Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
b.
instelling:
-
1°.
een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, bekostigd uit de openbare kas;
-
2°.
een school voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, bekostigd uit de openbare kas;
-
3°.
een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, bekostigd uit de openbare kas;
-
4°.
een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, bekostigd uit de openbare kas;
-
5°.
een instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderwijs, waaraan een lerarenopleiding wordt verzorgd;
-
6°.
een instelling die nascholing verzorgt;
-
7°.
een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;
-
1°.
-
c.
Europees Platform: de Stichting Europees Platform voor het Nederlandse Onderwijs;
-
d.
BUURLANDEN: het programma ‘BUURLANDEN’, bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling, dat tot doel heeft het bieden van mogelijkheden aan scholen voor primair onderwijs om hun leerlingen op een concrete en actieve manier mee te laten doen met internationaliseringsactiviteiten die gericht zijn op de buurlanden België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, waarbij de nadruk ligt op het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT);
-
e.
PLUVO: het programma ‘PLUVO’, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, dat tot doel heeft het vergroten van de internationale oriëntatie van leerlingen en scholen, door het stimuleren van leerlingenuitwisseling respectievelijk het aangaan van vaste partnerschappen tussen Nederlandse scholen en scholen in andere Europese landen;
-
f.
PLATO+: het programma ‘PLATO+’, bedoeld in bijlage 3 bij deze regeling, dat tot doel heeft het vergroten van de Europese of internationale oriëntatie en de daarmee samenhangende deskundigheid van zowel huidige als toekomstige leerkrachten en schoolleiders, door het stimuleren van nascholing in ruime zin in het buitenland;
-
g.
PITON: het programma ‘PITON’, bedoeld in bijlage 4 bij deze regeling, dat tot doel heeft het op een hoger niveau brengen van de vaardigheid van leerlingen in de doeltalen Engels, Frans of Duits, door het stimuleren van:
-
1°.
tweetalig onderwijs;
-
2°.
versterkt talenonderwijs;
-
3°.
vervroegd talenonderwijs;
-
4°.
de inzet van ‘native speakers’ als taalassistenten.
-
1°.