Voorziening tot samenwerking Politie Nederland

Voorziening tot samenwerking Politie Nederland

De korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen, met instemming van de regionale colleges, en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als beheerder van het Korps landelijke politiediensten;
Overwegende dat:
– De Wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Politiewet 1993 in verband met het stellen van regels voor het treffen van samenwerkingsvoorzieningen op initiatief van politiekorpsen en voor de informatie- en communicatievoorzieningen van de politie (Stb. 2005, 242) vereist dat alle op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet bestaande samenwerkingsverbanden met betrekking tot het beheer van de politie tussen regio’s onderling, dan wel tussen regio’s en het Rijk of andere rechtspersonen, waarbij een rechtspersoon naar burgerlijk recht is opgericht, uiterlijk twee jaar na dat tijdstip dienen te zijn ontbonden;
– De ICT-Service Coöperatie Politie, Justitie en Veiligheid, de Coöperatie Informatiemanagement Politie en de Stichting Nederlands Politie Instituut worden ontbonden;
– De wettelijke taak van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties om op grond van artikel 53d van de Politiewet 1993 te zorgen voor de landelijke informatie- en communicatievoorzieningen en het beheer daarvan voor de politie en voor voorzieningen op het gebied van de informatie- en communicatiehuishouding en het beheer daarvan noodzakelijk voor de samenwerking van de politie en diensten en organisaties die met de politie samenwerken zal vervallen en als gevolg daarvan de Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV (ITO) wordt opgeheven;
– De eisen die aan de taakuitvoering van de politiekorpsen worden gesteld onder meer door de anonimisering, de toenemende mobiliteit en de veranderende criminaliteitspatronen als gevolg van de open grenzen die kenmerkend zijn voor de Nederlandse samenleving, het noodzakelijk maken beheerstaken te bundelen ten einde de doelmatigheid en de efficiëntie te vergroten;
– Het noodzakelijk is voorwaarden te scheppen om de samenwerking tussen de politiekorpsen en van de politiekorpsen met andere rechtspersonen en diensten met een publiekrechtelijke taak op het terrein van politie, justitie of veiligheid verder te verbeteren door het verwerven van leveringen en diensten op het gebied van ICT-voorzieningen dan wel ICT-voorzieningen te ontwikkelen, te beheren en te exploiteren die deze samenwerking doelmatiger en efficiënter maken;
– Het wenselijk is dat een aantal beheerstaken van de politiekorpsen wordt overgedragen aan een op te richten voorziening tot samenwerking;

Besluiten de volgende voorziening tot samenwerking aan te gaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.2

Deelnemers aan de voorziening tot samenwerking

Deelnemers aan de voorziening tot samenwerking zijn de regio’s, genoemd in de bijlage bij de Politiewet 1993 en ten behoeve van het Korps landelijke politiediensten, het Rijk.

Hoofdstuk

2

De voorziening tot samenwerking

Artikel

2.1

De voorziening tot samenwerking

Artikel

2.2

Belang

Politie Nederland behartigt de belangen van de deelnemers door een doelmatig beheer van de politiekorpsen te bevorderen.

Artikel

2.3

Taken

Politie Nederland heeft tot taak:

  • a.

    het ontwikkelen, formuleren, onderhouden en uitvoeren van een gemeenschappelijk beleid ten aanzien van een doelmatig beheer, vanuit een gemeenschappelijke missie en visie op de taakuitvoering van de politiekorpsen, gericht op samenhang, standaardisatie en samenwerking;

  • b.

    het formuleren van eisen voor de ontwikkeling, de exploitatie en het beheer van de ICT-voorzieningen van de politiekorpsen rekening houdend met de behoeften van organisaties die een publiekrechtelijke taak hebben op het terrein van politie, justitie of veiligheid waarmee de politiekorpsen samenwerken;

  • c.

    het verwerven van producten en diensten op het gebied van ICT-voorzieningen dan wel het ontwikkelen, het beheren en exploiteren van ICT-voorzieningen, waaronder begrepen technische standaarden ten behoeve van politiekorpsen, mede ten behoeve van organisaties die een publiekrechtelijke taak hebben op het terrein van politie, justitie of veiligheid indien dit van belang is voor de samenwerking van de politiekorpsen met die organisaties;

  • d.

    het formuleren van eisen en wensen met betrekking tot verzekeringen ten behoeve van de politiekorpsen en afsluiten en beheren daarvan;

  • e.

    het voeren van secretariaten.

Artikel

2.4

Exclusiviteit

Artikel

2.5

Organen

Politie Nederland kent de volgende organen: het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

Hoofdstuk

3

Het bestuur

Artikel

3.1

Samenstelling

Artikel

3.2

Taken en bevoegdheden

Artikel

3.3

Werkwijze

Artikel

3.4

Besluitvorming

Artikel

3.5

Informatieverstrekking

Hoofdstuk

4

Het dagelijks bestuur

Artikel

4.1

Samenstelling

Artikel

4.2

Taken en bevoegdheden

Artikel

4.3

Werkwijze

Artikel

4.4

Besluitvorming

Op de besluitvorming in het dagelijks bestuur is artikel 3.4 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk

5

Commissies

Artikel

5.1

Commissie multidisciplinaire ICT aangelegenheden

Artikel

5.2

Overige commissies

Hoofdstuk

6

De organisatie, de directie en de secretaris

Artikel

6.1

De organisatie

Het algemeen bestuur regelt de inrichting van de organisatie van Politie Nederland en stelt daartoe in ieder geval een organisatie- en formatieplan vast.

Artikel

6.2

De algemeen directeur

Artikel

6.3

De directie

Hoofdstuk

7

Beheers- en financiële bepalingen

Artikel

7.1

Het financieel statuut

Artikel

7.2

Bekostiging

Artikel

7.3

De begroting

Artikel

7.4

De jaarrekening

Artikel

7.5

Resultaten jaarlijkse exploitatie

Hoofdstuk

8

Het archief

Artikel

8

Archief

Hoofdstuk

9

Wijziging, opheffing, toetreding en uittreding

Artikel

9.1

Wijziging en opheffing

Artikel

9.2

Toetreding

Artikel

9.3

Uittreding

Artikel

9.4

Bekendmaking van wijzigingen, opheffing, toetreding en uittreding

Hoofdstuk

10

Overgangsbepalingen

Artikel

10

Overgangsbepaling

Hoofdstuk

11

Slotbepalingen

Artikel

11.1

Inwerkingtreding

Deze voorziening tot samenwerking treedt in werking met ingang van 1 juli 2006.

Artikel

11.2

Titel

Deze regeling wordt aangehaald als: Voorziening tot samenwerking Politie Nederland.

De voorziening tot samenwerking zal met de toelichting door de minister in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes