Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 mei 2006, nr. BVE/Stelsel-2006/12277, houdende regels voor de verstrekking van subsidie ter uitvoering van ‘Van A tot Z betrokken. Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010’ (Subsidieregeling Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010)

Subsidieregeling Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

  • b.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht,

  • c.

    laaggeletterdheid: de beperking die mensen ondervinden in hun persoonlijk en maatschappelijk functioneren doordat hun vaardigheden op het gebied van lezen, rekenen en schrijven liggen onder het eindniveau van het basisonderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het primair onderwijs,

  • d.

    Aanvalsplan: ‘Van A tot Z betrokken. Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010’, bij brief van 25 november 2005 aangeboden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,

  • e.

    CINOP: de stichting Centrum voor Innovatie van Opleidingen, gevestigd te ’s-Hertogenbosch,

  • f.

    ETV: de Stichting Expertisecentrum ETV.nl, gevestigd te Rotterdam,

  • g.

    Stichting Lezen & Schrijven: de Stichting Lezen & Schrijven, gevestigd te Den Haag,

  • h.

    subsidieaanvragers: CINOP, ETV en de Stichting Lezen & Schrijven,

  • i.

    programmaraad: de programmaraad, bedoeld in artikel 6.

Artikel

2

Doel en activiteiten

Artikel

3

Subsidieplafond

Artikel

4

Subsidieaanvraag

Artikel

5

Subsidieverlening

De minister beslist, op basis van een advies van de programmaraad, binnen dertien weken na de uiterste datum van indiening van de aanvragen.

Artikel

6

Programmaraad

Artikel

7

Begrotingsvoorbehoud

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Awb, worden de op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel

9

Begeleiding door programmaraad

De subsidieaanvragers laten zich bij hun gesubsidieerde activiteiten voor begeleiding en inhoudelijke structurering bijstaan door de programmaraad.

Artikel

10

Informatieplicht

De subsidieaanvragers werken mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel

11

Voorafgaande toestemming voor rechtshandelingen na subsidieverlening

Artikel

12

Voorschotten

De minister betaalt per kwartaal een voorschot op de verleende subsidies.

Artikel

13

Evaluatie

De in het Aanvalsplan opgenomen maatregelen worden jaarlijks geëvalueerd door middel van een monitor. De monitor wordt uitgevoerd door CINOP.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006–2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.Rutte