Artikel
1
Toepassing artikel 106, eerste lid, aanhef en onder a, Zorgverzekeringswet
1
Bij het nemen van een besluit over het opleggen van een boete bij niet tijdige verzekering als bedoeld in artikel 96 Zorgverzekeringswet, dan wel bij niet tijdige aanmelding als bedoeld in artikel 69, derde lid, Zorgverzekeringswet, hanteert het CVZ als uitgangspunt dat de overtreder een boete wordt opgelegd, tenzij deze aannemelijk maakt dat hem van de overtreding geen verwijt treft.
2
Bij de toepassing van het eerste lid gaat het CVZ er van uit:
-
a.
dat het voor een verzekeringsplichtige, dan wel aanmeldingsplichtige, redelijkerwijs duidelijk is vanaf welk moment hij verplicht is een verzekering te sluiten of te laten sluiten, onderscheidenlijk zich bij het CVZ aan te melden; en
-
b.
dat van een verzekeringsplichtige, dan wel aanmeldingsplichtige die de informatie over de verzekeringsplicht, onderscheidenlijk aanmeldingsplicht, niet begrijpt, mag worden verwacht dat hij zich voor het begrijpen van die informatie laat bijstaan door een derde die daartoe wel in staat is.
3
Bij de toepassing van het eerste lid gaat het CVZ er van uit dat het niet tijdig ingaan van een verzekering, onderscheidenlijk een niet tijdige aanmelding, niet aan de overtreder kan worden verweten indien:
-
a.
de overtreding hem, gelet op zijn psychische gesteldheid of verstandelijke vermogens, niet kan worden aangerekend en hij dit aantoont met een ondertekende verklaring van zijn behandelend arts, medisch specialist of psycholoog; of
-
b.
hij een verzekeringsovereenkomst heeft gesloten in de gerechtvaardigde veronderstelling dat het een zorgverzekering betrof, terwijl later vast komt te staan dat deze verzekering geen zorgverzekering is; of
-
c.
hij, gelet op de mededelingen van een zorgverzekeraar, er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat, zonder nader handelen van hemzelf, door die zorgverzekeraar met hem een zorgverzekering is gesloten, terwijl dat niet gebeurd is.
4
Het CVZ legt geen boete op aan personen:
-
a.
voor wie de Minister van Justitie op 1 januari 2006 in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak verantwoordelijk was voor de verstrekking van geneeskundige zorg;
-
b.
die zich binnen vier maanden na beëindiging van die verantwoordelijkheid alsnog voor een zorgverzekering hebben aangemeld.
5
Het CVZ legt geen boete op aan personen:
-
a.
die op 1 januari 2006 niet in Nederland verbleven; en
-
b.
die voor de duur van hun verblijf in het buitenland verzekeringsplichtig waren voor de Zorgverzekeringswet; en
-
c.
die voor de duur van hun verblijf in het buitenland tegen ziektekosten waren verzekerd met inbegrip van tenminste verzekering tegen (kosten van) ziekenhuiszorg; en
-
d.
die zich binnen vier maanden na hun terugkomst in Nederland alsnog voor een zorgverzekering hebben aangemeld.
6
Het CVZ legt geen boete op aan personen:
-
a.
die op 1 januari 2006 niet in Nederland verbleven wegens penitentiaire detentie in het buitenland; en
-
b.
die voor de duur van hun verblijf in het buitenland verzekeringsplichtig waren voor de Zorgverzekeringswet; en
-
c.
die zich binnen vier maanden na hun terugkomst in Nederland alsnog voor een zorgverzekering hebben aangemeld.