Artikel
1
Het bedrag, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, en 21 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 en de artikelen 14, tweede lid, en 15, eerste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, wordt vastgesteld op:
-
a.
€ 114 per maand voor de ongehuwde gerechtigde jonger dan 65 jaar;
-
b.
€ 114 per maand voor de gehuwde gerechtigde jonger dan 65 jaar, indien de premie van verzekering tegen ziektekosten van de echtgenoot niet te zijnen laste komt;
-
c.
€ 184 per maand voor de gehuwde gerechtigde jonger dan 65 jaar, indien de premie van verzekering tegen ziektekosten van de echtgenoot te zijnen laste komt;
-
d.
€ 118 per maand voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde van 65 jaar of ouder;
-
e.
€ 118 per maand voor de gehuwde gerechtigde van 65 jaar of ouder, indien de premie van verzekering tegen ziektekosten van de echtgenoot niet te zijnen laste komt;
-
f.
€ 236 per maand voor de gehuwde gerechtigde van 65 jaar of ouder, indien de premie van verzekering tegen ziektekosten van de echtgenoot te zijnen laste komt.