Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13  december 2006, nr. OHW-U-2736294, houdende de regels inzake de verstrekking van subsidies op het terrein van het voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog (Subsidieregeling voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog)

Subsidieregeling voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • b.

    projectsubsidie: subsidie met een incidenteel karakter in de kosten van de activiteiten zoals opgenomen in het projectplan als bedoeld in artikel 11, derde lid.

Artikel

2

Deze regeling is van toepassing op de verstrekking door de Minister van projectsubsidies voor activiteiten die betrekking hebben op voorlichting in het kader van de herdenking van de Tweede Wereldoorlog.

Artikel

4

Subsidie wordt slechts verstrekt indien naar het oordeel van de Minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

8

De Minister kan projectsubsidies verlenen voor een periode van maximaal drie jaar, met dien verstande dat de duur van het project zich niet uitstrekt in een periode die ligt na 31 december van het einde van een periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 5, derde lid.

§

2

Aanvraag

Artikel

9

Een projectsubsidie kan worden aangevraagd door een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, een publiekrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijke persoon.

Artikel

10

Een aanvraag voor een projectsubsidie wordt vóór de aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd ingediend.

Artikel

11

§

3

Berekeningswijze

Artikel

12

§

4

Subsidieverlening en bevoorschotting

Artikel

13

De Minister geeft een beschikking:

  • a.

    vóór 1 mei indien een aanvraag na 1 september van enig jaar maar vóór 1 februari van het daaropvolgende jaar is ingediend, dan wel

  • b.

    vóór 1 december indien een aanvraag na 1 februari maar vóór 1 september van dat jaar is ingediend.

Artikel

14

§

5

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

15

De ontvanger van een projectsubsidie zorgt er voor dat:

  • a.

    de doeleinden gesteld in het projectplan op doelmatige wijze worden nagestreefd;

  • b.

    de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd;

  • c.

    het project in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving wordt uitgevoerd.

Artikel

16

De ontvanger van een projectsubsidie zorgt er voor dat:

  • a.

    de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd, en

  • b.

    te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde baten en lasten kunnen worden nagegaan.

Artikel

17

De ontvanger van een projectsubsidie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

De ontvanger van een projectsubsidie die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.

Artikel

21

De ontvanger van een projectsubsidie werkt mee aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek dat erop gericht is de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van beleid.

Artikel

22

De Minister kan bij de verlening van een projectsubsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

§

6

Subsidievaststelling

Artikel

23

Artikel

24

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht.

Artikel

25

Artikel

26

Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 23, geeft de Minister een beschikking tot vaststelling.

§

7

Wijziging andere regelingen

Artikel

27

Wijzigt de Tijdelijke stimuleringsregeling advies- en steunpunten huiselijk geweld.

Artikel

28

Wijzigt de Tijdelijke stimuleringsregeling lokale opvoedondersteuning en gezinsondersteuning.

§

8

Slotbepalingen

Artikel

29

De Minister kan artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel

30

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Artikel

31

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C.I.J.M.Ross-van Dorp

Bijlage

1

behorend bij artikel 11, eerste lid

25

Eventuele aanvullende toelichting

Toelichting bij het Formulier aanvraag projectsubsidie voorlichtingsbeleid WO II

Algemeen

Met dit formulier, te downloaden via de website van het Ministerie van VWS, wordt bij de Eenheid Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog (OHW), een aanvraag voor een projectsubsidie in het kader van het voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog ingediend. De aanvraag wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting (art.11, eerste lid). In de subsidieregeling kunt u lezen waaraan uw projectplan en uw begroting dienen te voldoen.

Uw aanvraag projectsubsidie wordt alleenin behandeling genomen wanneer de aanvraag tijdig, compleet en ondertekend door een persoon die daar op grond van de statuten toe bevoegd is of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is, in het bezit van het Ministerie van VWS is.

Voeg de navolgende stukken bij uw aanvraag bij:

  • Projectplan

  • Gespecificeerde begroting van het project

  • Een volledig overzicht met de financiële toestand van uw instelling op het tijdstip van aanvragen

  • Afschrift oprichtingsakte en statuten

  • Afschrift van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel (niet ouder dan zes maanden!)

  • Een afschrift van de volmacht tot rechtsgeldige vertegenwoordiging

Conform de vigerende wet- en regelgeving hoeft u geen bijlagen mee te zenden waarvan verondersteld mag worden dat deze al in het bezit van het Ministerie van VWS zijn.

U kunt de aanvraag sturen naar:

Ministerie van VWS

T.a.v. de dienst FPB

Postbus 16006

2500 BA DEN HAAG

Een deel van de gevraagde informatie betreft traditionele informatie in het kader van aanvragen voor projectsubsidie. Een ander deel heeft te maken met het nieuwe voorlichtingsbeleid en faciliteert zowel de beoordeling van de aanvragen door de programmacommissie als de rapportages van VWS in het kader van beleidsevaluatie.

