bevordering van de deelname van gehandicapten aan het arbeidsproces.
Grondslag: o.a. Circulaire van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 18 augustus 1952, nr. C. 9590, afd. S.B. en C.A.
Periode: 1952–1964
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na vaststelling
De vaststelling van het subsidiebeleid wordt gerekend tot de handeling het vaststellen van beleid (zie nr. 1)
(221.) «221A
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels ten aanzien van de begripsbepaling van maatschappelijke en medische dienstverlening.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 1a derde lid (b.w. Stb. 1991, 337)
Periode: 1979–1983
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, vaststellen van voorschriften voor de toelating van een instelling of een persoon voor maatschappelijke of medische dienstverlening.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10c eerste en tweede lid (b.w. Stb. 1991, 337)
Opmerking: Voor het vaststellen van de algemene voorschriften (Stcrt. 1981, 101) was door de staatssecretaris van CRM overeenstemming bereikt met de staatssecretarissen van Justitie, Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Onderwijs en Wetenschappen.
Waardering: B 1
(223.) «223A
Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van categorieën van maatschappelijke of medische dienstverlening, die geen toelating behoeven aan te vragen voor vergoeding van de kosten van hun dienstverlening.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 1a vierde lid (b.w. Stb. 1991, 337)
Periode: 1979–1983
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit houdende aanwijzing van categorieën van maatschappelijke of medische dienstverlening waarop artikel 1a eerste lid van de Algemene Bijstandswet niet van toepassing is (Stb. 1979, 44)
Waardering: B 1
(224.) «224A
Handeling: Het vaststellen van regels voor de procedure van (voorlopige) toelating van een instelling of persoon voor maatschappelijk of medische dienstverlening.
Grondslag: Wet van 6 september 1978 (Stb. 490), houdende wijziging van de Algemene Bijstandswet, art. II achtste lid; Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10b negende lid (b.w. Stb. 1991, 337)
Periode: 1979–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking betreffende regels voor instellingen die om toelating verzoeken (Stcrt. 1979, 139)
– Procedure-regels indiening verzoeken om toelating als indirect gefinancierde instelling (Stcrt. 1980, 89)
Waardering: B 1
(225. «225A
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, toelaten van een instelling of persoon voor maatschappelijke of medische dienstverlening tot de instellingen waarvan de kosten voor dienstverlening in de bijstand vergoed kunnen worden.
Grondslag: Wet van 6 september 1978 (Stb. 490), houdende wijziging van de Algemene Bijstandswet, art. II vierde lid; Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10a eerste en derde tot en met zesde lid (b.w. Stb. 1991, 337)
Periode: 1979–1983
Product: beschikking
Opmerking: In 1979 en 1980 werden in de Nederlandse Staatscourant lijsten gepubliceerd van voorlopig toegelaten instellingen:
– Lijst van de voorlopig tot de indirecte financiering toegelaten instellingen (Stcrt. 1979, 134)
– Herziene lijst van de voorlopig tot de indirecte financiering toegelaten instellingen (Stcrt. 1979, 249)
– Aanvulling herziene lijst van de voorlopig tot de indirecte financiering toegelaten instellingen (Stcrt. 1980, 85)
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(226.) «226A
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, groepsgewijs toelaten van instellingen voor maatschappelijke dienstverlening.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10a tweede, derde en zesde lid (b.w. Stb. 1991, 337)
Periode: 1979–1983
Product: beschikking, onder andere:
– Groepsgewijze toelating inrichtingen i.v.m. Algemene Bijstandswet ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in de Wet op de bejaardenoorden (Stcrt. 1979, 55)
– Groepsgewijze toelating inrichtingen i.v.m. Algemene Bijstandswet ten aanzien van inrichtingen en tehuizen die goedgekeurd zijn overeenkomstig artikel 5 van de Beginselenwet voor de kinderbescherming (Stcrt. 1979, 55)
– Groepsgewijze toelating inrichtingen i.v.m. Algemene Bijstandswet ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in de Rijksregeling inrichtingen thuisloze personen (Stcrt. 1979, 55)
– Groepsgewijze toelating inrichtingen i.v.m. Algemene Bijstandswet ten aanzien van pleegouders (Stcrt. 1979, 242)
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(227.) «227A
Handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van bijstandsverlening door burgemeester en wethouders voor maatschappelijke en medische dienstverlening door instellingen of personen die niet toegelaten zijn.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 1b tweede lid (b.w. Stb. 1991, 337)
Periode: 1979–1983
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Beschikking ter uitvoering van artikel 1b, lid 2, van de Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1982, 79)
Waardering: B 1
(228.) «228A
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, goedkeuren van de tarieven die toegelaten instellingen of personen berekenen voor de dienstverlening.
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, goedkeuren van bepaalde wijzigingen in de beheersvorm, doelstelling, organisatiestructuur of werkwijze van een toegelaten instelling
Grondslag: Besluit algemene voorschriften indirect gefinancierde instellingen Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1981, 101) art. 16 tweede lid (b.w. 1991, 337)
Periode: 1981–1983
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(230.) «230A
Handeling: Het beoordelen van de jaarrekening en het jaarverslag van toegelaten instellingen of personen.
Grondslag: Besluit algemene voorschriften indirect gefinancierde instellingen Algemene Bijstandswet (Stcrt. 1981, 101) art. 18 en 20 derde lid (b.w. 1991, 337)
Periode: 1981–1983
Product: rapport
Waardering: V 5 jaar
(231.) «231A
Handeling: Het, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, verlenen van ontheffing van een of meer voorschriften van de algemene voorschriften.
Handeling: Het, in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat, opstellen van een programma inzake voornemens ten aanzien van toegelaten instellingen en personen en te treffen financiële regelingen en het verslag doen over de voortgang van de werkzaamheden ingevolge het programma aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10e (b.w. Stb. 1991, 337)
Periode: 1979–1983
Product: programma en verslag
Waardering: B 3
4.3.3.11. Rechtsbescherming
(234.) «234A
Handeling: Het beslissen op beroepschriften inzake de bijstandsverlening aan individuele personen.
