Wet van 21 december 2006 tot wijziging van de Wet bevordering eigenwoningbezit (verruiming en vereenvoudiging van de werking van de Wet bevordering eigenwoningbezit)

Wijzigingswet Wet bevordering eigenwoningbezit (verruiming en vereenvoudiging werking van de Wet bevordering eigenwoningbezit)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet bevordering eigenwoningbezit te wijzigen teneinde de mogelijkheid tot het gebruik maken van deze wet te vergroten en de uitvoering daarvan te vereenvoudigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.

Artikel

II

Artikel

IIa

Voor de toepassing van artikel II, eerste lid, wordt:

  • a.

    artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de in artikel II, eerste lid, bedoelde wet, als volgt gelezen:

    a. actueel inkomen: het gezamenlijk inkomen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner, dat wordt berekend door het netto inkomen over de eerste kalendermaand van het desbetreffende bijdragetijdvak te vermenigvuldigen met 12;

  • b.

    artikel 33, derde lid, van die wet als volgt gelezen:

    3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de bepaling van het actueel inkomen.

Artikel

III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P. Winsemius
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin