Artikel
1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-
a.
accreditatie: het bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid;
-
b.
bouwstof: bouwstof als bedoeld in artikel 1 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming;
-
c.
certificaat: het bewijs waarmee een door Onze Ministers erkende certificeringsinstelling kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon voldoet aan het voor de certificering geldende normdocument;
-
d.
erkenning: een beschikking van Onze Ministers waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling, voor een werkzaamheid, voldoet aan de bij of krachtens deze maatregel geldende voorwaarden;
-
e.
instelling: certificeringsinstelling, inspectie-instelling, laboratorium of andere instelling met rechtspersoonlijkheid, die beoordeelt of een persoon, een stof, een product, een installatie, een voorziening of een ander object overeenstemt met een normdocument;
-
f.
normdocument: een voor een werkzaamheid op grond van artikel 18 aangewezen beoordelingsrichtlijn, protocol of andere richtlijn, code, aanbeveling of norm die eisen bevat met betrekking tot deskundigheid, bekwaamheid, kwaliteitssystemen, interne kwaliteitsbewaking, werkinstructies, klachtbehandeling, onafhankelijkheid, onpartijdigheid, continuïteit of andere eisen waarmee de kwaliteit van werkzaamheden of de betrouwbaarheid van de uitvoering kan worden bevorderd;
-
g.
Onze Ministers: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
-
h.
persoon: een natuurlijk persoon of een rechtspersoon;
-
i.
Raad voor Accreditatie: de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht;
-
j.
vestigingsplaats: het adres en de woonplaats waar een persoon of instelling zetelt;
-
k.
werkzaamheid: een bij regeling van Onze Ministers aangewezen werkzaamheid als bedoeld in artikel 11.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, die wordt uitgevoerd met betrekking tot bodem, grond, baggerspecie of bouwstoffen.