Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 november 2006, nr. VO/F/2006/40694, houdende nadere voorschriften met betrekking tot de verrekening van uitkeringskosten (Regeling nadere voorschriften met betrekking tot de verrekening van uitkeringskosten)

Regeling nadere voorschriften met betrekking tot de verrekening van uitkeringskosten

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Vaststelling percentage in verband met verrekening uitkeringskosten voor het collectieve deel

Het percentage ten behoeve van de berekening van de vermindering van de personele bekostiging van een school voor voortgezet onderwijs in verband met de uitkeringskosten voor gewezen personeel van scholen voor voortgezet onderwijs voortvloeiende uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007 wordt voor wat betreft het collectieve deel vastgesteld op 75.

Artikel

3

Voorlopige inhouding en definitieve vaststelling voor het collectieve deel

Artikel

4

Vaststelling percentage in verband met verrekening uitkeringskosten voor het individuele deel

Het percentage ten behoeve van de berekening van de vermindering van de personele bekostiging van het bevoegd gezag van de uitkeringskosten voor gewezen personeel van het bevoegd gezag van de school voor voortgezet onderwijs voortvloeiende uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007 wordt voor wat betreft het individuele deel vastgesteld op 25.

Artikel

5

Inhouding voor het individuele deel

De vermindering van de personele bekostiging van het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 4, vindt maandelijks plaats.

Artikel

6

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip.

Artikel

7

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nadere voorschriften met betrekking tot de verrekening van uitkeringskosten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.J.A. van derHoeven