-
a.
Uitwijkmanoeuvres:
-
–
gevaar van botsing met een luchtvaartuig, terrein of ander object of een onveilige situatie, waarin uitwijken terecht zou zijn geweest;
-
–
een uitwijkmanoeuvre die nodig is om een botsing te vermijden met een luchtvaartuig, terrein of ander object;
-
–
een uitwijkmanoeuvre die nodig is om een onveilige situatie te voorkomen.
-
b.
Incidenten bij het starten of landen, inclusief gedwongen landingen of landingen uit voorzorg. Incidenten zoals te vroeg aan de grond komen, overschrijding van het einde of de zijkanten van de start- of landingsbaan. Starts, afgebroken starts, landingen of landingspogingen op een gesloten, bezette of verkeerde baan. Mensen op start- of landingsbaan.
-
c.
Onmogelijkheid om de verwachte prestaties bij het starten of het stijgen te halen.
-
d.
Kritiek laag brandstofpeil of onmogelijkheid om brandstof over te hevelen of de totale hoeveelheid bruikbare brandstof te gebruiken.
-
e.
Onbestuurbaarheid van het vliegtuig (ook gedeeltelijk of tijdelijk) door een willekeurige oorzaak.
-
f.
Voorvallen dichtbij of boven V1 die het gevolg zijn van of leiden tot een gevaarlijke of potentieel gevaarlijke situatie (bijvoorbeeld afgebroken start, staart tegen de startbaan bij het opstijgen, vermindering van motorvermogen, enz.).
-
g.
Doorstart waardoor een gevaarlijke of potentieel gevaarlijke situatie ontstaat.
-
h.
Onopzettelijke aanzienlijke afwijking van de luchtsnelheid, beoogde koers of hoogte (meer dan 300 voet) door een willekeurige oorzaak.
-
i.
Daling beneden de beslissingshoogte of minimumdalingshoogte zonder de vereiste visuele referentie.
-
j.
Actuele positie of positie ten opzichte van een ander luchtvaartuig is niet langer bekend.
-
k.
Communicatie tussen het cockpitpersoneel onderling (CRM) of tussen het cockpitpersoneel en anderen (cabinepersoneel, ATC, engineering) valt uit.
-
l.
Harde landing – een landing waarna een ‘heavy landing check’ vereist is.
-
m.
Overschrijding van de grenzen voor ongelijke brandstofverdeling.
-
n.
Onjuiste instelling van een SSR-code of van een hoogtemeterschaal.
-
o.
Onjuiste programmering van, of invoering van foute gegevens in apparatuur die voor navigatie of prestatieberekeningen wordt gebruikt.
-
p.
Verkeerde ontvangst of interpretatie van RTF-berichten.
-
q.
Storingen of defecten in het brandstofsysteem die van invloed waren op de brandstoftoevoer en/of -distributie.
-
r.
Luchtvaartuigen die het verharde oppervlak verlaten zonder dat zulks de bedoeling is.
-
s.
Botsing tussen een luchtvaartuig en een ander luchtvaartuig, een voertuig of een ander object op de grond.
-
t.
Onopzettelijke en/of verkeerde besturingshandeling.
-
u.
Onmogelijkheid om de voor een vluchtfase gewenste configuratie te verkrijgen (bijvoorbeeld landingsgestel en -deuren, vleugelkleppen, stabilisators, neuskleppen enz.).
-
v.
Een gevaarlijke of potentieel gevaarlijke situatie die het gevolg is van een simulering van noodgevallen tijdens opleidingsactiviteiten, systeemcontroles of tests.
-
w.
Abnormale trillingen.
-
x.
Werking van een hoofdwaarschuwingssysteem in verband met door het luchtvaartuig uitgevoerde manoeuvres, bijvoorbeeld configuratiewaarschuwing, vertrekwaarschuwing (stick shake), waarschuwing voor te hoge snelheid enz., tenzij:
-
1°.
de bemanning met zekerheid kon vaststellen dat de aanwijzing fout was, op voorwaarde dat de reactie van de bemanning op het loos alarm niet tot moeilijkheden of gevaar leidde, of
-
2°.
de werking voor opleidings- of testdoeleinden is verricht.
-
y.
GPWS/TAWS ‘waarschuwing’ wanneer:
-
1°.
het luchtvaartuig dichter bij de grond komt dan gepland of verwacht, of
-
2°.
de waarschuwing in IMC of ’s nachts wordt gegeven en een reactie op een hoge daalsnelheid (mode 1) blijkt te zijn, of
-
3°.
de waarschuwing wordt gegeven, omdat het landingsgestel of de landingskleppen niet op het juiste punt tijdens de nadering werden uitgeklapt (mode 4), of
-
4°.
de reactie van de bemanning op de ‘waarschuwing’ tot moeilijkheden of gevaar leidt of zou hebben kunnen leiden, bijvoorbeeld een mogelijk verminderde separatie van ander vliegverkeer. Het kan hierbij gaan om waarschuwingen van iedere ‘mode’ of iedere soort d.i. echte, storende of valse waarschuwingen.
-
z.
GPWS/TAWS ‘alarm’ wanneer de reactie van de bemanning op het ‘alarm’ leidt of had kunnen leiden tot moeilijkheden of gevaar.
-
aa.
ACAS RA’s
-
bb.
incidenten met betrekking tot de drukgolf van een straalmotor of luchtschroef met aanzienlijke schade of ernstig letsel als gevolg.