Grondslag: Sociaal-economische hulpverlening aan kleine zelfstandigen, circulaire van 18 augustus 1943, no. 1-1199 sub X; Regeling Sociaal-Economische Hulpverlening voor Zelfstandigen van 23 juli 1948, nr. S.B.C 7991 sub V; Zelfstandigenregeling 1955 (Stcrt. 1955, 183) art. 31; Uitkeringsregeling Ambonezen (Stcrt. 1956, 78) art. 14; Rijksgroepsregeling Gerepatrieerden (Stcrt. 1960, 237) art. 35; Gehandicaptenregeling 1958 (Stcrt. 1958, 247) art. 6 tweede lid e.a.
Periode: 1952–1964
Product: beschikking
Opmerking: De beroepszaken ingevolge de groepsregelingen voor Ambonezen hadden betrekking op beslissingen van het Commissariaat voor de Ambonezenzorg.
Waardering: B 6
(237.) «237A
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke besluiten inzake Kroonberoepen vanwege beslissingen genomen ten aanzien van individuele aanvragen van een bijstandsuitkering.
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke besluiten met betrekking tot
– geschillen in domiciliekwesties
– geschillen omtrent de rijksvergoeding ingevolge de ABW.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284) art. 27 en 95 vierde lid; gewijzigd (Stb. 1993, 690) art. 25 (b.w. Stb. 1995, 200); Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) art. 64 eerste lid
Periode: 1963–1983
Product: Koninklijke besluiten
Waardering: V 5 jaar
4.3.4. Additionele arbeid
(589.)
Handeling: Het vaststellen van beleidsregels voor extra arbeidsplaatsen.
Grondslag: Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen (Stcrt. 1998, 246) [b.w. Stcrt. 1999, 591], art. 1, 2 en art. 16
Periode: 1998–1999
Product: Beleidsregels
Waardering: B 1
4.4. Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
(7.) «7C
Handeling: Het bij (AMvB) stellen van (nadere) regels omtrent het beleid alsmede het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de sociale voorzieningen.
Opmerking: Een ontwerp van de AMvB met de bijbehorende nota van toelichting kan voorgelegd worden aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Voor een overzicht van onderwerpen voor mogelijke AMvB’s wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het RIO.
Met betrekking tot het stellen van regels, kan het ook betekenen het geven van voorschriften. Voor een overzicht van onderwerpen voor mogelijke ministeriële regelingen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het RIO.
Waardering: B 1
(12.) «12C
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de sociale voorzieningen.
Grondslag: Grondwet 1887 (Stb. 1887, 212) art. 8;
Grondwet 1983 (Stb. 1983, 22) art. 5
Periode: 1940–
Product: brieven aan burgers
Waardering: V 10 jaar
(550.) «15B
Handeling: Het instellen van (landelijke) commissies op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
– Regeling andere subsidie Wet sociale werkvoorziening (Stcrt. 1999, 28)
Opmerking: Dit kunnen zowel langlopende als ad-hoc commissies zijn.
Waardering: B 4
(557.) «14B
Handeling: Het instellen, wijzigen en opheffen van organisatie-eenheden of (privaatrechterlijke) instellingen op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) [b.w. Stb. 2000, 383], art. 57 t/m 59 [nieuw Stb. 2003, 376], art. 57 tweede lid t/m 59a en 59c eerste lid
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) [b.w. Stb. 2000, 383], art. 38 derde lid, art. 57 vierde lid; [nieuw Stb. 2003, 376], art. 56 t/m 59a en 59c eerste lid
Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250,) [b.w. Stb. 1997, 760], art. 18 eerste en derde lid, 19 vierde lid en 37 tweede lid
Wet voorzieningen gehandicapten (Stb. 1993, 545) [Stb. 1999, 598], art. 10a eerste lid
Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 200) [Stb. 1999, 542; b.w. Stb. 2000, 383], art. 134 eerste en tweede lid, art. 135 eerste en tweede lid, art. 136 en art. 137 Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Stb. 1998, 59) [Stb. 2001, 625], art. 36 t/m 41
Regeling inkoop dienstverlening Arbeidsvoorzieningsorganisatie door gemeenten 1996 (Stcrt. 1995, 240) [Stcrt. 1995, 240], art. 3, 4, 5 en 6
Periode: 1945–
Product: Financiële bescheiden
Opmerking: Onder deze handeling valt ook het verlenen van voorschotten en het verlenen van de aanvullende uitkering aan de gemeenten door de minister. Tevens houdt deze handeling ook het vaststellen van de vergoeding en de voorschotten in. De minister kan besluiten (een deel van) de kosten niet te vergoeden als toezichtmaatregel. De uitvoering van de maatregel kan geschieden via invordering of verrekening met de vergoeding van het volgende jaar. Dit geldt voor de WIK voor zowel B&W als voor de adviserende instelling.
Waardering: V 7 jaar
(16.) «16B
Handeling: Het (bij K.b.) benoemen van de leden, plaatsvervangende leden, secretaris en adjunct-secretaris van (landelijke) adviescommissies.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 82 tweede tot en met zesde lid (b.w. Stb. 1963, 284); Instellingsbeschikkingen
Periode: (1940) 1945–1952
Product: beschikking/Koninklijk besluit
Opmerking: In de meeste gevallen worden de leden van de commissies bij ministerieel besluit benoemd, in een klein aantal gevallen bij K.b. (bijv. de leden van de Algemene Armencommissie).
Waardering: V 10 jaar na ontslag
(18.) «18B
Handeling: Het (bij K.b.) vaststellen van regels voor de samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van (landelijke) adviescommissies.
Grondslag: o.a. Besluit tot uitvoering van art. 82 der Armenwet (Stb. 1912, 265) art. 5 (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1940–1952
Product: ministeriële regeling/Koninklijk besluit
Waardering: B 1
(42.) «42A
Handeling: Het bij of krachtens AMvB vaststellen van regels voor
– de in te dienen opgaven van aantallen bedeelden of verpleegden, inkomsten en uitgaven van instellingen van weldadigheid;
– het verdelen van gelden over de verschillende plaatselijke instellingen van weldadigheid door armenraden of colleges van burgemeester en wethouders;
– de bevoegdheden van besturen van de armenraden en de verkiezing en aanstelling van de leden daarvan.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1929, 326) art. 13 derde lid, 16 tweede lid, 23 eerste lid, 42 zesde lid, 45, 48 derde lid, 49 tweede lid, 50 eerste lid en 56 tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284, behalve art. 13 derde lid)
Periode: 1940–1952
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit tot uitvoering van de artikelen 13, 16, 23, 48, 49, 50 en 56 der Armenwet (Stb. 1912, 264) zoals gewijzigd (Stb. 1929, 454)
Opmerking: Bij ministeriële regeling werden modellen opgesteld voor door de instellingen van weldadigheid in te dienen lijsten van aantallen bedeelden of verpleegden, inkomsten en uitgaven.
Waardering: B 4
(43.) «43A
Handeling: Het vaststellen van (beleids)regels voor de uitvoering van bijstandsverlening aan bijzondere (groepen) behoeftigen door gemeenten en de bijdragen daarvoor van het Rijk.
Grondslag: –
Periode: 1940–1952
Product: ministeriële regeling, circulaires
Opmerking: Door de Minister van Binnenlandse Zaken, na 1952 van Maatschappelijk Werk werden onder andere kosten vergoed voor bijstandsverlening aan Nederlanders in het buitenland, armlastige vreemdelingen in Nederland, gerepatrieerden, werklozen en woonwagenbewoners.
Waardering: B 1
(44.) «44A
Handeling: Het jaarlijks uitbrengen van verslag aan de Staten-Generaal over de armenzorg
Handeling: Het bij K.b. beslissen dat ondersteuning aan een bepaalde arme door burgemeester en wethouders moet worden toegekend.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 32 eerste lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar
(46.) «46A
Handeling: Het bij of krachtens AMvB vaststellen van voorschriften met betrekking tot plaatsing van armen, die psychiatrische behandeling en verpleging behoeven in daartoe aangewezen inrichtingen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1935, 379) art. 39 vierde lid (b.w. Stb. 1955, 456); Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 8 (b.w. Stb. 1949, J 115); Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 8
Periode: 1940–1952
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136)
– Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115)
Waardering: B 1
(47.) «47A
Handeling: Het aanwijzen van inrichtingen in den zin van artikel 7 der wet tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen, die geschikt zijn voor de psychiatrische behandeling en verpleging van armen.
Grondslag: Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 1 eerste en derde lid (b.w. Stb. 1949, J 115); Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 1 eerste en derde lid
Periode: (1940) 1945–1952
Product: lijst van inrichtingen
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(48.) «48A
Handeling: Het aanwijzen van deskundigen die een verklaring mogen afleggen over de geestelijke toestand van een bepaald persoon en de noodzaak tot opname in een gesticht als bedoeld in art. 7 der wet tot regeling van het Staatstoezicht op krankzinnigen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1935, 379) art. 39 vierde lid (b.w. Stb. 1955, 456); Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 3 eerste en tweede lid; Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 3 eerste en tweede lid
Periode: (1940) 1945–1952
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(49.) «49A
Handeling: Het stellen van regels voor de taak van de deskundigen die een verklaring als bedoeld in art. 39 derde lid van de Armenwet mogen afgeven.
Grondslag: Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 3 derde lid; Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 3 derde lid
Periode: (1940) 1945–1952
Product: ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(50.) «50A
Handeling: Het toekennen van vergoedingen aan deskundigen die een verklaring als bedoeld in art. 39 derde lid van de Armenwet mogen afgeven.
Grondslag: Besluit tot vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Armenwet (Stb. 1930, 136) art. 5; Besluit houdende vernieuwde vaststelling van nadere voorschriften, als bedoeld in artikel 39, vierde lid der Armenwet (Stb. 1949, J 115) art. 5 tweede lid
Periode: (1940) 1945–1952
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(51.) «51A
Handeling: Het bij K.b. beslissen dat de kosten voor bijstand voor een arme ten laste komen van de vorige verblijfplaats van de arme of van een in die gemeente gevestigde instelling van weldadigheid, indien de oude en nieuwe verblijfplaats in verschillende provincies liggen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 40 tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284) en (Stb. 1935, 379) art. 39bis (b.w. Stb. 1955, 456)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(53.) «53A
Handeling: Het verlenen van bijstand aan armlastige Nederlanders in het buitenland.
Bron: Staatsalmanakken
Periode: (1940) 1945–1952
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
N.B. is reeds vernietigd op grond van oude vernietigingslijsten of incidentele machtiging. Voor beleidsbepaling zie nr. 1, voor circulaires etc zie nr. 43.
(54.) «54A
Handeling: Het verhalen van de kosten voor verpleging door het Rijk gemaakt en voor behoeftige Nederlanders in het buitenland.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1929, 326) art. 63 tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
N.B. is reeds vernietigd op grond van oude vernietigingslijsten of incidentele machtiging. Voor beleidsbepaling zie nr. 1, voor circulaires etc zie nr. 43.
(55.) «55
Handeling: Het controleren van de begrotingen en uitgaven van noodlijdende gemeenten op het gebied van de armenzorg.
Grondslag: –
Periode: (1940) 1945–1952
Product: verslag/rapport
Waardering: V 5 jaar
Opmerking: Deze handeling werd uitgevoerd door de rijkscontroleur.
(56.) «56A
Handeling: Het bij K.b. goedkeuren van gemeentelijke en provinciale besluiten omtrent het regels van de bestemming van bezittingen van een op te heffen instelling van weldadigheid.
Handeling: Het bij K.b. vaststellen van termijnen waarin door het bestuur van een instelling van weldadigheid een regeling getroffen moet worden voor het beheer of de bestemming van de bezittingen van de instelling.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 9 en 10 eerste lid (b.w. Stb. 1976, 229)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 10 jaar
(58.) «58A
Handeling: Het bij K.b. goedkeuren van regelingen van Gedeputeerde staten voor het toezicht op het beheer van instellingen van weldadigheid, wanneer daar niet of niet voldoende in is voorzien.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1929, 326) art. 11a en 11b (b.w. Stb. 1976, 229)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(59.) «59A
Handeling: Het bij K.b. vernietigen van beslissingen van Gedeputeerde staten in beroepszaken van besturen van instellingen van weldadigheid tegen de beslissingen van burgemeester en wethouders inzake de goedkeuring van de begroting en de rekening en verantwoording van een instelling.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 27 derde lid
Periode: (1940) 1945–1952
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar
(60.) «60A
Handeling: Het goedkeuren van bepaalde besluiten van armenraden of colleges van burgemeester en wethouders inzake de verdeling van gelden over de verschillende plaatselijke instellingen van weldadigheid.
Grondslag: Besluit tot uitvoering van de artikelen 13, 16, 23, 48, 49, 50 en 56 der Armenwet (Stb. 1912, 264) art. 16–18 (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(61.) «61A
Handeling: Het stellen van voorschriften voor de begroting en de rekening van instellingen van weldadigheid en voor de verslagen van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van die instellingen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1950, K575) art. 20 quater vierde lid en 27 eerste lid
Periode: 1950–1952
Product: ministeriële regeling
Opmerking: Voor het vaststellen van de regeling diende Gedeputeerde staten gehoord te worden.
Waardering: V 5 jaar na vervanging
(63.) «63A
Handeling: Het bij K.b. instellen van een armenraad in een gemeente of enkele gemeenten samen, het vaststellen van de grenzen van het ambtsgebied en het bepalen van het aantal bestuursleden, vertegenwoordigers en plaatsvervangende vertegenwoordigers van de raad.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1929, 326) art. 41, 42 tweede lid en 46 tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1940–1952
Product: instellingsbeschikking
Opmerking: Voor het nemen van het besluit diende de Algemene Armencommissie gehoord te worden.
Waardering: B 4
(65.) «65A
Handeling: Het bij K.b. schorsen van de werkzaamheden van een armenraad, verlengen en opheffen van de schorsing.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 53 tweede en derde lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1940–1952
Product: Koninklijk besluit
Waardering: B 1
(66.) «66A
Handeling: Het bij K.b. benoemen van secretarissen van armenraden en vaststellen van de bezoldiging.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 51 eerste en tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar na ontslag
(67.) «67A
Handeling: Het (bij K.b.) goedkeuren van huishoudelijke reglementen en instructies voor de secretaris van een armenraad.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 51 derde lid en 52 eerste lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(68.) «68A
Handeling: Het (bij AMvB) vaststellen van voorschriften voor het jaarverslag, de begroting en de rekening van de armenraden.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 56 eerste lid, 62 (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(69.) «69A
Handeling: Het bij K.b. vaststellen van het aandeel van de verschillende gemeenten in de kosten van de armenraad, wanneer deze voor een aantal gemeenten gezamenlijk is ingesteld en de gemeenten in verschillende provincies liggen.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 61 tweede lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: (1940) 1945–1952
Product: Koninklijk besluit
Waardering: V 5 jaar
(70.) «70A
Handeling: Het bij AMvB instellen van een Algemene Armencommissie en vaststellen van het werkterrein van die commissie
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 82 eerste lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1940–1952
Product: algemene maatregel van bestuur, onder andere:
– Besluit tot uitvoering van art. 82 der Armenwet (Stb. 1912, 265)
Waardering: B 4
(286.) «286B
Handeling: Het bij AMvB regels stellen voor de toepassing van de IOAW op personen aan wie door het Rijk terzake van zijn arbeidsverhouding invaliditeitspensioen is geregeld.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) [b.w. Stb. 1997, 768], art. 2 derde tot en met vijfde lid
Periode: 1986–1997
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(471.) «471
Handeling: Het verwerken van door de gemeente verstrekte statistische gegevens omtrent het aantal gerealiseerde arbeidsplaatsen.
Grondslag: Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995 (Stcrt. 1995, 13) art. 10 eerste lid
Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1996, 1997 en 1998 (Stcrt. 1997, 166), art. 10 (b.w. 1998, 246)
Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen (Stcrt. 1998, 246), art. 2 (b.w. Stb. 1999, 591)
Periode: 1995–1999
Product: Overzichten
Waardering: B 3
(474.) «474B
Handeling: Het vaststellen van regels voor het declareren van de rijksvergoeding (ondermeer bevoorschotting) ingevolge de additionele werkgelegenheidsregelingen en experimenten gericht op de uitvoering van deze regelingen en het verstrekken van gegevens welke op deze uitgaven betrekking hebben
Grondslag: Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250) art. 19 eerste tot en met het vierde lid, art. 33 tweede lid; Rijksbijdrageregeling banenpools (Stcrt. 1990, 169) art. 7 vijfde en zesde lid; Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995 (Stcrt. 1995, 13) art.11 derde lid, gewijzigd (Stcrt. 1995, 244) vierde lid
Periode: 1990–
Product: ministeriële regeling, onder andere
– Besluit verantwoording en vergoeding kosten JWG (Stcrt. 1991, 157)
– Controle- en rapportageprotocol Rijksbijdrageregeling banenpools (Stcrt. 1995, 220)
– Controleprotocol regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995 (Stcrt. 1995, 120)
– Financieel verslag regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995 (Stcrt. 1995, 120)
Waardering: B 1
(476.) «476
Handeling: Het tot overeenstemming komen met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het vaststellen van regels voor de inrichting van de administratie van de uitvoering van de JWG.
Grondslag: Jeugdwerkgarantiewet (Stb. 1991, 250) [b.w. Stb. 1997, 760], art. 19 vijfde lid
Periode: 1991–1997
Product: ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit verantwoording en vergoeding kosten JWG (Stcrt. 1991, 157)
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(591.)
Handeling: Het beslissen dat de niet op enig moment in 1997 en/of 1998 feitelijk bezette arbeidsplaatsen met ingang van 1 januari 1998 of 1999 komen te vervallen.
Grondslag: Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1996, 1997 en 1998 (Stcrt. 1995, 13) [b.w. Stcrt. 1998, 246], art. 5
Periode: 1995–1998
Product: Beslissing
Waardering: V 5 jaar
(592.)
Handeling: Het geheel of gedeeltelijk terugvorderen van de bijdrage aan de gemeente voor het realiseren van extra arbeidsplaatsen.
Grondslag: Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1996, 1997 en 1998 (Stcrt. 1995, 13) [b.w. Stcrt. 1998, 246], art. 12
Periode: 1995–1998
Product: Besluit
Waardering: V 7 jaar
4.5. Minister van Verkeer en Waterstaat
(501.) «501B
Handeling: Het vaststellen van regelingen voor de verlening van subsidie aan instellingen en organen in de kosten verbonden aan stimulering, coördinatie en uitvoering van sociale en sociaal-culturele activiteiten voor opvarenden van zee- en binnenschepen.
Opmerking: De Rijkssubsidieregeling schipperswelzijn (Stcrt. 1963, 243) kwam tot stand in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.
Waardering: B 1
(505.) «505B
Handeling: Het verlenen van subsidies aan instellingen op het gebied van de sociale voorzieningen voor zeevarenden.
Bron: Rijksbegroting
Periode: 1996–
Product: beschikking
Opmerking: Tot 1957 verleende de Minister van Sociale Zaken subsidies aan afzonderlijke instellingen. Sinds de oprichting van de Stichting Zeemanswelzijn Nederland, verleent de overheid een rijksbijdrage aan deze stichting die vervolgens uit haar fonds afzonderlijke instellingen subsidieert.
Waardering: V 5 jaar na beëindiging subsidie/5 jaar na uitspraak rechtszaak
(506.) «506B
Handeling: Het verstrekken van subsidie aan instellingen en organen in de kosten verbonden aan stimulering, coördinatie en uitvoering van sociale en sociaal-culturele activiteiten voor opvarenden van binnenschepen.
Opmerking: Eén van de subsidievoorwaarden is het toesturen van statuten (en wijzigingen daarvan) en jaarverslagen aan de minister. Bij verstrekking van onjuiste gegevens of wanneer uitgaven niet verantwoord kunnen worden kan de minister besluiten tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de subsidie. Van de voorwaarden van de subsidieregelingen kan de minister ontheffing verlenen.
Waardering: V 5 jaar na beëindiging subsidie/5 jaar na uitspraak rechtszaak
4.6. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(586.)
Vervallen
(286.) «286C
Handeling: Het bij AMvB regels stellen voor de toepassing van de IOAW op personen aan wie door het Rijk terzake van zijn arbeidsverhouding invaliditeitspensioen is geregeld.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) [b.w. Stb. 1997, 768], art. 2 derde tot en met vijfde lid
Periode: 1986–1997
Product: algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
(427.) «427B
Handeling: Het verlenen van toestemming voor de toelating van kunstenaarsverenigingen tot de Stichting ‘Voorzieningsfonds voor Kunstenaars’.
Grondslag: Reglement van de Stichting ‘Voorzieningsfonds voor Kunstenaars’
Periode: (1935) 1940–2002
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar na geldigheidsduur
(429.) «429
Handeling: Het adviseren aan de Minister van Sociale Zaken over de artistieke kwaliteiten van ingezonden kunstwerken voor de BKR.
Grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1949, art. VI
Periode: 1949–1952
Product: advies
Waardering: V 5 jaar
N.B. De neerslag van deze handeling is reeds vernietigd op grond van oude vernietigingslijsten of incidentele machtiging.
(439.) «439
Handeling: Het voeren van overleg met de Minister van Sociale Zaken over de goedkeuring van de benoeming van voorgedragen leden in plaatselijke commissies voor sociale kunstopdrachten.
Grondslag: Beeldende Kunstenaars Regeling 1949, art. III tweede lid; Beeldende Kunstenaars Regeling 1952 (Stcrt. 1952, 130) art. 10
Periode: 1949–1956
Product: advies
Waardering: V 5 jaar
4.7. Minister van Justitie
(560.)
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het opsporen van overtredingen op het terrein van de sociale voorzieningen.
Grondslag: Wet op de economische delicten (Stb. 1950, K258) [Stb. 1997, 580), art. 17
Periode: 1945–
Product: Aanwijzingsbesluit, o.a.:
– Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen (Stb. 2001, 683)
Waardering: V 10 jaar
4.8. Minister van Financiën
(571.)
Handeling: Het vaststellen van een subsidieplafond voor het verstrekken van het basisbedrag voor een werkervaringsplaats.
Grondslag: Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden (Stb. 1997, 761) [b.w. Stb. 2003, 386], art. 11
Periode: 1997–2003
Product: Subsidieplafond
Waardering: V 7 jaar na vervallen
Opmerking: Dit gebeurt in overeenstemming met de Minister van SZW
(576.)
Handeling: Het toekennen van een sociaal-fiscaalnummer aan uitkeringsgerechtigden die niet reeds bij de belastingdienst staan geregistreerd.
Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 68
Periode: 1995–
Product: Toekenning
Waardering: B 5
Opmerking: Deze handeling wordt door de Belastingdienst uitgevoerd
4.9. Minister van Economische Zaken
(234.) «234C
Handeling: Het beslissen inzake beroepschriften inzake de bijstandsverlening aan individuele personen.
Grondslag: Sociaal-economische hulpverlening aan kleine zelfstandigen, circulaire van 18 augustus 1943, no. 1-1199 sub X; Regeling Sociaal-Economische Hulpverlening voor Zelfstandigen van 23 juli 1948, nr. S.B.C 7991 sub V; Zelfstandigenregeling 1955 (Stcrt. 1955, 183) art. 31
Periode: 1943–1952
Product: beschikking
Opmerking: De Minister van Economische Zaken was betrokken bij beroepszaken ingevolge de zelfstandigenregelingen. Tot 1948 deed hij de beroepszaken af die bij zijn departement waren ingediend, na die tijd werd de beslissing door de Minister van Sociale Zaken genomen in overleg met de Minister van EZ.
Waardering: B 6
(328.) «328
Handeling: Het, in overeenstemming met de ministers van Landbouw en Sociale Zaken, vaststellen van regels voor de toekenning van een eenmalige uitkering aan zelfstandigen.
Grondslag: Kamerstukken II, 1982–1983, 17 416, nrs. 2 en 3
Handeling: Het, eventueel in overleg met de ministers van Financiën, Economische Zaken en eventuele vakministers, (bij AMvB) vaststellen van regels voor de verlening van uitkeringen aan (gedemobiliseerde) militairen en oorlogsvrijwilligers door gemeenten.
Grondslag: –
Periode: 1940–1972
Product: algemene maatregel van bestuur/ministeriële regeling, onder andere:
– Besluit Demobilisatievoorzieningen 1948 (Stb. 1948, I 57)
– Militaire Overbruggingsregeling 1950 (Stb. 1950, K 631) met de bijbehorende uitvoeringsregelingen (Demobilisatie- of Overbruggingsbeschikkingen genoemd)
– Beschikking van de Minister van Defensie van 3 juni 1961, nr. P 119.798 A (Militaire Ziekengeldregeling 1961)
– Militaire Ziekengeldregeling (Stcrt. 1966, 157)
Waardering: B 1
(286.) «286D
Handeling: Het bij AMvB regels stellen voor de toepassing van de IOAW op personen aan wie door het Rijk terzake van zijn arbeidsverhouding invaliditeitspensioen is geregeld.
Grondslag: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) [b.w. Stb. 1997, 768], art. 2 derde tot en met vijfde lid
Periode: 1986–1997
Product: Algemene maatregel van bestuur
Waardering: B 1
4.11. Vakminister
(1.) «1C+422B+500B+501B+508B
Handeling: Het voorbereiden, (mede-)vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de sociale voorzieningen.
– de bijstandsverlening aan bepaalde groepen personen;
– inkomensvoorzieningen voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen;
– de verlenging van extra uitkeringen aan echte minima; de sociale werkvoorziening;
– de verlening van bijstand aan (beeldende) kunstenaars;
– additionele werkgelegenheid voor jongeren en langdurige werklozen;
– sociale voorzieningen voor opvarenden van zee- en binnenschepen;
– woon- en vervoersvoorzieningen voor gehandicapten.
Waardering: B 1
(519.)
Vervallen
(520.)
Vervallen
(7.) «423B+510B
Handeling: Het bij (AMvB) stellen van (nadere) regels omtrent het beleid alsmede het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de sociale voorzieningen.
Opmerking: Een ontwerp van de AMvB met de bijbehorende nota van toelichting kan voorgelegd worden aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Voor een overzicht van onderwerpen voor mogelijke AMvB’s wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het RIO.
Met betrekking tot het stellen van regels, kan het ook betekenen het geven van voorschriften. Voor een overzicht van onderwerpen voor mogelijke ministeriële regelingen wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het RIO.
Waardering: B 1
(527.) «512B
Handeling: Het evalueren van beleid inzake de sociale voorzieningen.
Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 84
Periode: 1940–
Product: Rapport, evaluatieverslag, o.a.:
– Een verstrekkende wet: evaluatie van de Wet voorzieningen gehandicapten, eerste meting, IPSO FACTO, SGBO (Den Haag, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 1995)
– Evaluatie van de WIK Monitor flankerend beleid WIK
Opmerking: Tot deze handeling wordt ook gerekend het uitbrengen van een verslag aan de Staten-Generaal over de doeltreffendheid, doelmatigheid en effecten van een wet x-aantal jaren na inwerkingtreding van deze wet.
Waardering: B 2
(533.)
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van standpunten aangaande beleidsterrein sociale voorzieningen in het kader van deelname aan internationaal overleg.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Nota’s, memoranda, rapporten
Waardering: B 1
(535.)
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van (bilaterale en multilaterale) verdragen en bijbehorende akkoorden met andere mogendheden inzake inkomens- en arbeidsvoorwaarden
Handeling: Het (beleidsmatig) beoordelen van mogelijk interventies in zaken die voorkomen bij internationale hoven.
Grondslag: –
Periode: 1958–
Product: Rapport, nota
Opmerking: Met internationale hoven worden o.a. bedoeld: het Hof van Justitie te Luxemburg, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg en de Commissie Rechten van de Mens van de VN.
Waardering: B 1
(538.)
Handeling: Het deelnemen aan (technische) commissies die nadere uitvoeringsregels stellen of toezien op de goede uitvoering van een verdrag.
Handeling: Het implementeren of rapporten over de implementatie van internationale regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau.
Grondslag: –
Periode: 1940–
Product: Rapport
Waardering: B 3
(11.)
Handeling: Het verstrekken van (algemene) informatie ten behoeve van externe organisaties op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Handeling: Het toezien op de naleving van de voorschriften die gesteld zijn bij de toelating van een instelling of persoon voor maatschappelijke of medische dienstverlening.
Grondslag: Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1978, 490) art. 10c derde lid (b.w. Stb. 1991, 337)
Periode: 1979–1991
Product: –
Waardering: V 5 jaar
4.12. Inspectie Werk en Inkomen
(564.)
Handeling: Het houden van toezicht op de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van wet- en regelgeving op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 35 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 465);
Handeling: Het terugvorderen van te veel uitbetaalde uitkering bij de Gemeentelijk Sociale Dienst.
Grondslag: Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375) [Stb. 2003, 375], art. 53
Periode: 2003–
Product: Financiële bescheiden
Opmerking: Dit betreft het voorschot op de algemene bijstand.
Waardering: V 7 jaar
(578.)
Handeling: Het samenwerken met de gemeente en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie/Centrale organisatie werken inkomen om de inschakeling van werknemers in het arbeidsproces te bevorderen.
Handeling: Het, bij een verzoek om ontheffing van aan de bijstand verbonden voorwaarden, beoordelen of er voor een uitkeringsgerechtigde uitzicht bestaat op inschakeling in de arbeid.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1984, 626) art. 13 tweede lid
Periode: 1984–1990
Product: Rapport
Waardering: V 5 jaar
(128.) «128+265+308
Handeling: Het in kennis stellen van burgemeester en wethouders inzake gedragingen van de uitkeringsgerechtigde die wijzen op onvoldoende inzet voor de voorziening in het bestaan.
Grondslag: Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (Stb. 1984, 626) art. 15 tweede lid, Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1984, 361) art. 22 eerste lid en 26 derde lid; Besluit houdende regels nadere regels betreffen het verschaffen van inlichtingen door de GAB’s aan gemeenten, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) art. 16 eerste lid; gewijzigd (Stb. 1995, 200) art. 51; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) art. 16 eerste lid; gewijzigd (Stb. 1995, 200) art. 51 (Stcrt. 1984, 177) eerste lid
Periode: 1984–1990
Product: Inlichtingen, rapporten
Waardering: V 5 jaar
(173.) «173
Handeling: Het adviseren inzake de voorwaarden waaronder iemand, die bijstand heeft aangevraagd, ingeschakeld kan worden in de arbeid.
Handeling: Het geven van advies aan een gemeentebestuur inzake de verlening van bijstand aan een gehandicapte ter bevordering van zijn deelname aan het arbeidsproces.
Grondslag: Gehandicaptenregeling 1958 (Stcrt. 1958, 247) art. 6 eerste lid; Tijdelijke Rijksgroepsregeling Mindervaliden (Stb. 1965, 444) art. 25 eerste lid (b.w. Stb. 1977, 707) e.a.
Periode: 1958–1977
Product: advies
Waardering: V 5 jaar
(265.)
Vervallen
(266.) «266
Handeling: Het vaststellen dat een werknemer in aanmerking komt voor loonsuppletie krachtens de WWV
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) zoals gewijzigd (Stb. 1974, 66) art. 30 a eerste en tweede lid (b.w. Stb. 1986, 567)
Periode: 1974–1987
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(308.)
Vervallen
(390.) «390
Handeling: Het vaststellen dat er voor een werkzoekende geen passende arbeid of scholing beschikbaar is.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 17 eerste en tweede lid, art. 28 eerste lid (b.w. Stb. 1993, 649)
Periode: 1969–1990
Product: beschikking
Waardering: V 5 jaar
(391.) «391
Handeling: Het voeren van overleg met het gemeentebestuur ter bepaling van het tijdstip van de beëindiging van een dienstbetrekking.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 29 tweede lid (b.w. Stb. 1993, 649)
Periode: 1969–1990
Product: verslagen
Waardering: V 5 jaar
4.16. Rijksconsulenten sociale zekerheid
(35.) «35B
Handeling: Het voeren van overleg over de uitoefening van de taken en bevoegdheden van de Rijksconsulenten.
Grondslag: –
Periode: 1946–
Product: notulen
Opmerking: De vergaderingen van de Rijksconsulenten en het Ministerie werden de Binnen- en Buitendienst Contactvergaderingen genoemd, meestal afgekort tot BBC-vergaderingen.
Waardering: V 5 jaar
(36.) «36
Handeling: Het ten behoeve van de minister opstellen van jaarplannen en uitbrengen van verslag omtrent de werkzaamheden.
Grondslag: onder andere: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) [b.w. Stb. 1997, 789], art. 37 tweede lid
Besluit bijstandsconsulenten (Stb. 1974, 521) [b.w. Stb. 1995, 200], art. 4 onder e
Periode: 1945–1995
Product: Verslagen, bloemlezingen, toelichtingen
Waardering: B 1
(37.) «37B
Handeling: Het geven van voorlichting en adviezen aan en voeren van overleg met instanties die bemoeienis hebben met de sociale voorzieningen over de uitvoering van de sociale voorzieningen.
Grondslag: onder andere: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) [b.w. Stb. 1997, 789], art. 37 tweede lid
Opmerking: Een van de belangrijkste taken van Rijksconsulenten was de beleidsoverdracht aan gemeenten en andere instanties over de uitvoering van de sociale voorzieningen.
Waardering: V 5 jaar
(38.) «38
Handeling: Het deelnemen aan gemeentelijke en intergemeentelijke commissies ter advisering van het beleid voor de sociale voorzieningen.
Grondslag: onder andere: Zelfstandigenregelingen;
Sociale Voorziening nr. 8347, 30 juni 1952 gewijzigd bij no. 3171, 12 april 1955 art. 15 tweede lid;
Rijksgroepsregelingen voor werkloze werknemers;
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) [b.w. Stb. 1995, 200], art. 33 tweede lid
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) [b.w. Stb. 1995, 200], art. 33 tweede lid
Periode: 1945–1995
Product: notulen, vergaderstukken
Opmerking: De Rijksconsulenten kan zich door een aangewezen persoon laten vertegenwoordigen.
Waardering: V 5 jaar
(564.) «39
Handeling: Het houden van toezicht op de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitvoering van wet- en regelgeving op het beleidsterrein sociale voorzieningen.
Grondslag: Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 35 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 465);
Handeling: Het signaleren van problemen bij gemeenten of uitvoerende instanties bij de toepassing van de wetgeving of de uitvoering van de sociale voorzieningen.
Grondslag: –
Periode: 1945–1995
Product: opmerkingen, correspondentie
Waardering: V 5 jaar
(207.) «207
Handeling: Het uitbrengen van verslag aan de minister over het overleg met burgemeester en wethouders over een kwestie waarover de minister overweegt een aanwijzing te geven als bedoeld in art. 81d eerste lid van de Algemene Bijstandswet.
Handeling: Het verlenen van toestemming aan gemeenten om bedrijfstechnisch of bedrijfseconomisch onderzoek ten behoeve van een beslissing in het kader van de IOAZ of het Bijstandsbesluit Zelfstandigen te laten uitvoeren door een niet wettelijk aangewezen instelling.
Handeling: Het toekennen van eenmalige uitkeringen aan zelfstandigen, behalve aan degenen van wie het beroep of bedrijf tot de agrarische sector of de visserij behoort.
Opmerking: Wat betreft de Regiegroep gegevensuitwisseling fraudebestrijding Algemene Bijstandswet betreft dit ook het maken van inhoudelijke en procedurele afspraken met uitvoerende instanties over het uitwisselen van gegevens met het oog op de vermindering en voorkoming van fraude.
Waardering: Beleidsonderwerpen: B 1
Overige onderwerpen: V 5 jaar
(197.) «197
Handeling: Het afleggen van verantwoording aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en/of anderen over de activiteiten van de commissie.
– het oordeel geven over een verzoek van een gemeente om een aanvullende uitkering.
Waardering: V 5 jaar
4.18.2. Commissie Organen van Overleg (SZW)
(375.) «375
Handeling: Het bemiddelen tussen het gemeentebestuur en het orgaan c.q. centraal orgaan indien deze geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over bepaalde onderwerpen.
Grondslag: Besluit organen van overleg sociale werkvoorziening (Stb. 1977, 449) art. 37 eerste lid, vernummerd (Stb. 1986, 724) art. 43 eerste lid (b.w. Stb. 1997, 466)
Periode: 1977–1997
Product: –
Waardering: B 5
4.18.3. Algemene Armencommissie (SZW)
(64.) «64
Handeling: Het adviseren van de Kroon inzake het instellen en opheffen van armenraden en het bepalen van het aantal bestuursleden, vertegenwoordigers en plaatsvervangende vertegenwoordigers bij armenraden.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165), zoals gewijzigd (Stb. 1929, 326) art. 41 eerste en derde lid, 42 tweede lid, 46 tweede lid en 53 eerste lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: (1940) 1945–1964
Product: adviezen
Waardering: B 5
(71.) «71
Handeling: Het adviseren van autoriteiten en, desgevraagd, instellingen van weldadigheid over zaken omtrent de armenzorg.
Grondslag: Armenwet 1912 (Stb. 1912, 165) art. 82 eerste lid (b.w. Stb. 1963, 284)
Periode: 1940–1964
Product: advies
Waardering: B 5
4.18.4. Centrale Coördinatie Commissie Sociale Voorzieningen (SZW)
(5.) «5
Handeling: Het adviseren van de ministers van Binnenlandse Zaken/Maatschappelijk Werk en Sociale Zaken aangaande de coördinatie van de verschillende sociale hulpverlening, de afbakening van het werkterrein van verschillende instanties en verenigingen die zich met hulpverlening bezighouden en de coördinatie en afstemming van de verschillende uitkeringen.
Grondslag: Instellingsbeschikking d.d. 12 september 1945, afd. H.O. nr. 535
Periode: 1945–1953
Product: advies
Waardering: B 5
4.18.5. Centrale Commissie voor de Statistiek (EZ)
(30.) «30
Handeling: Het adviseren inzake het vaststellen van regels ten aanzien van het verzamelen van statische gegevens betreffende de uitvoering van de IOAW en de IOAZ.
Grondslag: Wet Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485) art. 54; Algemene Bijstandswet (Stb. 1963, 284), zoals gewijzigd (Stb. 1970, 447) art. 84a eerste lid (b.w. Stb. 1995, 355); Algemene bijstandswet (Stb. 1995, 199) art. 133 (b.w. Stb. 1995, 355); Wet sociale werkvoorziening (Stb. 1967, 687) art. 48 tweede lid; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Stb. 1986, 565) art. 55 (b.w. Stb. 1995, 355); Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Stb. 1987, 281) art. 55 (b.w. Stb. 1995, 355)
Handeling: Het adviseren van en maken van inhoudelijke en procedurele afspraken met uitvoerende instanties over het uitwisselen van gegevens met het oog op de vermindering en voorkoming van fraude.
Handeling: het adviseren van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk inzake de te nemen maatregelen op het terrein van de voorlichting
4.19.2. Raad voor de Gemeentefinanciën (Financiën)
(326.) «326
Handeling: Het adviseren van de Minister van Sociale Zaken inzake de vaststelling van regels voor de vergoeding van kosten voor de eenmalige uitkeringen aan gemeenten.
Grondslag: Wet van 7 oktober 1982 (Stb. 1982, 568) art. 21 tweede lid; Wet van 28 september 1983 (Stb. 1983, 542) art. 21 tweede lid; Wet van 5 oktober 1984 (Stb. 1984, 446) art. 22 tweede lid; Wet van 3 juli 1985 (Stb. 1985, 417) art. 23 tweede lid; Wet van 3 juli 1986 (Stb. 1986, 376) art. 23 tweede lid; Wet van 26 november 1987 (Stb. 1987, 537) art. 23 tweede lid
Periode: 1982–
Product: advies
Waardering: V 5 jaar
5. Sleutel tot het vorige BSD
De sleutel is als volgt opgebouwd:
In de eerste kolom staat het handelingnummer uit het vorige RIO/BSD. In de tweede kolom staat welk handelingnummer de handeling heeft in het nieuwe RIO/BSD of de opmerking ‘handeling is afgesloten’. In het laatste geval moet de sectie ‘afgesloten handelingen’ van het nieuwe BSD geraadpleegd worden. Dat geldt ook voor handelingen die gemarkeerd zijn met een *.
In het vorige BSD werd gebruik gemaakt van de notitie ‘a’, ‘b’ etc. om een andere actor aan te duiden. In dit nieuwe RIO/BSD vervalt deze notitie, bijvoorbeeld: handelingen 8A en 8B worden handeling 8.