Artikel
I
Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.
Voorzover de peildatum, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, is gelegen voor 1 juli 2006, wordt:
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals dat komt te luiden na de inwerkingtreding van deze wet, als volgt gelezen: a. bij een primaire toekenning: het gezamenlijk inkomen over het peiljaar van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner, en.
voor de toepassing van artikel 3, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals dat komt te luiden na de inwerkingtreding van deze wet, onder het verzamelinkomen verstaan: het gecorrigeerde verzamelinkomen, bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals dat artikel laatstelijk luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet;
voor de toepassing van artikel 3, derde lid, onderdeel b, en vierde lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals dat komt te luiden na de inwerkingtreding van deze wet, onder het belastbare loon verstaan: het gecorrigeerde belastbare loon, bedoeld in artikel 1a, derde lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals dat artikel laatstelijk luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet, en
voor de toepassing van artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals dat komt te luiden na de inwerkingtreding van deze wet, onder het verzamelinkomen verstaan: het gecorrigeerde verzamelinkomen, bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals dat artikel laatstelijk luidde vóór de inwerkingtreding van deze wet.
Voorzover het peiljaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel p, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, het kalenderjaar 2005 betreft, wordt:
in artikel 8, tweede lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, zoals dat komt te luiden na de inwerkingtreding van deze wet, voor «het bedrag van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet» gelezen: het bedrag van de tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies recht hebben;
in de artikelen 11, eerste lid, onderdeel b, onder 3e en 4e, en 28, onderdelen c en d, van de Wet bevordering eigenwoningbezit voor «de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van die wet» gelezen: de financiële tegemoetkoming waarop personen met een ouderdomspensioen op grond van artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies recht hebben.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.