De vragen hebben betrekking op de kernpunten uit de film ‘Naar Nederland’. Over zeven onderwerpen uit die film zal een kandidaat op het examen één vraag of meerdere vragen gesteld krijgen:
-
1.
Nederland: geografie, vervoer en wonen:
In dit onderdeel komt onder meer aan bod: de ligging van Nederland in de wereld, de ligging van Nederland in Europa, de ligging van Nederland t.o.v. de zeespiegel, de oppervlakte van Nederland, de bevolkingsdichtheid van Nederland, de wegen in Nederland, de vervoersmiddelen in Nederland, de woningen in Nederland.
-
2.
Geschiedenis;
In dit onderdeel komt onder meer aan bod: Willem van Oranje, de tachtigjarige oorlog, de Gouden Eeuw en de VOC, de eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog, enkele naoorlogse ontwikkelingen.
-
3.
Staatsinrichting, politiek en grondwet;
In dit onderdeel komt onder meer aan bod: democratie, de grondwet, het politieke stelsel, de belangrijkste grondrechten, rechten en verplichtingen, omgangregels.
-
4.
De Nederlandse taal en het belang van het leren ervan;
In dit onderdeel komt onder meer aan bod: de Nederlandse Taal, lesmethoden, volwassenenonderwijs.
-
5.
Opvoeding en onderwijs;
In dit onderdeel komt onder meer aan bod: Nederlandse opvoedmethoden, verantwoordelijkheid voor kinderen, onderwijsvormen.
-
6.
Gezondheidszorg;
In dit onderdeel komt onder meer aan bod: verplichte ziektenkostenverzekering, huisarts en gespecialiseerde artsen, consultatiebureau.
-
7.
Werk en inkomen;
In dit onderdeel komt onder meer aan bod: wie werken er in Nederland, wanneer en waar moet je werk zoeken, in welke sectoren is er werk, regels sollicitatiegesprek in Nederland.
De film bevat tevens een achtste onderwerp om de kandidaten een indruk te geven hoe de afname van het examen op de ambassade in zijn werk gaat.
Over dit deel van de film worden geen vragen gesteld in het examen.
-
8.
Hoe maak ik het examen op de ambassade?
In dit onderdeel komt onder meer de procedure op de ambassade aan bod.