Artikel
I
Wijzigt de Wet kinderopvang.
Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet kinderopvang.
Indien op grond van artikel 11 van de Wet kinderopvang zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Aanpassingswet Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, een aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming van het Rijk over het tegemoetkomingsjaar 2005 wordt gedaan, wordt in afwijking van dat artikel die aanvraag als tijdig beschouwd, indien deze is gedaan vóór 1 april 2007 en de aanspraak op de tegemoetkoming uitsluitend bestaat op grond van artikel 6, vierde lid, van de Wet kinderopvang zoals dit artikellid komt te luiden nadat artikel I, onderdeel A, onder 3 en 4, van deze wet is getreden.
Wijzigt deze wet.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Wijzigt de Pensioen- en spaarfondsenwet.
Wijzigt de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.
Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Wijzigt de Arbeidstijdenwet.
Wijzigt de Wet bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet.
Wijzigt de Wet arbeid vreemdelingen.
Wijzigt de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen.
Wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
Wijzigt de Ambtenarenwet.
Wijzigt de Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek, het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 enz. (Flexibiliteit en zekerheid).
Wijzigt de Kaderwet SZW-subsidies.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met uitzondering van artikel I, onderdelen A, onder 3 en 4, Aa, Ab en artikel IA.
Artikel I, onderdeel A, onder 3 en 4, onderdeel Aa, onderdeel Ab, en artikel IA treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij worden geplaatst en werken terug tot en met 1 januari 2005.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.