Besluit van 21 december 2006, houdende regels met betrekking tot de elektronische aangifte van strafbare feiten (Besluit elektronische aangifte)

Besluit elektronische aangifte

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 oktober 2006, directie Wetgeving, nr. 5447430/06/6;
De Raad van State gehoord (advies van 7 december 2006, nr. W03.06.0454/l);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 20 december 2006, nr. 5459529/06/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Justitie.

Artikel

2

Aangifte van een strafbaar feit langs elektronische weg is mogelijk voor de in de bijlage bij dit besluit genoemde feiten, behoudens de daarbij vermelde uitzonderingen.

Artikel

3

Aangifte van een strafbaar feit langs elektronische weg vindt plaats met een aangiftevoorziening die overeenkomstig artikel 7 is goedgekeurd door Onze Minister.

Artikel

4

De aangiftevoorziening voldoet aan de volgende eisen:

  • a.

    iedere aangifte wordt automatisch voorzien van een uniek nummer en van de datum en het tijdstip waarop deze is ontvangen;

  • b.

    de transmissie van de aangifte vindt op zodanige wijze plaats, dat de inhoud van de ontvangen aangifte gelijk is aan de inhoud van de door de aangever verstuurde aangifte;

  • c.

    de aangever wordt in de gelegenheid gesteld de aangifte zoals deze is ontvangen, langs elektronische weg te controleren en zonodig te wijzigen alvorens de aangifte te bevestigen;

  • d.

    indien in de ontvangen aangifte nadien wijzigingen worden aangebracht, is dit achteraf vast te stellen;

  • e.

    er zijn passende maatregelen genomen ter beveiliging van de gegevens en tegen kennisneming door onbevoegden.

Artikel

5

De aangiftevoorziening verplicht de aangever tot het invullen van ten minste de volgende gegevens:

  • a.

    naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats van de aangever;

  • b.

    het adres waarop de aangever als ingezetene is ingeschreven onderscheidenlijk zijn feitelijke woon- of verblijfplaats;

  • c.

    een aanduiding van het feit waarvan aangifte wordt gedaan;

  • d.

    een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop het feit heeft plaatsgevonden;

  • e.

    indien de aangever niet tevens het slachtoffer is, indien bekend de persoonsgegevens van het slachtoffer overeenkomstig de onderdelen a en b;

  • f.

    de wijze waarop de aangever een bevestiging van de aangifte wenst te ontvangen;

  • g.

    een aanduiding waaruit blijkt dat het de aangever bekend is dat het doen van een valse aangifte een strafbaar feit is.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit elektronische aangifte.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin

Bijlage

als bedoeld in artikel 2

Aangifte overeenkomstig het Besluit elektronische aangifte is toegelaten voor de hierna volgende strafbare feiten, behoudens de daarbij aangegeven uitzonderingen.

A. Diefstal en poging tot diefstal

Artikelen 310, 311, 314 en 31545 Sr

Diefstal uit een woning

Diefstal met geweld

Inbraak

B. Beschadiging en vernieling

Artikel 170 Sr

Artikel 171 Sr

Artikel 350, eerste lid Sr

Artikel 352 Sr

Artikel 7 WVW 1994