Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Telecommunicatie en Post 1997–2006 (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit)
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
Den Haag
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de Algemene Rijksarchivaris, M.W. vanBoven
Basisselectiedocument
De wettelijke taken van OPTA
Periode 1997–2006
Oorspronkelijk concept februari 2005
Peter Brand, Digital display BV
In opdracht van OPTA
Versie juni 2006 door OPTA, Erik Bordewijk
1
Verantwoording
OPTA, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, houdt toezicht op de markten voor elektronische communicatie en post. De taken van OPTA zijn vastgelegd in de Postwet en de Wet op de Telecommunicatie. OPTA is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De documentaire neerslag die ontstaat bij de werkprocessen die OPTA uitvoert als gevolg van zijn wettelijke taken, valt onder de werking van de Archiefwet. Dat betekent dat OPTA deze documentaire neerslag (digitale en papieren dossiers en documenten) ‘in goede, geordende en toegankelijke staat’ moet hebben en houden en er selectie (bewaren/vernietigen) op moet toepassen. Hiervoor is een Basisselectiedocument (BSD) nodig.
In het verleden is er voor het ministerie van Economische Zaken een Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) en een Basisselectiedocument opgesteld voor het beleidsterrein telecommunicatie en post, (Rapport Institutioneel Onderzoek Telecommunicatie en Post) waarin ook een aantal handelingen zijn beschreven die door OPTA worden uitgevoerd. Dit Basisselectiedocument is nog niet vastgesteld, maar wel tijdens het driehoeksoverleg besproken. OPTA heeft een aantal bezwaren tegen dit concept-Basisselectiedocument naar voren gebracht. Zo zijn de handelingen die betrekking hebben op OPTA, niet duidelijk geformuleerd. Eveneens blijkt het Basisselectiedocument in de praktijk niet goed bruikbaar voor de DIV-afdeling.
OPTA heeft er daarom voor gekozen om een eigen Basisselectiedocument op te stellen.
Hierin zijn exclusief de handelingen van OPTA beschreven. Deze handelingen sluiten veel beter aan bij de (werk)processen die OPTA uitvoert. Uiteindelijk zullen de handelingen uit het Basisselectiedocument worden opgenomen in een Structuurplan Documentaire Informatievoorziening (SDI).
Het Basisselectiedocument van OPTA gaat in op de wettelijke taken van dit bestuursorgaan. Deze taken zijn deels op grond van nieuwe wetgeving en een veranderd takenpakket ontstaan. Het Basisselectiedocument bevat een institutionele beschrijving van de organisatie en een overzicht van de handelingen die door dit bestuursorgaan op het beleidsterrein telecommunicatie en post worden verricht. In het Basisselectiedocument zullen de geformuleerde handelingen worden gewaardeerd. Daarmee wordt bepaald wat er met de neerslag die uit de handelingen voortvloeit dient te gebeuren (vernietigen of bewaren).
Institutionele beschrijving van OPTA (Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit)
De Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) bestaat sinds 1997 als onafhankelijke toezichthouder op de markt voor post en telecommunicatie in Nederland. OPTA houdt toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van post en elektronische communicatiediensten. Het gaat daarbij met name om de Postwet, de Telecommunicatiewet, de op deze wetten gebaseerde lagere regelgeving en Europese regelgeving. Deze wet- en regelgeving is erop gericht concurrentie op deze markten te bevorderen, waardoor er meer keuzemogelijkheden en eerlijke prijzen voor consumenten ontstaan. OPTA kan handhavend optreden tegen een aanbieder, als blijkt dat deze een te grote machtspositie heeft (aanmerkelijke marktmacht). Zo’n machtspositie kan de concurrentie afremmen. In zo’n situatie kan OPTA verplichtingen opleggen op het gebied van interconnectie, toegang tot netwerken en het reguleren van tarieven.
OPTA houdt zich ook bezig met geschillenbeslechting tussen marktpartijen en de uitgifte van telefoonnummers.
OPTA is een overheidsinstantie en opereert als Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) op afstand van het ministerie van Economische Zaken.
3.1. Missie en Visie
Missie
OPTA stimuleert bestendige concurrentie in de telecommunicatie- en postmarkten. Dat wil zeggen: een duurzame situatie waarin particuliere en zakelijke eindgebruikers een keuze kunnen maken tussen aanbieders en tussen diensten, zodanig dat het prijs- en kwaliteitsaanbod op de diverse deelmarkten totstandkomt door effectieve marktprikkels. Bij onvoldoende keuze beschermt OPTA eindgebruikers.
Visie
Ieder jaar publiceert OPTA ‘Visie op de markt’. Hierin staan OPTA’s ideeën over de ontwikkelingen op markten voor post en elektronische communicatiediensten. Ook de topprioriteiten en doelstellingen die OPTA zich voor het komende jaar stelt, zijn hierin opgenomen.
3.2. Rol en bevoegdheid
Wettelijke taken
Op basis van de Nieuwe Telecommunicatiewet zal OPTA zelf markten definiëren, vaststellen welke partij op een markt zogenoemde ‘aanmerkelijke marktmacht’ heeft, en welke verplichtingen aan die partijen moeten worden opgelegd. Voor het vaststellen van aanmerkelijke marktmacht kijkt OPTA, naast het marktaandeel, naar prijsontwikkelingen, toetredingsmogelijkheden voor nieuwe partijen en verschuivingen van marktaandelen.
Hiernaast zijn de belangrijkste taken van OPTA:
–
Het beslechten van geschillen tussen aanbieders over toegang tot en interconnectie van netwerken.
–
Het goed- of afkeuren van interconnectie- en eindgebruikerstarieven.
–
De uitgifte van telefoonnummers.
–
De bescherming van de privacy van de consument op het gebied van post en telecommunicatie.
–
Het toezien op de certificatiedienstverleners van de elektronische handtekening.
–
Het waarborgen van wettelijk minimale dienstverlening op het gebied van post en vaste telefonie.
Bevoegdheden en sancties
Om toezicht uit te kunnen oefenen heeft OPTA bevoegdheid tot:
–
Het inwinnen van inlichtingen en het inzien van stukken.
–
Het opleggen van boetes bij overtreding van de wet.
–
Het opleggen van dwangsommen om naleving van wettelijke verplichtingen af te dwingen.
–
Het intrekken van uitgegeven telefoonnummers.
3.3. College
Het college van OPTA is belast met de wettelijke taken en verantwoordelijkheden. In de uitvoering hiervan worden de collegeleden bijgestaan door het bureau (de afdelingen) van OPTA. Het college bestaat uit drie onafhankelijke deskundigen, afkomstig uit verschillende disciplines. De collegeleden worden benoemd door de minister van Economische Zaken.
3.4. Organogram
OPTA heeft vier afdelingen met daarboven het college
Telefonie & Nummers
Breedband & Omroep
Integriteitstoezicht, Post & Bestuursondersteuning
Algemene Zaken
Op dit moment, september 2005, werken ruim 150 mensen bij OPTA.
De afdeling Telefonie en Nummers (T&N) ontwikkelt een instrumentarium om mededingingsproblemen in de markt op te lossen. Tevens vindt hier de uitvoering van alle toezichtstaken voor de markten vaste telefonie en mobiele telefonie plaats. Tot de kerntaken van de afdeling T&N behoren het uitvoeren van marktanalyses, het ontwerpen en invullen van concrete reguleringsmaatregelen, het beoordelen van concrete tariefvoorstellen, het rapporteren over verplichtingen die zijn opgelegd, ambtshalve handhaving, het uitvoeren van specifieke toezichtsprojecten en de behandeling van geschillen, klachten en juridische besluiten. Tevens verzorgt de afdeling de uitgifte van nummers.
De afdeling Breedband en Omroep (BO) ontwikkelt een instrumentarium om mededingingsproblemen in de markt op te lossen. Tevens vindt hier de uitvoering van alle toezichtstaken voor de markten Breedband, Huurlijnen en Omroep plaats. Tot de kerntaken van de afdeling BO behoren het uitvoeren van marktanalyses, het ontwerpen en invullen van concrete reguleringsmaatregelen, het beoordelen van concrete tariefvoorstellen, het rapporteren over verplichtingen die zijn opgelegd, ambtshalve handhaving, het uitvoeren van specifieke toezichtprojecten en de behandeling van geschillen, klachten en juridische besluiten.
Tot de kerntaken van de afdeling Integriteitstoezicht, Post en Bestuursondersteuning (IPB) behoren het ontwerpen en invullen van concrete reguleringsmaatregelen, het rapporteren over verplichtingen die zijn opgelegd, ambtshalve handhaving en de behandeling van geschillen, klachten en juridische besluiten. De sector Integriteitstoezicht & Post houdt zich bezig met toezicht en handhaving van bepalingen op het terrein van consumentenbescherming. Hieronder vallen onder meer consumentenvoorlichting en het bestrijden van spam. De behandeling van vragen en klachten vindt binnen deze sector plaats, evenals de taken van OPTA op het terrein van gedogen en uitgifte van digitale handtekeningen (TTP). De sector heeft tevens tot taak toezicht uit te oefenen op de postmarkt. Hierbij gaat het om toezicht en handhaving van de bepalingen uit de Postwet, om monitoring van de postmarkt en om toezicht op het gebied van kwaliteit, beschikbaarheid en prijsstelling van de publieke postdienst. De sector Bestuursondersteuning verzorgt de bestuurlijke en beleidsmatige ondersteuning van het college en interne en externe strategische communicatie.
In de afdeling Algemene Zaken worden ondersteunende en adviserende taken uitgevoerd op het gebied van financiën, personeel en organisatie, voorlichting, documentatie, intranet, bibliotheek en secretariaat. Ook vindt hier het facilitaire automatiseringsbeleid ten behoeve van de primaire taken van OPTA plaats. AZ treedt agenderend, coördinerend en adviserend op om tot een kwalitatief hoogwaardige bedrijfsvoering te komen die aansluit bij de integrale verantwoordelijkheid van de managers.
3.5. Geschiedenis
Achtergrond
Oorspronkelijk werden diensten op het gebied van telefonie, post en kabel door de overheid geleverd. De PTT, die de post- en telecommunicatiediensten verzorgde, was een staatsbedrijf. Door privatisering wordt een groot deel van deze diensten tegenwoordig door commerciële bedrijven aangeboden. Bij deze markten is zonder overheidsbemoeienis onvoldoende sprake van concurrentie om misbruik van economische machtsposities door deze bedrijven te voorkomen. Het risico bestaat dat een consument te hoge prijzen betaalt en onvoldoende keuzemogelijkheden heeft.
Onafhankelijke toezichthouder
De overheid heeft besloten de werking van deze markten te reguleren door middel van wet- en regelgeving. Om de naleving van deze regels te controleren, is een onafhankelijke toezichthouder aangesteld. Ook is het belangrijk dat de toezichthouder en de staat als aandeelhouder van KPN en TPG, duidelijk gescheiden partijen zijn. Bovendien vereist de Europese regelgeving op dit vlak een onafhankelijke toezichthouder. De Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) werd opgericht op 1 augustus 1997 als opvolger van de Directie Toezicht Netwerken en Diensten (TND) van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Deze voorganger van OPTA werd op aandringen van de Tweede Kamer verzelfstandigd. De wens tot scheiding van beleid en toezicht werd versterkt doordat de Nederlandse overheid ook grote belangen heeft als aandeelhouder van KPN, de machtigste aanbieder op de Nederlandse post- en telecommarkt.
De taken en bevoegdheden van OPTA zijn in de OPTA-wet geregeld. OPTA is een Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) en opereert op grond van deze status op afstand van het ministerie van Economische zaken. De minister van Economische Zaken, Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post (DGTP) is wel politiek verantwoordelijk voor een aantal taken van OPTA, maar heeft geen directe zeggenschap over de besluiten die het onafhankelijke OPTA-college neemt.
Om de onafhankelijkheid van de collegeleden te waarborgen mogen ze:
–
niet werkzaam zijn bij of banden hebben met een ministerie of een instelling die valt onder het ministerie;
–
geen lid zijn van de Eerste of Tweede Kamer;
–
geen lid zijn van een provinciaal of gemeentebestuur;
–
geen financiële of andere belangen hebben in post- of telecommunicatiebedrijven.
Indien nodig in verband met vereiste expertise kan het college zich laten adviseren door 'geassocieerde leden'. Geassocieerde leden mogen wel beperkte belangen hebben in de telecommunicatie- of postsector, mits er geen sprake is van belangenverstrengeling.
Relatie OPTA–NMa
Het toezicht van OPTA op de post- en telecommarkt vertoont grote raakvlakken, zo niet overlap, met het mededingingstoezicht van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).
OPTA en de Nederlandse Mededingingsautoriteit zijn beide toezichthouders. OPTA houdt sector-specifiek ex-ante toezicht, dit betekent toezicht vooraf, om concurrentie in markten voor post- en elektronische communicatiediensten te bevorderen. De NMa handhaaft in alle markten het verbod op kartels of misbruik van een economische machtspositie en kijkt achteraf (ex-post) op basis van de Mededingingswet of er een overtreding heeft plaatsgevonden. Daarnaast beoordeelt de NMa vooraf of bedrijven die zich bij haar melden, wel of niet mogen fuseren. Hier raken de ex-ante toezichtstaken van beide organisaties elkaar en werken de NMa en OPTA nauw samen.
Er zijn onderlinge afspraken gemaakt in de vorm van een Samenwerkingsprotocol.
Internationaal
OPTA is net als alle andere toezichthouders in de landen van de Europese Unie lid van de International Regulators Group (IRG) en van de European Regulators Group (ERG).
De ERG is een EU-samenwerkingsverband van nationale toezichthouders, dat onder meer de Europese Commissie adviseert over Europese wet- en regelgeving op het gebied van telecommunicatie. Ook maken zij onderlinge afspraken over de uitvoering van deze regelgeving in de afzonderlijke lidstaten.
OPTA maakt ook deel uit van de Independent Regulatory Group (IRG), een ruimer samenwerkingsverband van Europese toezichthouders waaraan ook niet-EU-lidstaten deelnemen. De IRG publiceert zogenaamde PIB’s, Prinicples of Implementation and Best Practice. In deze PIB’s nemen de leden van de IRG een gezamenlijk standpunt in ten aanzien van een bepaald reguleringsvraagstuk.
4
Selectie
4.1. Doelstelling van de selectie
De selectie richt zich op de (administratieve) neerslag van het handelen door overheidsorganen, die vallen onder de werking van de Archiefwet 1995. De selectielijst is tot stand gekomen op grond van een wettelijk voorgeschreven procedure. Deze procedure, welke zijn grondslag heeft in art. 5 van de Archiefwet 1995, is neergelegd in de artikelen 2 tot en met 5 van het Archiefbesluit 1995, Stb. 671.
De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving.
In dit Basisselectiedocument worden de handelingen van de verschillende organen geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie gaat het er om welke gegevensbestanden, behorend bij welke handeling, en berustend bij welke actor, bewaard moeten blijven met als doel het handelen van de rijksoverheid met betrekking tot het beleidsterrein op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.
Het handelen van overheidsorganen bestaat uit verschillende fasen in het beleidsproces. Deze fasen zijn o.a. agendavorming, beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsvaststelling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Om de reconstructie van het handelen op hoofdlijnen mogelijk te maken, dient dus vooral de neerslag van de eerste vier en de laatste fase bewaard te blijven.
De gegevensbestanden kunnen zowel uit papieren- als uit digitale documenten bestaan.
Indien de neerslag in aanmerking komt voor vernietiging dan vermeldt het Basisselectiedocument een V met een termijn. De termijn gaat in na expiratiedatum of afsluiting van het dossier .
4.2. Selectiecriteria
Teneinde de selectiedoelstelling te operationaliseren zijn de in het Rapport Institutioneel Onderzoek geformuleerde handelingen gewogen aan de hand van de door PIVOT opgestelde selectiecriteria.
Uitgaande van de selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1993 een lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Bij de vaststelling van deze selectiecriteria is bepaald dat de bruikbaarheid van de criteria binnen afzienbare tijd zou worden geëvalueerd. In april 1996 werd met dat doel een werkgroep samengesteld. Bij de samenstelling van de werkgroep is gezorgd voor inbreng vanuit zowel de Rijksarchiefdienst/PIVOT als vanuit de zorgdragers. Op 26 november 1996 werden de resultaten tijdens een PIVOT-themabijeenkomst gepresenteerd, waarna als gevolg van discussie nog enige aanpassingen volgden. Op 29 april 1997 werden de herziene selectiecriteria door het afdelingswerkoverleg vastgesteld, waarop zij werden aangeboden aan het Convent van rijksarchivarissen en voor advies voorgelegd aan de Raad voor Cultuur en de Permanente Commissie Documentaire Informatievoorziening Rijksoverheid (PC Din). Na verwerking van de adviezen zijn de herziene selectiecriteria vastgesteld door het Convent van Rijksarchivarissen. In dit Basisselectiedocument zijn de criteria van 1997 gehanteerd.
De algemene selectiecriteria zijn positief geformuleerd, het zijn bewaarcriteria. De criteria geven de handelingen aan die met een B gewaardeerd worden, en waarvan de neerslag dus overgebracht dient te worden. De neerslag van de handelingen die met een V gewaardeerd worden, wordt niet overgebracht en kan op termijn vernietigd worden.
De volgende algemene selectiecriteria worden door het Nationaal Archief gehanteerd om permanent te bewaren handelingen te selecteren:
Selectiecriterium
1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.
Toelichting: Agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.
2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van het beleid op hoofdlijnen.
Toelichting: het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij de terugkoppeling van beleid.
3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.
Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.
4. Handelingen betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.
Toelichting: Het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.
5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.
6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.
Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.
Naast de algemene criteria kunnen er ten aanzien van bepaalde handelingen, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstellingen, in een Basisselectiedocument beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd, die met behulp van de algemene criteria niet kunnen worden gewaardeerd.
Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
4.3. Vaststellingsprocedure
In januari 2006 is het ontwerp-BSD door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 juli 2006 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de betrokken zorgdragers, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 10 augustus 2006 bracht de RvC advies uit (arc-2006.03077/4), hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.
Daarop werd het BSD op 15 augustus 2006 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, (C/S&A/06/1896) vastgesteld.
5
Leeswijzer van de handelingen
In dit Basisselectiedocument worden de handelingen beschreven. Iedere handeling is vastgelegd in een gegevensblok met zes of zeven velden. Op deze wijze:
...
Actor: ....
Handeling: ....
Grondslag: ....
Periode: ....
Product: ....
Opmerking: ....
Waardering: ....
Iedere handeling is voorzien van een uniek volgnummer.
Een actor is een orgaan dat een rol speelt op een beleidsterrein en de bevoegdheid heeft tot het zelfstandig verrichten van handelingen op grond van attributie of delegatie. De naam die voor een actor wordt gebruikt komt overeen met de naam uit de actorenbeschrijving in het hoofdstuk Actoren. In dit Basisselectiedocument is er slechts één actor, nl. OPTA.
Een handeling is een complex van activiteiten gericht op het tot stand brengen van een product, dat een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. Een actor kan handelingen via mandatering door organisatieonderdelen of -leden laten verrichten. De handelingen zijn in principe positief geformuleerd. Dat wil zeggen dat bij een handeling als ‘het vaststellen van een regeling’ ook ‘het intrekken van een regeling’ inbegrepen wordt geacht.
De grondslag of bron geeft de wet of de regeling krachtens de wet waarop een handeling is gebaseerd. Een groot aantal aangetroffen gelijksoortige grondslagen is soms samengevat of tot een keuze beperkt. Niet alle handelingen zijn gebaseerd op een grondslag. Dan is de beschrijving van de handeling ontleend aan de literatuur of bronnen. Voor enkele (algemene) handelingen is geen grondslag of bron aangetroffen.
De periode geeft aan wanneer een handeling is uitgevoerd. Hoewel het institutioneel onderzoek zich beperkt tot de periode 1997–2004, zijn handelingen waarvan de grondslag een vroegere startdatum doet vermoeden niet voorzien van een eerder gelegen jaartal. Als een handeling nog niet is beëindigd, is achter het eerste jaartal alleen een streepje gezet (bijvoorbeeld: 1997–). Deze handelingen waren bij het afsluiten van het onderzoek nog niet beëindigd. Onderhoud aan de selectielijst zal eventuele eindjaren moeten achterhalen.
Het product vormt het resultaat van de handeling.
Soms was het noodzakelijk bepaalde velden in de gegevensblokken te verduidelijken met een opmerking of toelichting.
De waardering geeft aan welke selectiebeslissing genomen moet worden ten aanzien van de neerslag van de handeling. Zie hiervoor hoofdstuk 3.
6
Selectielijst van OPTA
6.1. Zorgdragen voor voorlichting
1.
Handeling: het onderhouden van klantencontacten
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: Bijeenkomsten, communicatieadviezen/-plannen, etc.
Waardering: V 10
2.
Handeling: het onderhouden van contacten met marktpartijen en uitgeven van
publicaties telecom
Periode: 1997–
Grondslag: Tw
Product: Publicaties Staatscourant, etc
Waardering: V 10
3.
Handeling: het onderhouden van contacten met marktpartijen en publicaties post
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: Publicaties Staatscourant, etc
Waardering: V 10
4.
Handeling: publiceren van openbare registers van nummers en registraties
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: publicatie registers van nummers en registraties
Waardering: V 10
5.
Handeling: onderzoeken en bewaken reputatie OPTA
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: rapporten mbt bewaking reputatie OPTA
Opmerking: betreft strategische communicatie
Waardering: V 10
6.
Handeling: verzorgen redactie, coördinatie en vormgeving jaarverslag
Periode: 1997–
Grondslag: Tw, Informatiestatuut OPTA
Product: Jaarverslag OPTA
Waardering: V 10 (eindproduct bewaren)
7.
Handeling: verzorgen communicatieadviezen en speeches
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: adviezen en toespraken
Waardering: V 5
8.
Handeling: beheer, onderhoud website
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: website OPTA
Waardering: V 5 (eindproduct + broncodes automatiseringsgegevens: B)
9.
Handeling: uitbrengen extern blad
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: Connecties (tijdschrift, uitgebracht door OPTA)
Waardering: V 5
10.
Handeling: onderhouden perscontacten en geven media-advies
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: diverse vormen van voorlichting
Waardering: V 5
11.
Handeling: verzorgen publicaties OPTA in Staatscourant
Periode: 1997–
Grondslag: Awb
Product: Publicaties van o.a. besluiten in De Staatscourant
Waardering: V 5
6.2. Zorgdragen voor marktregulering en uitvoering
12.
Handeling: maken en toepassen van economische analyses t.b.v. besluitvorming
Periode: 1997–
Grondslag: Tw
Product: economische analyses
Waardering: B 1
13.
Handeling: kennisvergaring door deelname aan conferenties, workshops en stuurgroepvergaderingen
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: kennisvergaring
Waardering: V 10
14.
Handeling: verrichten van onderzoek ter identificatie toezichtknelpunten
Waardering: Arbo Coördinatie, arbeidsvoorwaardenbeleid, opstellen TFO, uitoefenen vraagbaakfunctie en ziekteverzuimbeleid: V 5/werving en selectie: V 7
131.
Handeling: inrichten en wijzigen organisatie
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: inrichting en wijziging organisatie
Waardering: B 4
132.
Handeling: aansturen organisatie
Periode: 1997–
Grondslag: Art. 8 OPTA-wet
Product: aansturing organisatie
Waardering: B 4
133.
Handeling: intern overleggen
Periode: 1997–
Grondslag: nvt
Product: intern overleg
Waardering: V 5
134.
Handeling: opstellen interne processen en procedures