Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Kostenregeling: de Regeling toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
Kostenregeling: de Regeling toezichtkosten DNB Wet toezicht kredietwezen 1992.
Het minimumbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de kostenregeling wordt vastgesteld op:
€ 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de wet is verleend;
€ 31.500 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 38 van de wet is verleend;
€ 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de wet is verleend;
€ 40.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 38 van de wet is verleend.
De verdeelsleutels en bandbreedtes, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de kostenregeling, worden vastgesteld ingevolge het bepaalde in bijlage I bij deze regeling.
De hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de kostenregeling, wordt vastgesteld op:
€ 25.000 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, die op grond van artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen;
€ 0 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°van de wet , die op grond van artikel 31 het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen;
€ 0 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, die op grond van artikel 32 werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mogen verrichten;
€ 0 voor kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, die op grond van artikel 32a werkzaamheden door middel van het verlenen van diensten mogen verrichten;
€ 0 voor financiële instellingen die op grond van artikel 45 van de wet onder toezicht zijn gesteld;
€ 0 voor financiële instellingen die op grond van artikel 50 van de wet zijn toegelaten;
€ 0 voor financiële instellingen die op grond van artikel 51 van de wet zijn toegelaten.
Deze regeling kan worden aangehaald als: Vaststellingsregeling Wtk 1992 bedragen, verdeelsleutels en bandbreedtes voor 2006.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
|
Kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de wet is verleend |
De naar risicograad gewogen posten die bij of krachtens artikel 20 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden |
€ 0 – € 1.000.000.000 > € 1.000.000.000 – € 5.000.000.000 > € 5.000.000.000 – € 50.000.000.000 > € 50.000.000.000 |
€ 197 per € 1.000.000 € 85 per € 1.000.000 € 44 per € 1.000.000 € 12 per € 1.000.000 |
|
Kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 38 van de wet is verleend |
De naar risicograad gewogen posten die bij of krachtens artikel 20 van de wet worden bepaald ten behoeve van de berekening van het eigen vermogen dat tenminste dient te worden aangehouden |
€ 0 – € 1.000.000.000 > € 1.000.000.000 – € 5.000.000.000 > € 5.000.000.000 – € 50.000.000.000 > € 50.000.000.000 |
€ 197 per € 1.000.000 € 85 per € 1.000.000 € 44 per € 1.000.000 € 12 per € 1.000.000 |
|
Kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de wet is verleend |
De ter beschikking gekregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven |
– |
€ 0 |
|
Kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 2° van de wet, waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 38 van de wet is verleend |
De ter beschikking gekregen gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven |
– |
€ 0 |