Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
-
b.
kenniskring: Kenniskring weidevogellandschap.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
Minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
kenniskring: Kenniskring weidevogellandschap.
Te rekenen vanaf 1 april worden in de kenniskring de volgende leden benoemd:
mevrouw dr. P.C. de Hullu, tevens voorzitter;
de heer prof. dr. F. Berendse;
de heer J.J. van den Boogert;
de heer M. Douma;
de heer dr. R.P.B. Foppen;
de heer G.J. Gerritsen;
de heer L. de Groot;
de heer dr. ir. J.A. Guldemond;
de heer ir. R.J.J. Hendriks;
de heer ing. R.J.A. Hobbenschot;
de heer N. Jonker;
de heer dr. Th.C.P. Melman;
de heer ir. G. Migchels;
de heer drs. A.G. van Paassen;
de heer J.H. Rietema;
de heer ing. F. van Rossum;
de heer prof. dr. G.R. de Snoo;
de heer drs. R. van ’t Veer;
de heer ing. E. Wymenga;
de heer ir. F.F. van der Zee.
De kenniskring stelt haar eigen werkwijze vast.
De kenniskring brengt uiterlijk 31 maart 2010 een evaluatierapport uit waarin de taakvervulling van de kenniskring aan een onderzoek wordt onderworpen en voorstellen kunnen worden gedaan voor mogelijke veranderingen.
De voorzitter van de kenniskring is bevoegd anderen dan de leden van de kenniskring uit te nodigen aan overleg van de kenniskring deel te nemen.
De voorzitter en de overige leden van de commissie ontvangen per vergadering € 135,–, overeenkomstig de Regeling maximumbedragen vacatiegeld 2004.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2006.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Kenniskring weidevogellandschap.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.