Besluit van 3 februari 2006 tot wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Besluit algemene rechtspositie politie, het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie, het Algemeen Militair Ambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken in verband met het opnemen van bepalingen met betrekking tot het openbaar maken van nevenwerkzaamheden, het melden van financiële belangen en effectentransacties en het omgaan met vermoedens van misstanden

Wijzigingsbesluit Algemeen Rijksambtenarenreglement, enz. (opnemen bepalingen openbaar maken van nevenwerkzaamheden, melden van financiële belangen en effectentransacties en omgaan met vermoedens van misstanden)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 september 2005, nr. 2005-0000225119, gedaan mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie;
De Raad van State gehoord (advies van 11 november 2005, nr. W04.05.0412/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 januari 2006, nr. 2006-0000009940, uitgebracht mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Defensie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Wijzigt het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel

II

Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.

Artikel

III

Wijzigt het Besluit rechtspositie vrijwillige politie.

Artikel

IV

Wijzigt het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie.

Artikel

V

Wijzigt het Algemeen Militair Ambtenarenreglement.

Artikel

VI

Wijzigt het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.

Artikel

VII

Wijzigt het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.

Artikel

VIII

Voor regelingen die zijn gebaseerd op artikel 61, derde lid, tweede volzin, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement respectievelijk artikel 66, vierde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, artikel 19, vierde lid, van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, artikel 79, vierde lid, van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie, artikel 151, vierde lid, van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement en artikel 69, derde lid, tweede volzin, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken geldt als grondslag artikel 61, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement respectievelijk artikel 55a, vijfde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, artikel 14a, vijfde lid van het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, artikel 70, vierde lid, van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie, artikel 126b, vijfde lid, van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement en artikel 69, vierde lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.

Artikel

IX

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties , J. W. Remkes
De Minister van Buitenlandse Zaken , B. R. Bot
De Staatssecretaris van Defensie , C. van der Knaap
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner