Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 29 augustus 2006, nr. TRCJZ/2006/1706, houdende regels met betrekking tot bodemgeschiktheid en gebruiksbestemming

Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Besluit:

Artikel

4

Artikel

5

Bij de bepaling van de gelijke hoedanigheid van gronden blijven de volgende kenmerken van de gronden buiten beschouwing:

  • a.

    het feitelijk gebruik;

  • b.

    de verkavelingssituatie;

  • c.

    de ontsluitingssituatie;

  • d.

    de beheersing van het oppervlaktewaterpeil;

  • e.

    de mate van egaliteit van het maaiveld;

  • f.

    de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen;

  • g.

    de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage;

  • h.

    overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en

  • i.

    andere dan agrarische kenmerken.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman