Besluit van 7 juli 2006, houdende regels betreffende de exploitatie van de luchthaven Schiphol (Besluit exploitatie luchthaven Schiphol)

Besluit exploitatie luchthaven Schiphol

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 26 september 2005, nr. HDJZ/LUV/2005-1854, Hoofddirectie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 25 november 2005, No. W09.05.0439/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 6 juli 2006, nr. HDJZ/LUV/2006-1029, Hoofddirectie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    luchtvaartactiviteiten: de in artikel 8.25d, eerste lid, van de wet bedoelde activiteiten;

  • b.

    toerekeningssysteem: het toerekeningssysteem, bedoeld in artikel 8.25g, eerste lid, van de wet;

  • c.

    luchthaven: de luchthaven Schiphol;

  • d.

    wet: de Wet luchtvaart;

  • e.

    gebruiker: een luchtvaartmaatschappij, alsmede een persoon of rechtspersoon die vluchten uitvoert, niet zijnde een luchtvaartmaatschappij;

  • f.

    raad: de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet;

  • g.

    unuïteitenmethode: de methode van afschrijving van materiële vaste activa die worden gekenmerkt door initiële overcapaciteit (geprognosticeerde capaciteit verminderd met de verwachte vraag van luchthavenluchtverkeer, vervoer van passagiers en vracht, zodanig dat dit resulteert in een gelijkblijvend bedrag van afschrijvingen en vermogenskosten per eenheid gebruik over de daarvoor te verwachten economische levensduur, zoals voorzien ten tijde van het investeringsbesluit);

Hoofdstuk

2

Toezicht op tarieven en voorwaarden

§

1

Algemeen

Artikel

2

§

2

Vaststelling van tarieven en voorwaarden

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

§

3

Kwaliteitsindicatoren

Artikel

7

Indicatoren voor het kwaliteitsniveau van de door de exploitant van de luchthaven aangeboden diensten met betrekking tot het gebruik van de luchthaven, bedoeld in artikel 8.25e, vierde lid, onderdeel c, van de wet, omvatten ten minste:

  • a.

    de capaciteit op jaarbasis en de piekuurcapaciteit van het beschikbare banenstelsel, gemeten in aantallen vliegtuigbewegingen,

  • b.

    het aantal opstelplaatsen voor passagiers- en vrachtvliegtuigen en het aantal bufferplaatsen,

  • c.

    de totale oppervlakte van de terminals ten behoeve van luchtvaartactiviteiten en het aantal zitplaatsen in de terminals, onderverdeeld in vierkante meters voor vertrekhal, aankomsthal en circulatie- en verblijfsruimten,

  • d.

    de pieren, gemeten in aantallen pieren en gates, onderverdeeld naar categorieën en grootte,

  • e.

    de capaciteit op jaarbasis en de piekuurcapaciteit van het bagagesysteem, gemeten in aantallen colli, alsmede het aantal reclaimbanden,

  • f.

    het aantal bussen aan de luchtzijde,

  • g.

    het aantal check-in faciliteiten en naar soort (balies, selfservice of anderszins),

  • h.

    het aantal doorlaatplaatsen in verband met beveiliging van passagiers en bagage, de inzet van het aantal daarvoor door de exploitant van de luchthaven ingezette beveiligingsfunctionarissen, en de capaciteit per jaar en de piekuurcapaciteit daarvan in aantallen reizigers,

  • i.

    het aantal voorrijwegen en de capaciteit per jaar en de piekuurcapaciteit,

  • j.

    de beschikbaarheid van de in de onderdelen a tot en met i genoemde diensten gedurende het boekjaar van de exploitant van de luchthaven, waar mogelijk uitgedrukt in een percentage, en gerelateerd aan de ontwikkeling van het volume van het luchthavenluchtverkeer, het vervoer van passagiers en het vervoer van vracht.

§

4

Toerekening en financiële verantwoording

Artikel

8

Artikel

10

Artikel

12

De raad verleent na inwerkingtreding van de artikelen 8.25d tot en met 8.25j van de wet goedkeuring aan het toerekeningssysteem voor ten hoogste vier jaar en vervolgens telkens voor ten hoogste vijf jaar.