Waar op het formulier het teken * staat, wordt u verzocht de juiste categorie(ën) te omcirkelen. Hetzelfde wordt u ook gevraagd met betrekking tot andere onderdelen, zonder dat daar het teken * bij staat. In dat geval wordt u in de toelichting bij het desbetreffende onderdeel steeds duidelijk hierom verzocht.

Puntsgewijs

7

Karakter project

Het voorlichtingsbeleid biedt de mogelijkheid subsidie aan te vragen voor experimentele (en dus innovatieve) projecten gericht op groepen die nu nog niet bereikt (kunnen) worden. Een klein deel van het budget wordt hiervoor beschikbaar gesteld en wordt in de Staatscourant bekend gemaakt. Daarnaast kan een project uiteraard innovatief, maar niet experimenteel van aard zijn. Tot slot kan het een beproefd project zijn waarvoor al eerder subsidie is gevraagd, maar dat aantoonbaar succesvol is (geweest) en voor herhaling vatbaar is. Gevraagd wordt te omcirkelen tot welke categorie de projectaanvraag behoort en een korte toelichting te geven. Indien het om een aantoonbaar succesvol project gaat, wordt u tevens verzocht het aantoonbaar succesvolle karakter te onderbouwen.

8

Thema project

In het voorlichtingsbeleid zijn voor 2006 t/m 2010 de genoemde drie inhoudelijke thema’s onderscheiden, waarbinnen een aanvraag voor projectsubsidie kan worden ingediend. Gevraagd wordt te omcirkelen tot welke variant deze projectaanvraag behoort en daar een korte toelichting op te geven.

9

Inhoudelijke focus project

Het voorlichtingsbeleid gaat uit van WO II. Vanuit die basis zijn er twee mogelijke inhoudelijke sporen: kennis- en informatieoverdracht en het tot stand brengen van bewustwording. Hierbij kan al dan niet sprake zijn van het leggen van een relatie naar het heden. Gevraagd wordt te omcirkelen tot welke variant deze projectaanvraag behoort en een korte toelichting te geven.

11

Toetsing verantwoord historisch wetenschappelijk karakter door NIOD of CHGS

Eén van de criteria waaraan projectvoorstellen moeten voldoen is dat de verstrekte informatie historisch wetenschappelijk verantwoord dient te zijn. De aanvrager van de subsidie draagt er zorg voor dat voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag toetsing door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) plaatsvindt daar waar het WO II breed betreft en toetsing door het Centrum voor Holocaust en Genocidestudies (CHGS) indien het projectvoorstel de holocaust en/of genociden betreft. Gaarne omcirkelen door wie toetsing heeft plaatsgevonden en het advies bij de subsidieaanvraag voegen.

12

Komt in de activiteiten van uw project de slogan van het leidende thema van het Nationaal Comité 4 + 5 mei terug?

VWS stelt op activiteitenniveau zes prioriteiten. Eén ervan is activiteiten waarin voornoemde slogan van het thema van het Nationaal Comité terugkomt. De wijze waarop is aan de indiener van de subsidieaanvraag. De slogan van het leidende thema is te vinden op de website van het Nationaal Comité.

13

Doelgroep(en)

Het voorlichtingsbeleid onderscheidt de genoemde doelgroepen. Gevraagd wordt aan te geven op welke doelgroep(en) deze projectaanvraag zich richt (combinaties zijn mogelijk). Gaarne de juiste doelgroep(en) en eventuele subcategorie omcirkelen.

14

Frequentie activiteiten en beoogd bereik aantal personen binnen de doelgroep(en), per doelgroep afzonderlijk te specificeren

U wordt gevraagd aan te geven hoe vaak de genoemde activiteiten zullen plaatsvinden, welke doelgroep(en) u wilt bereiken en wat het beoogde bereik van de doelgroep(en) is.

16

Uitgewerkt in samenwerking met de beoogde doelgroep(en) en/of relevante vertegenwoordigende instituten?

Eén van de subsidiecriteria is dat het projectvoorstel uitgewerkt is met betrokkenheid van vertegenwoordigers van de beoogde doelgroep(en) of relevante vertegenwoordigende instituten (bijv. jongeren, docenten binnen scholen, scholen, lerarenopleidingen voor het basis- en voortgezet onderwijs). Gaarne de juiste optie omcirkelen en bij de 2e een korte toelichting geven.

17

Locatie waar de activiteiten van het projectvoorstel plaatsvinden (combinaties zijn mogelijk)

U wordt verzocht de juiste optie(s) te omcirkelen dan wel een aanvulling te geven.

18

Wat is de aard van de activiteiten binnen het project (combinaties zijn mogelijk)?

U wordt verzocht de juiste optie(s) te omcirkelen dan wel een aanvulling te geven.

