Besluit van de Minister van Justitie d.d. 24 augustus 2006, kenmerk 5438509/06/CBK, houdende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat (Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar IVW 2006)
buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
b.
inspecteur-generaal: de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
Artikel
2
Maximaal 300 personen, werkzaam bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel
3
1
De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, van dit besluit, is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a.
de in de bijlage bij dit besluit genoemde wetten, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie;
b.
andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2
De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland en daarbuiten voor zover de Nederlandse rechtsmacht strekt.
Artikel
4
1
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen het hoofd van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie.
2
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten.
De inspecteur-generaal brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten en het aantal gevallen waarin daarbij gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993;
c.
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd;
d.
het aantal klachten dat is ingediend tegen buitengewoon opsporingsambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de aard van die klachten.
de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg een basisopleiding voor de buitengewoon opsporingsambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat heeft voltooid,
zo mogelijk wordt tijdens de basisopleiding het door de minister van Justitie goedgekeurde examen afgelegd,
d.
de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is opgenomen, en
e.
door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van de in artikel 8 genoemde besluiten, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit te zijn.
Artikel
10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na de datum van inwerkingtreding.
Artikel
11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar IVW 2006.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze:
hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken i.o., R.R.Joesoef Djamil
Besluit van 27 februari 1973, tot aanwijzing van de ambtenaren, belast met de handhaving der bepalingen van de Herziene Rijnvaartakte en van de daarop gegronde reglementen