Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 23 februari 2006, nr. TRCJZ/2006/361, houdende openstelling van de Regeling innovatie groen onderwijs 2006

Openstellingsbesluit RIGO 2006

Artikel

2

Artikel

3

Aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de regeling, kunnen worden ingediend voor projecten die passen binnen één van de volgende categorieën:

  • a.

    kenniscirculatie met een aantoonbare bijdrage aan de ontwikkeling van sectoren, waarvoor het beleid van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit relevant is, en aan de innovatie van het initiële onderwijs;

  • b.

    vernieuwing van groene opleidingen naar vorm en inhoud.

Artikel

4

Aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de regeling, ten aanzien van de categorieën, genoemd in artikel 3, kunnen worden ingediend voor projecten die aansluiten bij één of meer van de volgende beleidsthema’s:

  • a.

    vitale, duurzame land- en tuinbouw;

  • b.

    natuur en landschap;

  • c.

    de V van voedselkwaliteit;

  • d.

    ruimte op het platteland;

  • e.

    maatschappelijk groen onderwijs.

Artikel

5

Artikel

6

De duur van de subsidieverlening is maximaal:

Artikel

8

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit beoordeelt de projectvoorstellen en de aanvragen tot subsidieverlening naast de criteria omschreven in artikel 7a, eerste lid, van de regeling onderscheidenlijk artikel 9, eerste lid, van de regeling, tevens aan de hand van de volgende criteria:

  • a.

    voor wat betreft de categorie, genoemd in artikel 3, onderdeel a: de meerwaarde voor het kennissysteem van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit als geheel, in het bijzonder blijkend uit:

    • 1°.

      de mate waarin het project bijdraagt aan kenniscirculatie;

    • 2°.

      de mate waarin de doelgroepen een bijdrage leveren aan de uitvoering van het project;

    • 3°.

      de betrokkenheid van relevante expertise.

  • b.

    voor wat betreft de categorie, genoemd in artikel 3, onderdeel b: de meerwaarde voor het groene onderwijs als geheel, in het bijzonder blijkend uit:

    • 1°.

      de mate waarin het project bijdraagt aan de ontwikkeling of implementatie van competentiegericht leren, waar mogelijk ondersteund door informatie- en communicatietechnologie;

    • 2°.

      de mate waarin het project bijdraagt aan doorlopende leerlijnen of leerarrangementen;

    • 3°.

      de mate waarin de doelgroepen een bijdrage leveren aan de uitvoering van het project.

Artikel

9

Indien een aanvraag tot subsidieverlening wordt afgewezen kunnen gemaakte voorbereidingskosten ten bedrage van 5% van de projectbegroting worden verhaald tot een maximum van € 10.000,00.

Artikel

10

De maximale hoogte van de voorschotten, bedoeld in artikel 12 van de regeling, bedraagt:

  • a.

    bij projecten waarbij de duur van de subsidieverlening niet langer dan anderhalf jaar is:

  • b.

    80% van het totale subsidiebedrag;

  • c.

    bij projecten waarbij de duur van de subsidieverlening langer dan anderhalf jaar is: 40% van het totale subsidiebedrag in 2006, 40% in 2007.

Artikel

11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

12

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit RIGO 2006.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman