Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel
2
(totstandkoming en bekendmaking van een voorziening tot samenwerking)
1
Een voorziening tot samenwerking wordt schriftelijk aangegaan en vermeldt het belang of de belangen ter behartiging waarvan zij wordt getroffen, de deelnemers aan de voorziening, de eventuele gevolgen van de samenwerking voor de organisatie en formatie van de deelnemers en de financiële belangen van de deelnemers in de voorziening.
2
Een voorziening tot samenwerking regelt haar wijziging en opheffing alsmede de toetreding tot en uittreding uit die voorziening.
3
Voorzieningen tot samenwerking worden in het jaar waarin zij zijn aangegaan vermeld en als bijlage opgenomen in het jaarverslag van de deelnemende regio’s, indien de deelnemende regio’s bij die voorziening besluiten tot het gezamenlijk onderbrengen van personele, financiële of andere middelen bij een van de deelnemers aan de voorziening of een publiekrechtelijke rechtspersoon.
4
Onder het aangaan van een voorziening tot samenwerking wordt mede verstaan het wijzigen of opheffen van, het toetreden tot en het uittreden uit een voorziening.
Artikel
3
(het verplichten tot deelname aan een voorziening tot samenwerking)
1
Het verplichten van een regio tot deelname aan een voorziening tot samenwerking als bedoeld in artikel 47, derde lid, van de wet kan ook de wijziging of opheffing van een bestaande voorziening, alsmede de toetreding tot of de uittreding uit een bestaande voorziening betreffen.
2
Onze Minister kan een regio uit eigen beweging of op verzoek van de korpsbeheerder van een andere regio verplichten tot deelname aan een voorziening tot samenwerking. Met het verzoek wordt een ontwerp van de betrokken voorziening tot samenwerking overgelegd.
3
Alvorens een regio tot deelname aan een voorziening tot samenwerking te verplichten, stelt Onze Minister de betrokken korpsbeheerders in de gelegenheid hun zienswijze over het ontwerp van die voorziening tot samenwerking te geven.
§
2
Aanvullende bepalingen voor voorzieningen tot samenwerking waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon is ingesteld
Artikel
4
(inrichting van publiekrechtelijke rechtspersonen)
1
Een voorziening tot samenwerking waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt ingesteld, regelt in ieder geval de taken, bevoegdheden, inrichting, het personeel en de bekostiging of financiering van de rechtspersoon, alsmede de inbreng of ontvlechting van activa en passiva van de deelnemers. Tevens worden in die voorziening de taken, bevoegdheden, werkwijze en samenstelling van de organen van de rechtspersoon geregeld.
2
Een publiekrechtelijke rechtspersoon heeft een bestuur dat bestaat uit de korpsbeheerders van de politiekorpsen van de deelnemende regio’s en, voor zover van toepassing, de beheerder van het Korps landelijke politiediensten, dan wel een vertegenwoordiging uit hun kring. Indien naast politieregio’s ook het Rijk of andere rechtspersonen deelnemen, dragen deze zorg voor een vertegenwoordiging in het bestuur van die rechtspersoon. Het bestuur kan bestaan uit een algemeen en een dagelijks bestuur, waarbij het algemeen bestuur taken en bevoegdheden kan delegeren aan het dagelijks bestuur.
3
De deelnemers aan een voorziening tot samenwerking kunnen aan het bestuur van een publiekrechtelijke rechtspersoon taken en bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van deze taken en bevoegdheden zich daartegen verzet.
4
De voorziening tot samenwerking waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt ingesteld, regelt het vereiste aantal bestuursleden dat aanwezig moet zijn om rechtsgeldige besluiten te nemen, het stemrecht van de leden, de wijze van besluitvorming bij het staken van de stemmen alsmede de gevallen waarin de besluitvorming schriftelijk dan wel mondeling geschiedt.
5
De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar. Indien zowel een algemeen als een dagelijks bestuur is ingesteld, zijn de vergaderingen van het algemeen bestuur openbaar. De voorzitter is bevoegd de deuren te sluiten, indien dit uit een oogpunt van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer of op gronden, ontleend aan het algemeen belang, wenselijk wordt geacht.
6
Het bestuur dan wel het algemeen bestuur van een publiekrechtelijke rechtspersoon stelt een reglement vast waarin nadere regels over de werkwijze van het bestuur worden gegeven.
Artikel
5
(nadere regels voor publiekrechtelijke rechtspersonen)
1
Een publiekrechtelijke rechtspersoon verkrijgt zijn middelen door inbreng van activa en passiva van de deelnemers, financiële bijdragen van de deelnemers of het in rekening brengen van kostendekkende tarieven voor door die rechtspersoon geleverde diensten of goederen. De bijdragen of tarieven worden vastgesteld door het bestuur van de rechtspersoon.
