Algemene heffingsverordening bloemen en planten 2004 (HBAG 1)

Algemene heffingsverordening bloemen en planten 2004

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel,
Heeft na advies van de Commissie Bloemkwekerijproducten (Bloemen en Planten) de volgende verordening vastgesteld:

Artikel

1

Artikel

2

Voor ieder begrotingstijdvak wordt aan de ondernemers, die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijven zoals genoemd in artikel 3, lid 2b, van het instellingsbesluit, een heffing opgelegd.

Artikel

3

De heffing wordt opgelegd op grondslag van het bedrag van de inkoop van bloemkwekerijproducten door de ondernemer gedurende het begrotingstijdvak. Over bloemkwekerijproducten, die afkomstig zijn uit andere Lid-Staten van de EU en in Nederland worden verhandeld, wordt niet geheven.

Artikel

4

De in een percentage van het inkoopbedrag uit te drukken heffing wordt voor ieder begrotingstijdvak vastgesteld.

Artikel

5

Artikel

6

Aan de ondernemer die over het jaar voorafgaande aan het begrotingstijdvak contributie heeft betaald aan de Vereniging van Groothandelaren in Bloemkwekerijprodukten (VGB) of Plantum-NL wordt een aftrek toegestaan op de hem krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

Artikel

7

Het dagelijks bestuur van het HBAG is bevoegd omtrent de bij of krachtens deze verordening geregelde onderwerpen nadere uitvoeringsvoorschriften te stellen.

Artikel

9

Deze verordening treedt in de plaats van de Algemene Heffingsverordening Bloemen en Planten 2003 van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel, zoals vastgesteld op 9 januari 2003, die hiermede wordt ingetrokken.

Artikel

10

Deze verordening wordt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie geplaatst.

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2004.

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Algemene Heffingsverordening Bloemen en Planten 2004.’

Aalsmeer
B.J.M. ter Haar , voorzitter
P.M.M. van Ostaijen , secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 11 november 2004 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 30 oktober 2006, nr. TRCJZ/2004/6121.