Besluit van 8 mei 2006, houdende algemene eisen ten aanzien van het horen van personen per videoconferentie (Besluit videoconferentie)

Besluit videoconferentie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 13 januari 2006, 5396943/06/1;
De Raad van State gehoord (advies van 13 maart 2006, nr. W03.06.0013/I);
Gezien het nader rapport van 28 april 2006, nr. 5415979/06/6 van Onze Minister van Justitie en Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit videoconferentie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie , J. P. H.Donner
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie , M. C. F.Verdonk
De Minister van Justitie , J. P. H.Donner