2
Onze Minister kan aan een publiekrechtelijke rechtspersoon bijdragen verlenen. Bij ministeriële regeling kunnen over het verlenen van een bijdrage nadere regels worden gesteld.
3
Een voorziening tot samenwerking waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt ingesteld, regelt op welke wijze financiële tekorten worden aangevuld en met overschotten wordt omgegaan. Financiële tekorten worden aangevuld door een daartoe strekkende verhoging van de bijdragen of tarieven in het jaar, volgend op het jaar waarin de tekorten zijn ontstaan, dan wel worden, voor zover van toepassing, ten laste gebracht van de aanwezige reserve.
4
De deelnemers aan een voorziening tot samenwerking waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon is ingesteld, dragen er zorg voor dat de rechtspersoon te allen tijde aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen.
5
Een voorziening tot samenwerking waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt ingesteld, regelt bij de instelling de vereffening van vermogen ingeval die rechtspersoon wordt ontbonden. De rechtspersoon blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is.
6
Op een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn de regels over informatiebeveiliging, gesteld krachtens artikel 48 van de wet, van overeenkomstige toepassing.
7
Bij een voorziening tot samenwerking waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt ingesteld, kunnen beperkingen worden aangebracht in de bevoegdheden die de rechtspersoon van rechtswege bezit om aan het maatschappelijke verkeer deel te nemen.
Artikel
6
(verantwoording)
1
Het bestuur van een publiekrechtelijke rechtspersoon stelt jaarlijks voor 1 juli een kaderbrief vast waarin de voorgenomen activiteiten van de rechtspersoon alsmede de daarvoor benodigde financiële bijdragen van de deelnemers aan de voorziening tot samenwerking of de benodigde tarieven zijn aangegeven.
2
Het bestuur van een publiekrechtelijke rechtspersoon stelt jaarlijks een begroting en meerjarenraming alsmede een jaarrekening vast. Het bestuur ziet erop toe dat de begroting en de meerjarenraming in evenwicht zijn.
3
De begroting en jaarrekening bevatten een beleidsmatige onderbouwing en geven inzicht in de financiële verhoudingen tussen de rechtspersoon en de deelnemers aan de voorziening tot samenwerking wat betreft vermogen en resultaat.
4
Het bestuur van een publiekrechtelijke rechtspersoon stelt voor het einde van ieder boekjaar een rapportage op waarin een zo nauwkeurig mogelijke schatting van het resultaat van het boekjaar wordt weergegeven. In de jaarrekening wordt een analyse gegeven van deze schatting.
Na aanbieding worden de in artikel 6 bedoelde stukken ter inzage neergelegd ten kantore van de publiekrechtelijke rechtspersoon. Tegen betaling van kosten wordt een afschrift van de stukken beschikbaar gesteld.
3
Het bestuur van een publiekrechtelijke rechtspersoon geeft, zo nodig vertrouwelijk, mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van een regionaal college van een deelnemende regio of Onze Minister gevraagde inlichtingen.
Artikel
8
(kwaliteitszorg)
1
Het Besluit kwaliteitszorg politie en dit artikel zijn van toepassing op het bestuur van een publiekrechtelijke rechtspersoon voor zover bij die rechtspersoon ten minste 50 medewerkers feitelijk werkzaam zijn.
In afwijking van artikel 2, vierde lid, van het Besluit kwaliteitszorg politie, wordt de samenstelling van een visitatiecommissie bij een publiekrechtelijke rechtspersoon geregeld bij of krachtens de voorziening tot samenwerking waarbij die rechtspersoon wordt ingesteld, met dien verstande dat in de visitatiecommissie ten minste één externe deskundige zitting heeft.
Artikel
9
(archivering)
Op de zorg voor en de bewaring van de archiefbescheiden van een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn de regels gesteld bij of krachtens de Archiefwet 1995 van toepassing.
Artikel
10
(het verlenen van medewerking aan bestuursbesluiten)
1
De deelnemers aan een voorziening waarbij een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt ingesteld, verlenen hun medewerking aan de uitvoering van besluiten die het bestuur van die rechtspersoon op grond van de hem toekomende taken en bevoegdheden neemt.
2
Indien naar het oordeel van het bestuur van de rechtspersoon een deelnemer niet of onvoldoende medewerking verleent, kan het bestuur namens en ten laste van die deelnemer een besluit uitvoeren of doen uitvoeren. De betrokken deelnemer wordt van een voornemen daartoe voorafgaand schriftelijk in kennis gesteld.
§
3
Slotbepalingen
Artikel
11
Wijzigt het Besluit beheer regionale politiekorpsen.
Artikel
12
Wijzigt het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen.
Artikel
13
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel
14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit samenwerkingsvoorzieningen politie.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ,J. W.Remkes