Regeling van DNB van 21 december 2006, nr. Juza/2006/02478/CLR, houdende regels ingevolge artikel 89, tweede lid, van het Besluit prudentiële regels Wft (Regeling innovatieve financiële instrumenten en immateriële activa)

Regeling innovatieve financiële instrumenten en immateriële activa

De Nederlandsche Bank N.V.,
Na overleg met Euronext, de Nederlandse Vereniging van Banken, de Raad voor de Effectenbranche en het Verbond van Verzekeraars;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1:1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Besluit: Besluit prudentiële regels Wft;

  • b.

    direct instrument: innovatief financieel instrument dat door een financiële onderneming zelf wordt geëmitteerd;

  • c.

    DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;

  • d.

    financiële onderneming: bank, beleggingsonderneming of clearinginstelling, als bedoeld in artikel 90, eerste lid, van het Besluit;

  • e.

    indirect instrument: innovatief financieel instrument dat door een dochteronderneming van een financiële onderneming als intermediair wordt geëmitteerd;

  • f.

    instrument: direct of indirect instrument;

  • g.

    trigger-moment: moment waarop het aanwezig toetsingsvermogen op geconsolideerde basis onder het solvabiliteitsvereiste, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit zakt.

Hoofdstuk

2

Innovatief kernkapitaal

§

2.1

Algemene bepalingen

Artikel

2:1

Artikel

2:2

Artikel

2:3

Voor de toepassing van artikel 2:11 wordt als onderdeel van de documentatie bij een instrument dat tot het kernkapitaal wordt gerekend in ieder geval vermeld in hoeverre dat instrument aan de in de artikelen 2:1 en 2:2 bedoelde voorwaarden voldoet.

§

2.2

Bijzondere bepalingen

Artikel

2:4

Bij onderbrenging van een indirect instrument bij een dochteronderneming gelden onverminderd paragraaf 2.1 de volgende aanvullende voorwaarden:

  • a.

    in de transactievoorwaarden wordt opgenomen dat het instrument op het trigger-moment van een instrument van de dochteronderneming in een instrument van de moederonderneming wordt omgezet;

  • b.

    het eigen vermogen in de vennootschappelijke balans van de moederonderneming is op continue basis positief;

  • c.

    er is sprake van een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de financiële onderneming die het instrument in aanmerking wil laten nemen de moedermaatschappij is en de financiële onderneming bij wie het instrument is ondergebracht de dochteronderneming is; en

  • d.

    ingeval van doorgeven van de emissieopbrengsten in de vorm van een intercompany-lening zijn de leningvoorwaarden van de intercompany-lening gelijkwaardig aan de emissievoorwaarden van de aandelen van de dochteronderneming, mits de looptijd van de lening tenminste 30 jaar is en de intercompany-lening aan het einde van de looptijd slechts met toestemming van DNB kan worden afgelost.

Artikel

2:5

Tot het kernkapitaal als bedoeld in artikel 91 van het Besluit wordt gerekend elk direct instrument dat aan paragraaf 2.1 voldoet en waarvan in de transactievoorwaarden is bepaald dat de financiële onderneming op het trigger-moment, een als schuld in de jaarrekeningbalans opgenomen instrument omzet in een instrument dat als eigen vermogen in de jaarrekeningbalans van de financiële onderneming wordt opgenomen.

Artikel

2:6

Artikel

2:7

Artikel

2:8

Artikel

2:9

§

2.3

Procedurele bepalingen

Artikel

2:11

Artikel

2:12

Artikel

2:13

DNB kan aan een financiële onderneming die niet over een in aandelen verdeeld kapitaal beschikt toestemming verlenen om artikel 2:4, eerste lid, toe te passen. Aan de toestemming worden nadere voorwaarden verbonden ter compensatie van de onmogelijkheid tot ‘automatische’ omzetting bij een verslechterende financiële situatie als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid.

Hoofdstuk

3

Immateriële activa

Artikel

3:1

Activa die als gevolg van de invoering van de internationale jaarrekeningstandaarden als immateriële activa in de balans mogen worden gepresenteerd, hoeven niet in aftrek te worden gebracht maar kunnen als vermogensbestanddelen als bedoeld in de artikelen 91, tweede lid, en 95, tweede lid, van het Besluit in aanmerking worden genomen.

Hoofdstuk

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

4:1

Artikel

4:2

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2007. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2006, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2007.

Artikel

4:3

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling innovatieve financiële instrumenten en immateriële activa.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Nederlandsche Bank N.V
Directeur, A.Schilder
Directeur, D.E.Witteveen