Artikel
1
Deze regeling is van toepassing indien bij wet, in een planologische kernbeslissing of bij besluit de Minister van Economische Zaken is aangewezen als projectminister in de zin van artikel 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Besluit:
Deze regeling is van toepassing indien bij wet, in een planologische kernbeslissing of bij besluit de Minister van Economische Zaken is aangewezen als projectminister in de zin van artikel 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
In deze regeling wordt verstaan onder:
minister: de Minister van Economische Zaken;
aanvrager: degene die een verzoek op grond van artikel 48a, eerste lid, van de wet heeft ingediend;
schadebeoordelingscommissie: de commissie, bedoeld in artikel 3.
De minister stelt voor iedere rijksprojectenprocedure waarvoor hij projectminister is, zo spoedig mogelijk nadat het rijksprojectbesluit onherroepelijk is geworden, een commissie in, bestaande uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van planologische schade, met als taak hem te adviseren over aanvragen op grond van artikel 48a, eerste lid, van de wet.
Degene die meent dat het in artikel 48a van de wet bepaalde op hem van toepassing is, dient een gemotiveerde aanvraag in bij de minister.
Indien de aanvraag kennelijk niet tot toekenning van schadevergoeding kan leiden, kan de minister de aanvraag binnen vier weken na ontvangst daarvan afwijzen, zonder toepassing te geven aan de artikelen 6 tot en met 10.
Indien geen toepassing wordt gegeven aan artikel 5, eerste lid, geeft de minister onverwijld na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, of als die termijn verlengd, is, de termijn, bedoeld in het tweede lid van artikel 5, de schadebeoordelingscommissie opdracht om een advies over de aanvraag uit te brengen.
De schadebeoordelingscommissie hoort de aanvrager of zijn gemachtigde en een of meer vertegenwoordigers van de minister.
De schadebeoordelingscommissie maakt van de mondelinge uiteenzetting door de aanvrager of zijn gemachtigde en van de vertegenwoordigers van de minister een kort verslag. Het verslag wordt toegezonden aan de aanvrager en zijn gemachtigde en aan de minister. Het verslag wordt, tezamen met eventuele schriftelijke reacties daarop, als bijlage aan het advies gehecht.
De schadebeoordelingscommissie onderzoekt eerst of de aanvrager ten gevolge van het desbetreffende rijksprojectbesluit schade lijdt, die redelijkerwijze niet te zijnen laste behoort te blijven.
Indien de schadebeoordelingscommissie op basis van het in het eerste lid bedoelde onderzoek tot het oordeel komt dat de aanvrager schade lijdt die redelijkerwijze niet te zijnen laste behoort te blijven, berekent zij de omvang van de schade die ten laste van de aanvrager dient te blijven, en de door de minister te betalen billijke schadevergoeding.
De schadebeoordelingscommissie brengt schriftelijk advies uit aan de minister binnen tien weken nadat de opdracht, bedoeld in artikel 6 eerste lid, is gegeven.
De schadebeoordelingscommissie kan de in het eerste lid, genoemde termijn met ten hoogste vier werken verlengen. Zij stelt zowel de aanvrager, als de minister van een verlenging in kennis.
De minister beslist binnen vier weken nadat de schadebeoordelingscommissie overeenkomstig artikel 9, eerste lid, advies heeft uitgebracht.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Procedureregeling vergoeding van schade door rijksprojectbesluiten EZ.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.