Artikel

13

Bij de bepaling van de tarieven voor luchtvaartactiviteiten overeenkomstig artikel 8.25d, tweede tot en met zevende lid, wordt als maatstaf gebruikt dat het geprognosticeerde rendement over de Regulatory Asset Base, bedoeld in artikel 8, negende lid, en berekend met inachtneming van de formule die is opgenomen in de bijlage bij dit besluit, ten hoogste gelijk is aan de gewogen gemiddelde vermogenskosten die wordt berekend met inachtneming van de formule die is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Artikel

14

Bij de vaststelling van de tarieven voor de uitvoering van de beveiliging van passagiers en hun bagage is artikel 12 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk

3

Toezicht op exploitatie luchthaven

Artikel

15

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit exploitatie luchthaven Schiphol.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat , M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner

Bijlage

behorende bij artikel 13 van het Besluit exploitatie luchthaven Schiphol

De berekening van het (toegestane) rendement over de luchtvaartactiviteiten

Het geprognosticeerde rendement (als %) voor het eerstvolgende boekjaar mag nooit hoger zijn dan de WACC (exclusief verrekening tussen de jaren).

In deel A van de bijlage wordt aangegeven hoe het rendement voor het totaal van de luchtvaartactiviteiten van de NVLS wordt bepaald.

In deel B gaat het om het afzonderlijk rendement van de beveiligingsactiviteiten.

In deel C van deze bijlage wordt aangegeven hoe de WACC wordt bepaald.

A

DE BEREKENING VAN HET RENDEMENT OVER HET TOTAAL VAN LUCHTVAARTACTIVITEITEN (INCLUSIEF BEVEILIGING)

Het rendement op de Regulatory Asset Base («RAB») na belasting in boekjaar t wordt berekend door het aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen resultaat in boekjaar t te delen op de waarde van de Regulatory Asset Base voor dat jaar. Om deze berekening te kunnen maken worden de onderstaande stappen beschreven.

Aan luchtvaartactiviteiten toerekenbare opbrengsten (AR)

Totale opbrengsten (AR) = totaal opbrengsten tarieven (a) + overige opbrengsten luchtvaartactiviteiten (b) + bijdrage niet-luchtvaartactiviteiten (c)

(a) totale opbrengst tarieven omvat opbrengsten uit tarieven voor landen, opstijgen, parkeren, afhandeling van passagiers alsmede beveiliging (tarief per gebruikseenheid × aantal gebruikseenheden);

(b) overige opbrengsten luchtvaartactiviteiten omvat alle opbrengsten uit activiteiten van de exploitant van de luchthaven die rechtstreeks verband houden met luchtvaartactiviteiten, zoals aangegeven in artikel 2, lid 2;

(c) bijdrage uit de commerciële niet-luchtvaartactiviteiten.

Aan luchtvaartactiviteiten toerekenbare kosten (AC)

Totale kosten luchtvaartactiviteiten (AC) = kosten (1) + kosten grote investeringen (2)

exclusief vermogenskosten en vennootschapsbelasting

waarbij,

1. kosten = operationele kosten (d) en afschrijvingen (e)

(d) operationele kosten omvatten onder meer: personeelskosten, kosten materiaal en uitbestede diensten, onderhoud en schoonmaak, intercompany leveringen en overige kosten;

(e) afschrijvingen over materiële vaste activa exclusief afschrijvingen grote investeringen;

De kosten worden bepaald en toegerekend aan de luchtvaartactiviteiten op basis van aanvaardbare bedrijfseconomische principes. Voor de afschrijvingen wordt daarbij uitgegaan van historische kosten.

2. kosten grote investeringen (f) = het totale bedrag aan afschrijvingen voor grote investeringen (g)

(f) grote investeringen betreffen (capaciteitsvergrotende) investeringen met een omvang van meer dan € 100.000.000,–, waarbij verwacht wordt dat zich na ingebruikneming initiële overcapaciteit voordoet, zoals geprognosticeerd ten tijde van het investeringsbesluit, en de vijfde baan die op het moment van inwerkingtreding van de artikelen 8.25d tot en met 8.25j van de wet reeds in gebruik is genomen.

