Artikel
1
Er is een raad van Inspecteurs-Generaal en hoofden van de rijksinspectiediensten, hierna te noemen Inspectieraad.
Besluit:
Er is een raad van Inspecteurs-Generaal en hoofden van de rijksinspectiediensten, hierna te noemen Inspectieraad.
De Inspectieraad heeft ten minste de volgende leden:
De inspecteur-generaal van het Staatstoezicht op de Mijnen (EZ)
De directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom (EZ)
Het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (BZK)
Het hoofd van de inspectie voor de Sanctietoepassing (Just)
De directeur van de Algemene Inspectiedienst (LNV)
De inspecteur-generaal van de Inspectie van het Onderwijs (OCW)
De directeur van de Erfgoedinspectie (OCW)
De inspecteur-generaal van de Inspectie Werk en Inkomen (SZW)
De algemeen directeur van de Arbeidsinspectie (SZW)
De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat (V&W)
De inspecteur-generaal van de VROM-inspectie (VROM)
De hoofdinspecteur van de Inspectie jeugdzorg (VWS/Justitie)
De inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (VWS)
De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit (LNV)
De Inspectieraad stelt een werkprogramma en een jaarverslag vast. Het werkprogramma en het jaarverslag worden, na instemming van de verantwoordelijke Ministers en de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, door de laatste gezonden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Het functioneren van de Inspectieraad zal drie jaar na instelling worden geëvalueerd.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Inspectieraad.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.