19

Landelijke relevantie

Het projectvoorstel moet o.a. landelijke relevantie hebben om voor subsidiëring in aanmerking te komen. De opzet en uitwerking van het voorstel, m.a.w. het format moet voor substantiële doelgroepen landelijk bruikbaar zijn: na primair gebruik door de indiener van de subsidieaanvraag moeten derden ook gebruik kunnen maken van het concept op hun locatie of in hun regio of provincie (bijv. via uitgewerkte blauwdrukken die tegen kostprijs of een zo laag mogelijke huurprijs ter beschikking worden gesteld aan derden of via landelijke roulatie bijv. rondreizende exposities). U wordt verzocht aan te geven op welke wijze uw subsidieaanvraag aan dit criterium voldoet.

21

Producten meerjarig project

Eén van de criteria waaraan meerjarige projectvoorstellen (duur langer dan 1 jaar) dienen te voldoen is de eis dat de aanvrager in deze projectvoorstellen per jaar minstens één meetbare, te realiseren mijlpaal dient te benoemen (product en tijdstip), die zichtbaar dient te zijn voor het hele veld (bijv. een boek, conferentie e.d.) en de moeilijkheidsgraad van de mijlpaal per jaar dient op te lopen. U wordt gevraagd om per jaar aldus de producten te benoemen.

22

Voorziet het project bij traceerbare groepen in een nulmeting & een afsluitende evaluatie?

Onder traceerbare groepen worden georganiseerde groepen verstaan die makkelijk te identificeren en te (her)vinden zijn, bijv. schoolklassen. Onder nulmeting wordt verstaan, meting van de beginsituatie van het kennis- en/of bewustzijnsniveau van de doelgroep(en). De afsluitende evaluatie maakt duidelijk of en zo ja, in hoeverre hierin op grond van de bezochte en/of uitgevoerde activiteiten wijzigingen zijn te constateren.

23

Meerjarig project

Eén van de criteria waaraan meerjarige projectvoorstellen (duur langer dan 1 jaar) dienen te voldoen is de eis dat er naast een meting van de beginsituatie (nulmeting) en een afsluitende evaluatie (cijfermatig en kwalitatief) ook sprake is van een tussentijdse evaluatie. Cijfers met betrekking tot de frequentie van activiteiten en een realistische schatting en realisatie van het bereik van de beoogde doelgroep(en) maken hiervan in ieder geval deel uit.

24

Stramien/format project

Het is de bedoeling dat de formatten en/of producten van de door VWS gesubsidieerde projecten zo vaak en zo breed mogelijk verspreid worden tegen zo laag mogelijke kosten of gratis (zie de toelichting op punt 19). U wordt verzocht aan te geven welke kostprijs / huurprijs u voor het format en/of de producten van uw project hanteert teneinde maximale verspreiding te optimaliseren, dan wel of er sprake is van gratis verspreiding via een website (naam website a.u.b. invullen). De door u verstrekte gegevens zullen aldus opgenomen worden op de website die VWS gebruikt voor communicatie over gehonoreerde projectvoorstellen en daaruit voortvloeiende producten.

25

Eventuele aanvullende toelichting

Indien u behoefte heeft op bovenstaande nog een nadere toelichting te geven dan kunt u dit bij dit punt doen.

Bijlage

2

behorend bij artikel 23, derde lid

14

Eventuele aanvullende toelichting

Toelichting bij Formulier aanvraag vaststelling projectsubsidie voorlichtingsbeleid WO II

Algemeen

Met dit formulier, te downloaden via de website van VWS, wordt een aanvraag voor vaststelling van de projectsubsidie in het kader van het voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog ingediend. De aanvraag gaat vergezeld van het projectverslag (art. 18, tweede lid) en een subsidiedeclaratie (art. 24). In de subsidieregeling kunt u lezen waaraan uw projectverslag en uw subsidiedeclaratie dienen te voldoen. De aanvraag dient te zijn ondertekend door een persoon die daar op grond van de statuten toe bevoegd is of door een persoon die daartoe gevolmachtigd is.

U kunt uw aanvraag vaststelling projectsubsidie sturen naar:

Ministerie van VWS

T.a.v. de dienst FPB

Postbus 16006

2500 BA DEN HAAG

Voor projectsubsidies lager dan € 5.000,– wordt u verwezen naar zie art.7, tweede lid van de Subsidieregeling voorlichtingsbeleid Tweede Wereldoorlog.

Puntsgewijs

13

Stramien/format project

Het is de bedoeling dat de formatten en/of producten van de door VWS gesubsidieerde projecten zo vaak en zo breed mogelijk verspreid worden tegen zo laag mogelijke kosten. Wanneer het project afgesloten is en het format/product wordt nog verstrekt/verhuurd, maar er is onderhoud en/of bijstelling nodig geweest, dan kan van een kostendekkende prijs sprake zijn. U wordt verzocht aan te geven welke kostendekkende prijs u voor het format en/of de producten van uw project hanteert na formele afsluiting van het project. De door u verstrekte gegevens zullen aldus opgenomen worden op de website die VWS gebruikt voor communicatie over gehonoreerde projectvoorstellen die inmiddels zijn beëindigd en daaruit voortvloeiende producten.

14

Eventuele aanvullende toelichting

Indien u behoefte heeft op bovenstaande nog een nadere toelichting te geven dan kunt u dit bij dit punt doen.