Artikel
1
Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
baten-lastendienst: een dienstonderdeel als bedoeld in het eerste lid van artikel 10 van de Comptabiliteitswet 2001;
-
b.
vakMinister: de Minister belast met de leiding van het Ministerie waaronder de betrokken (kandidaat) baten-lastendienst ressorteert;
-
c.
vakMinisterie: het Ministerie waaronder de betrokken (kandidaat) baten-lastendienst ressorteert;
-
d.
lening: een vast geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd beschikbaar wordt gesteld vanuit de centrale kas van ’s Rijks schatkist op een zogenoemde leningrekening;
-
e.
initiële lening: de lening die wordt afgesloten bij de instelling van de baten-lastendienst en opgenomen is in de openingsbalans ten behoeve van de financiering van over te nemen activa van het vakMinisterie.
-
f.
termijndeposito: een vast geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd in de centrale kas van ’s Rijks schatkist wordt aangehouden op een zogenoemde depositorekening;
-
g.
leenplafond: het maximale geldbedrag dat in de vorm van een of meer leningen met een bepaalde looptijd in een jaar aan een baten-lastendienst kan worden toegekend;
-
h.
Rijkshoofdboekhouding: de afdeling van het Ministerie van Financiën die belast is met de bankierstaken voor onder andere de baten-lastendiensten vanuit de centrale kas van ’s Rijks schatkist.
-
i.
Exploitatiereserve: een reserve die wordt aangehouden om jaarlijkse fluctuaties in de exploitatie op te vangen.
-
k.
Verplichte reserve: een reserve die men verplicht is aan te houden indien immateriële vaste activa op het gebied van ontwikkelingsactiviteiten, op de balans worden opgenomen.
-
l.
Exploitatieresultaat: het saldo van gerealiseerde baten en lasten over een jaar.