(g) afschrijvingen voor grote investeringen worden berekend volgens de unuïteitenmethode. Dit houdt in dat de afschrijvingen jaarlijks zo worden bepaald dat afschrijvingen plus vermogenskosten in elk jaar van de levensduur een constant reëel bedrag c per gebruikseenheid bedragen, waarbij rekening wordt gehouden met de initiële overcapaciteit, zoals voorzien ten tijde van het investeringsbesluit. Voor de vijfde baan zullen de afschrijvingen volgens de unuïteitenmethode worden bepaald op basis van de boekwaarde per 1 januari van het boekjaar waarvoor de tarieven en voorwaarden worden vastgesteld, tegen de dan geldende vermogenskostenvoet (WACC), initiële overcapaciteit en inflatieverwachting. De ten tijde van de investeringsbesluit voorziene economische levensduur vormt daarbij een gegeven.

Dit bedrag wordt met behulp van de onderstaande formules vastgesteld:

Uitgangspunt zijn reële constante kosten (afschrijvings- en vermogenskosten) per eenheid (c)

ofwel w = c × CAP

Het bovengenoemde bedrag w wordt als volgt berekend:

waarbij:

c = reële constante kosten (afschrijvings- en vermogenskosten) per eenheid;

CAP = aantal vervoers- respectievelijk verkeerseenheden bij maximale capaciteit;

I0 = de contante waarde van de grote investering ten tijde van het investeringsbesluit incl. bouwrente gedurende de vervaardigingsperiode;

w = reëel constant bedrag van afschrijvingskosten en vermogenskosten per jaar bij volledige benutting van de capaciteit;

1-x = geprognosticeerde benutting (als %) van capaciteit in jaar t, waarbij de initiële overcapaciteit x = a, b, etcetera;

D = disconteringsvoet: nominale WACC (na belasting) ten tijde van het investeringsbesluit;

t = economische levensduur vanaf het moment van ingebruikneming (jaren 1 tot n), zoals voorzien ten tijde van het investeringsbesluit;

T = het vigerende wettelijke tarief voor vennootschapsbelasting (als %) ten tijde van het investeringsbesluit;

p = geprognosticeerde jaarlijkse inflatiepercentage gebaseerd op het door het CPB geraamde consumentenprijsindex (bron: CPB, Macro Economische Verkenningen).

De bovenstaande berekening van w wordt uitgevoerd ten tijde van het investeringsbesluit, of voor bestaande, grote activa met initiële overcapaciteit, t.w. de vijfde baan, het moment van inwerkingtreding van de wet, en wordt opnieuw uitgevoerd op het moment van eerste evaluatie van de wet na vier jaar (en vervolgens na vijf jaar). De (resterende) economische levensduur wordt daarbij afgeleid zoals voorzien ten tijde van het investeringsbesluit.

Na bepaling van w (reëel constant bedrag van afschrijvingskosten en vermogenskosten per jaar bij volledige benutting van de capaciteit) kunnen de jaarlijkse afschrijvingen (in nominale termen) door middel van de onderstaande formule worden berekend.

waarin:

AF = afschrijving grote investeringen in nominale termen; AF is het bedrag dat ingevuld wordt in de formule bij aan luchtvaart toerekenbare kosten onder 2(g);

BW = boekwaarde grote investering in nominale termen in RAB (vanaf het moment waarop de investering in gebruik wordt genomen).

Berekening van het rendement van de luchtvaartactiviteiten

Na bovenstaande stappen te hebben doorlopen kan het rendement (r in %) op de Regulatory Asset Base («RAB») in jaar t worden berekend door het aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen resultaat («R») te delen op de waarde van de Regulatory Asset Base voor het boekjaar:

waarbij R wordt gegeven door:

R = EBIT × (1–T) = (AR – AC) × (1 – T)

waarin:

Earnings Before Interest and Taxes (EBIT) = resultaat vóór interest en belastingen in jaar t;

Aviation Revenues (AR) = totale opbrengsten luchtvaartactiviteiten;

