Artikel
1
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
-
b.
medaille: de medaille voor trouwe en langdurige dienst bij de Nederlandse politie;
-
c.
oorkonde: de bij de medaille behorende oorkonde zoals weergegeven in de bij dit besluit behorende bijlage 1 en bijlage 3;
-
d.
jaarteken: een teken met de aanduiding 25 of 40;
-
e.
oorkonde jaarteken: de bij het jaarteken behorende oorkonde zoals weergegeven in de bij dit besluit behorende bijlage 2 en bijlage 4;
-
f.
ambtenaar:
-
1°.
de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Politiewet 1993;
-
2°.
de ambtenaar bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Politiewet 1993 voor zover hij in de hoedanigheid van Buitengewoon Opsporingsambtenaar, als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, met uitvoerende politietaken is belast;
-
1°.
-
g.
bevoegd gezag: de korpsbeheerder.
2
Onder ambtenaar wordt niet verstaan de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Politiewet 1993.