Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
b.
wet: de Wet op het voortgezet onderwijs;
- c.
-
d.
school voor praktijkonderwijs: een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel IV, eerste lid, van het besluit;
-
e.
leerling: een leerling die op grond van artikel 10g van de wet tot een school voor praktijkonderwijs is toegelaten;
-
f.
leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling
-
1°.
die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep;
-
2°.
van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije;
-
3°.
van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname, de Nederlandse Antillen of Aruba;
-
4°.
van wie ten minste een van de ouders of voogden door de Minister van Justitie als vluchteling is toegelaten op grond van artikel 29 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel,
-
5°.
van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, met uitzondering van Indonesië.
-
1°.
-
g.
ILT: de integrale leerlingentelling per 1 oktober 2003, waarbij de groeiregeling zoals vermeld in artikelen 6a en 6b van het Formatiebesluit W.V.O. en in artikelen 7 en 8 van de Regeling formatie en bekostiging praktijkscholen met declaratiebekostiging niet van toepassing zijn.