Besluit van 14 juni 2006, houdende regels inzake de kwaliteit van werkzaamheden in het bodembeheer en de integriteit van degenen die deze werkzaamheden uitvoeren (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer)

Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 november 2005, nr. DJZ2005201998, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
De Raad van State gehoord (advies van 3 februari 2006, nr. W08.05.0516/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 7 juni 2006, nr. DJZ2006274120, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    accreditatie: het bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid;

  • b.

    bouwstof: bouwstof als bedoeld in artikel 1 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming;

  • c.

    certificaat: het bewijs waarmee een door Onze Ministers erkende certificeringsinstelling kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon voldoet aan het voor de certificering geldende normdocument;

  • d.

    erkenning: een beschikking van Onze Ministers waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling, voor een werkzaamheid, voldoet aan de bij of krachtens deze maatregel geldende voorwaarden;

  • e.

    instelling: certificeringsinstelling, inspectie-instelling, laboratorium of andere instelling met rechtspersoonlijkheid, die beoordeelt of een persoon, een stof, een product, een installatie, een voorziening of een ander object overeenstemt met een normdocument;

  • f.

    normdocument: een voor een werkzaamheid op grond van artikel 18 aangewezen beoordelingsrichtlijn, protocol of andere richtlijn, code, aanbeveling of norm die eisen bevat met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, kwaliteitssystemen, interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling, onafhankelijkheid, onpartijdigheid, continuïteit of andere eisen waarmee de kwaliteit van werkzaamheden of de betrouwbaarheid van de uitvoering kan worden bevorderd;

  • g.

    Onze Ministers: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • h.

    persoon: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon;

  • i.

    Raad voor Accreditatie: de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht;

  • j.

    vestigingsplaats: het adres en de woonplaats waar een persoon of instelling zetelt;

  • k.

    werkzaamheid: een bij regeling van Onze Ministers aangewezen werkzaamheid als bedoeld in artikel 11.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, die wordt uitgevoerd met betrekking tot bodem, grond, baggerspecie of bouwstoffen.

§

2

Erkenning van personen en instellingen

Artikel

2

Artikel

3

Een aanvraag voor een erkenning wordt, met een door Onze Ministers vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Ministers en gaat vergezeld van alle bescheiden die op dit formulier staan vermeld.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De erkenning vervalt indien de persoon of instelling waaraan de erkenning is verleend ophoudt te bestaan.

§

3

Verboden en verplichtingen

Artikel

8

Artikel

9

Het is een persoon of instelling verboden een resultaat van een werkzaamheid te gebruiken of aan een ander ter beschikking te stellen indien hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit resultaat, gelet op het doel waarvoor dit wordt gebruikt, geen betrouwbaar beeld verschaft van de eigenschappen, aard, hoedanigheid of samenstelling van de bodem, grond, baggerspecie of bouwstof.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De houder van een erkenning meldt onverwijld aan een door Onze Ministers aangewezen instantie zijn door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling. De melding geschiedt met een door Onze Ministers vastgesteld formulier.

Artikel

13

Een certificeringsinstelling of de Raad voor Accreditatie meldt een schorsing of intrekking van een certificaat, onderscheidenlijk een accreditatie, voor een werkzaamheid onverwijld aan een door Onze Ministers aangewezen instantie. De melding geschiedt met een door Onze Ministers vastgesteld formulier.

Artikel

14

Artikel

15

§

4

Bestuurlijke maatregelen

Artikel

16

Artikel

17

Onze Ministers verwerken de schorsing en intrekking in de lijsten, bedoeld in artikel 2, vierde lid.

Artikel

18

Onze Ministers kunnen normdocumenten aanwijzen voorzover deze:

  • a.

    niet in strijd zijn met een wettelijk voorschrift;

  • b.

    zijn vastgesteld door organen waarin alle betrokken partijen zich konden laten vertegenwoordigen;

  • c.

    zowel qua inhoud als qua strekking voldoende duidelijk zijn, en

  • d.

    voldoende draagvlak hebben bij de betrokken partijen.

§

5

Slotbepalingen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Artikel

21

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Vervallen

Artikel

25

Dit besluit is niet van toepassing op:

  • a.

    een werkzaamheid die voor inwerkingtreding van dit besluit is aangevangen;

  • b.

    een werkzaamheid die wordt verricht ter uitvoering van een wettelijke taak door of in opdracht van een bestuursorgaan, of

  • c.

    de opsporing en vervolging van strafbare feiten.

Artikel

26

Onze Ministers zenden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel

27

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

28

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , P. L. B. A. van Geel
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat , M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner