Besluit van 17 februari 2006 tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verband met inburgering in het buitenland

Wijzigingsbesluit Vreemdelingenbesluit 2000 (inburgering in buitenland)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 5 april 2005, nr. 5344709/05/6, gedaan mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 26 mei 2005, nr. W03.05.0154/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 2 februari 2006, nr. 5400906/06/6, uitgebracht mede namens Onze Minister van Buitenlandse Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.

Artikel

II

In afwijking van artikel 3.98c, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 worden de resultaten van het basisexamen inburgering, die door middel van het geautomatiseerde systeem, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, als onvoldoende zijn beoordeeld, nogmaals beoordeeld door examinatoren, indien het basisexamen is afgelegd voor een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

III

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 22 december 2005 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het stellen van een inburgeringsvereiste bij het toelaten van bepaalde categorieën vreemdelingen (Wet inburgering in het buitenland) in werking treedt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie , M. C. F. Verdonk
De Minister van Buitenlandse Zaken , B. R. Bot
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner