Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 september 2006, nr. WJZ/2006/27703(8188), houdende regels voor de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten en provincies in verband met het bestrijden van excessieve kosten als gevolg van archeologisch onderzoek (Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten)

Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b.

    archeologisch onderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 4;

  • c.

    excessieve kosten: de kosten, bedoeld in artikel 5.

Artikel

2

Artikel

4

Onder archeologisch onderzoek worden begrepen:

  • a.

    het verrichten van werkzaamheden met als doel het opsporen of onderzoeken van monumenten, waarbij verstoring van de bodem optreedt met uitzondering van het uitvoeren van boringen of proefsleuven in het kader van een inventariserend veldonderzoek;

  • b.

    het conserveren en deponeren van de vondsten van de desbetreffende opgravingen; en

  • c.

    het maken van een rapportage over de desbetreffende opgravingen.

Artikel

5

Onder excessieve kosten worden begrepen de kosten van archeologisch onderzoek, voor zover die kosten naar het oordeel van de minister voor een aanvrager van een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 2 onevenredig hoog zijn in verhouding tot de financiële bijdrage die de aanvrager zelf ten behoeve van het desbetreffende archeologische onderzoek levert.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Aan de ontvanger van een specifieke uitkering kunnen onder meer de volgende verplichtingen worden opgelegd:

  • a.

    de verplichting een commissie ter begeleiding van het archeologische onderzoek in te stellen;

  • b.

    de verplichting het archeologische onderzoek, of een onderdeel daarvan, binnen een bepaalde termijn aan te vangen of af te ronden; of

  • c.

    de verplichting een door de subsidieontvanger akkoord bevonden bestek alsnog ter beoordeling aan de minister voor te leggen.

Artikel

10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin de wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.J.A.van der Hoeven