Aviation Costs (AC) = totale kosten luchtvaartactiviteiten (excl. vermogenskosten);

Regulatory Asset Base (RAB) = de gemiddelde boekwaarde van de aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen materiële vaste activa, volgens aanvaardbare bedrijfseconomische principes en op grond van de historische kostprijs. Bij de bepaling van deze boekwaarde wordt het gemiddelde genomen van de waarde van de RAB op 1 januari in jaar t en van de verwachte (voor prognose) dan wel gerealiseerde (voor verantwoording) waarde van de RAB op 31 december in jaar t. Materiële vaste activa worden eerst geactiveerd op het moment dat zij in gebruik worden genomen, vermeerderd met bouwrente.

RABtotaal = RABactiva + RABgrote investeringen'

waarbij:

RABactiva = de gemiddelde boekwaarde (per 1 januari respectievelijk 31 december) van de aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen materiële vaste activa (exclusief boekwaarde grote investeringen);

RABgrote investeringen = de gemiddelde boekwaarde (per 1 januari respectievelijk 31 december) van de aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen grote investeringen;

Bouwrente = kostenvoet van rentedragende schulden die jaarlijks worden berekend over het gemiddelde geïnvesteerde vermogen (per 1 januari respectievelijk 31 december) in materiële vaste activa die nog niet in gebruik zijn genomen. Het betreft het risicovrije rendement (als %), gelijk aan het effectieve rendement («yield to maturity») op een Nederlandse staatsobligatie met een resterende looptijd gelijk aan de gemiddelde aanlegperiode van de desbetreffende materiële vaste activa. Deze dient te worden vermeerderd met een kredietopslag van 65 bp.

Conform artikel 13 wordt als maatstaf voor het maximum toegestane rendement de WACC gebruikt. Daarbij dient de verrekening van opbrengsten en kosten uit voorgaande jaren niet te worden meegenomen in de bepaling van het rendement.

B

BEREKENING VAN HET RENDEMENT OVER DE BEVEILIGINGSACTIVITEITEN

De berekening van het rendement over de beveiligingsacitiviteiten geschiedt op analoge wijze als de berekening van het rendement over de totale activiteiten beschreven in deel A met dien verstande dat:

  • Tariefopbrengsten uitsluitend op basis van security service charge;

  • Geen overige luchtvaartopbrengsten bij de beveiligingsactiviteiten;

  • Eventuele bijdrage niet-luchtvaartactiviteiten naar rato van de kosten van de beveiligingsactiviteiten in het totaal van de luchtvaartactiviteiten;

  • Uitsluitend kosten van de beveiligingsactiviteiten (inclusief de kosten voor criminaliteitsbestrijding en openbare orde);

  • Uitsluitend over de RAB van de beveiligingsactiviteiten.

C

DE GEWOGEN GEMIDDELDE VERMOGENSKOSTEN (WACC)

De gewogen gemiddelde vermogenskosten (Weighted Average Cost of Capital), ook wel aangeduid als WACC, is gebaseerd op het zogenoemde Capital Asset Pricing Model en wordt, rekening houdend met belastingen, gegeven door:

WACC = g × Kd × (1–T) + (1–g) × (Rf + (EMRP × Equity Bèta))

De parameters in de formule zijn de volgende:

WACC = Weighted Average Cost of Capital, de gewogen gemiddelde vermogenskosten (als %);

g = forfaitaire waarde van rentedragende schulden die aan de financiering van de Regulatory Asset Base kunnen worden toegerekend, gedeeld door de waarde van de Regulatory Asset Base; g bedraagt 0,4;

Rf = risicovrij rendement (als %), gelijk aan het effectieve rendement («yield to maturity») op een Nederlandse staatsobligatie met resterende looptijd van 10 jaar, op het moment dat de tarieven worden vastgesteld;

Kd = kostenvoet van rentedragende schulden (als %); de kredietopslag Kd-Rf is vastgesteld op 65bp;

T = het vigerende wettelijke tarief voor vennootschapsbelasting (als %), op het moment dat de tarieven worden vastgesteld. Indien ten tijde van de vaststelling van de tarieven vaststaat dat per 1 januari van het boekjaar waarvoor de tarieven worden vastgesteld, een gewijzigd wettelijk tarief voor vennootschapsbelasting geldt, wordt dit laatste percentage toegepast;

EMRP = Equity market risk premium, risicopremie voor eigen vermogen (als %); dit is de opslag op het risico-vrije rendement die vermogensverschaffers verlangen ten aanzien van de zogenoemde marktportefeuille van aandelen wereldwijd, vastgesteld op 4,0%;

Equity Bèta = de maatstaf voor het marktrisico (systematisch risico) van het eigen vermogen dat aan de financiering van de Regulatory Asset Base kan worden toegerekend. Het gaat derhalve om de zogenoemde «levered Equity Bèta» die een maatstaf is van de gevoeligheid van de waarde van het eigen vermogen voor een verandering in de waarde van de marktportefeuille van aandelen rekening houdend met de vermogensstructuur (g). De in de WACC-formule te gebruiken Equity Bèta dient te worden bepaald op het moment van vaststelling van de tarieven en wordt bepaald aan de hand van de navolgende formule, nadat de Asset Bèta, Debt Bèta en g zijn bepaald.

De formule voor Equity Bèta is:

Asset Bèta + (Asset Bèta – Debt Bèta) × g / (1–g) × (1 – T),

waarbij:

Debt Bèta = de maatstaf voor het marktrisico (systematisch risico) van rentedragende schulden die aan de financiering van de Regulatory Asset Base kunnen worden toegerekend. De creditspread (Kd – Rf) bestaat deels uit een vergoeding voor het systematische risico; een ander deel betreft een liquiditeitspremie en een opslag voor faillissementsgerelateerde verliezen. De formule voor Debt Bèta is: 0,5 × (Kd – Rf) / EMRP;

en

Asset Bèta = de maatstaf voor het marktrisico (systematisch risico) dat verbonden is aan de activiteiten waarvoor de Regulatory Asset Base van de exploitant ten dienste staat. Asset Bèta wordt als volgt bepaald:

1. Een zo groot mogelijk aantal (en te allen tijde ten minste vier) zoveel mogelijk representatieve beursgenoteerde luchthavens binnen de EU, bezien uit een oogpunt van vergelijkbaarheid met de luchthavenactiviteiten van de exploitant op Schiphol, wordt geselecteerd. Evident niet vergelijkbare luchthavens maken geen deel uit van deze groep. Bij een beursnotering van de luchthaven Schiphol maakt deze te allen tijde deel uit van de geselecteerde luchthavens;

2. Van elk van de geselecteerde luchthavens wordt de Equity Bèta herleid uit de koersrendementen van deze luchthavens gemeten over een periode van vijf recente jaren. Deze worden berekend op basis van het gemiddelde van twee gangbare databronnen. Indien slechts gegevens over een kortere periode beschikbaar zijn, is dit toegestaan mits de gegevens een betrouwbare schatting van de Equity Bèta mogelijk maken.

3. Voor elk van deze luchthavens wordt de Asset Bèta vastgesteld door toepassing van de bovenvermelde Equity Bèta-formule (en Debt Bèta formule). Daarbij wordt voor elk van deze berekeningen uitgegaan van de werkelijke vermogensverhoudingen van de desbetreffende luchthaven (g), waarbij de boekwaarde van rentedragende schulden van de onderneming wordt gedeeld op het totaal van de boekwaarde van rentedragende schulden plus marktwaarde van het eigen vermogen. Voorts wordt uitgegaan van het toepasselijke wettelijke belastingtarief van het land van vestiging van de desbetreffende luchthaven (T) en de geschatte kostenvoet en het risico van vreemd vermogen van de luchthaven (Kd, Debt Bèta).

Het ongewogen gemiddelde van de Asset Bèta’s van de verschillende luchthavens wordt berekend. Deze aldus verkregen uitkomst geeft als uitkomst de Asset Bèta die in de WACC-formule ter berekening van de gewogen gemiddelde vermogenskosten van de exploitant op de luchthaven Schiphol wordt gebruikt.