Regeling van de Minister van Financiën van 18 april 2006 inzake het periodieke evaluatieonderzoek en de beleidsinformatie van de rijksoverheid (Regeling periodiek evaluatieonderzoek en beleidsinformatie 2006)

Regeling periodiek evaluatieonderzoek en beleidsinformatie 2006

De Minister van Financiën,
Na overleg met de Algemene Rekenkamer (brief van 4 april 2006, kenmerk 600 2091 R);

Besluit:

Definities en reikwijdte

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De twee onder deze regeling vallen vormen van evaluatieonderzoek ex post zijn:

  • a.

    de beleidsdoorlichting: een evaluatie van beleid op het niveau van de algemene of operationele doelstellingen, die de in artikel 8, tweede lid, van deze regeling opgenomen onderdelen omvat;

  • b.

    het effectenonderzoek ex post: het meten van de netto-effecten van beleid.

Artikel

4

Deze regeling heeft ten doel bij te dragen aan de betrouwbaarheid van de beleidsinformatie zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, door waarborgen in het proces van totstandkoming. Deze waarborgen zijn opgenomen in artikel 5 van deze regeling.

Normenkader beleidsinformatie, evaluatieonderzoek en bedrijfsvoeringsonderzoek

Artikel

5

Artikel

6

Toepassing evaluatieonderzoek

Artikel

7

Bij de beleidsonderbouwing wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van informatie verkregen met evaluatieonderzoek ex ante.

Artikel

8

Artikel

9

Bij de beleidsdoorlichting wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van onder meer effectenonderzoek ex post. De effectenonderzoeken ex post worden geprogrammeerd in de begroting.

Slotbepaling

Artikel

10

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,G.Zalm