Regeling van de Minister van Financiën van 20 februari 2007 over instelling, opzet en werking van baten-lastendiensten (Regeling baten-lastendiensten 2007)

Regeling Baten-lastendiensten 2007

De Minister van Financiën,
Overwegende dat het wenselijk is in verband met een meer doelmatige bedrijfsvoering binnen het Rijk, aan dienstonderdelen de status van baten-lastendienst te verlenen;
Overwegende dat het nodig is nadere uitwerking te geven aan de kaders en werkwijze bij instelling, van de financiële faciliteiten en van de verslaggeving;
Na overleg met de Algemene Rekenkamer (brief van 20 februari 2007, kenmerk 7000307 R);

Besluit:

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    baten-lastendienst: een dienstonderdeel als bedoeld in het eerste lid van artikel 10 van de Comptabiliteitswet 2001;

  • b.

    vakMinister: de Minister belast met de leiding van het Ministerie waaronder de betrokken (kandidaat) baten-lastendienst ressorteert;

  • c.

    vakMinisterie: het Ministerie waaronder de betrokken (kandidaat) baten-lastendienst ressorteert;

  • d.

    lening: een vast geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd beschikbaar wordt gesteld vanuit de centrale kas van ’s Rijks schatkist op een zogenoemde leningrekening;

  • e.

    initiële lening: de lening die wordt afgesloten bij de instelling van de baten-lastendienst en opgenomen is in de openingsbalans ten behoeve van de financiering van over te nemen activa van het vakMinisterie.

  • f.

    termijndeposito: een vast geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd in de centrale kas van ’s Rijks schatkist wordt aangehouden op een zogenoemde depositorekening;

  • g.

    leenplafond: het maximale geldbedrag dat in de vorm van een of meer leningen met een bepaalde looptijd in een jaar aan een baten-lastendienst kan worden toegekend;

  • h.

    Rijkshoofdboekhouding: de afdeling van het Ministerie van Financiën die belast is met de bankierstaken voor onder andere de baten-lastendiensten vanuit de centrale kas van ’s Rijks schatkist.

  • i.

    Exploitatiereserve: een reserve die wordt aangehouden om jaarlijkse fluctuaties in de exploitatie op te vangen.

  • k.

    Verplichte reserve: een reserve die men verplicht is aan te houden indien immateriële vaste activa op het gebied van ontwikkelingsactiviteiten, op de balans worden opgenomen.

  • l.

    Exploitatieresultaat: het saldo van gerealiseerde baten en lasten over een jaar.

Paragraaf

2

De instelling

Artikel

2

Instellingsvoorwaarden

Artikel

3

Instellingsprocedure

Artikel

4

Procedure openingsbalans

Artikel

5

Uitgangspunten openingsbalans

Artikel

6

Rentecompensatie bij openingsbalans

Indien de kostprijs van een product of een dienst van een baten-lastendienst stijgt als gevolg van de rente die een baten-lastendienst in rekening wordt gebracht over de initiële lening en indien die gestegen kostprijs via een tarief dat in rekening wordt gebracht aan een ander dienstonderdeel van het Rijk, staat de Minister van Financiën aan die andere dienst toe ten laste van de algemene middelen structureel een aanvullend budget ter grootte van de gestegen kosten in de departementale begroting op te nemen.

Artikel

7

Status van tijdelijke baten-lastendienst

Artikel

8

Intrekking van de status van baten-lastendienst

Paragraaf

3

De leen- en depositofaciliteiten

Artikel

9

Leen- en depositomogelijkheden

Artikel

10

Tarieven en limieten

Artikel

11

Leenaanvragen

Artikel

12

Boekingsprocedure

Artikel

13

Leenvoorwaarden

Aan een lening zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • 1.

    Een in rekening te brengen afsluitprovisie int de Rijkshoofdboekhouding automatisch per de ingangsdatum van de betrokken lening ten laste van de rekening-courant van de baten-lastendienst.

  • 2.

    De jaarlijkse aflossing van de lening int de Rijkshoofdboekhouding automatisch op de overeengekomen aflossingsdata ten laste van de rekening-courant en wordt afgeboekt van de leningrekening van de baten-lastendienst.

  • 3.

    De over een lening verschuldigde rente int de Rijkshoofdboekhouding jaarlijks automatisch ten laste van de rekening-courant van de baten-lastendienst. De rente is verschuldigd vanaf de opnamedatum.

  • 4.

    Het vervroegd aflossen van (een deel van) de lening is toegestaan en geschiedt door tijdig verzoek aan de Rijkshoofdboekhouding.

  • 5.

    Bij het vervroegd aflossen is de baten-lastendienst een boete verschuldigd. De boete int de Rijkshoofdboekhouding automatisch ten laste van de rekening-courant van de baten-lastendienst.

  • 6.

    In afwijking van het vorige lid is het vervroegd aflossen boetevrij toegestaan bij verkoop of bij verlies door brand, diefstal of vernietiging van de vaste activa waarvoor de lening was afgesloten, en bij het overeenkomstig de verslaggevingvoorschriften van artikelen 16 en 17 afwaarderen van de vaste activa waarvoor de lening was afgesloten.

  • 7.

    Het bedrag van de vervroegde aflossing int de Rijkshoofdboekhouding automatisch ten laste van de rekening-courant en wordt afgeboekt op de leningrekening van de baten-lastendienst.

Artikel

14

Depositovoorwaarden

Aan een termijndeposito zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • 1.

    Een in rekening te brengen afsluitprovisie int de Rijkshoofdboekhouding automatisch ten laste van de rekening-courant van de baten-lastendienst.

  • 2.

    Het bedrag van het termijndeposito boekt de Rijkshoofdboekhouding over per einddatum van de depositorekening van de baten-lastendienst naar de rekening-courant van de baten-lastendienst.

  • 3.

    De te ontvangen rente over het termijndeposito wordt voor depots met een looptijd tot en met twaalf maanden per einddatum vergoed. In het geval van een termijn deposito met een looptijd van langer dan twaalf maanden schrijft de Rijkshoofdboekhouding de te ontvangen rente jaarlijks automatisch bij op de rekening-courant van de baten-lastendienst. De rente wordt berekend vanaf de ingangsdatum van het termijndeposito.

  • 4.

    Het vervroegd opnemen van (een deel van) het termijndeposito is toegestaan en geschiedt door een tijdig verzoek aan de Rijkshoofdboekhouding.

  • 5.

    In het geval van het vervroegd opnemen is de baten-lastendienst een boete verschuldigd. Het bedrag van de boete voor vervroegd opnemen int de Rijkshoofdboekhouding per opnamedatum automatisch ten laste van de rekening-courant van de baten-lastendienst.

  • 6.

    Het bedrag van de vervroegde opname boekt de Rijkshoofdboekhouding per opnamedatum van de depositorekening van de baten-lastendienst over naar de rekening-courant van de baten-lastendienst.

Artikel

15

Overige

De Minister van Financiën stelt standaardformulieren vast voor de aanvraag voor het vaststellen van een leenplafond, de aanvraag voor het opnemen van een lening en het plaatsen van een termijndeposito.

Paragraaf

4

De verslaggeving

Artikel

16

Uitgangspunten administratie en verslaggeving

Artikel

17

Nadere bepalingen voor de verslaggeving

Voor de verslaggeving van baten-lastendiensten gelden de volgende nadere bepalingen:

  • 1.

    Onder het begrip ‘derden’ in de zin van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dient ook te worden verstaan iedere organisatie of ieder organisatieonderdeel van de rijksoverheid anders dan de baten-lastendienst waarop de verslaggeving betrekking heeft.

  • 2.

    Bij materiële en immateriële vaste activa gelden de volgende bepalingen:

    • a.

      De waardering geschiedt tegen verkrijging- of vervaardigingprijs, onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en eventuele opgetreden waardeverminderingen.

    • b.

      Afschrijving dient te geschieden volgens de lineaire methode, op basis van de economische levensduur van de vaste activa.

    • c.

      Bij het bepalen van de afschrijvingstermijnen worden in beginsel de volgende termijnen gehanteerd. Afwijkingen worden toegelicht in de jaarrekening:

      – grond/terreinen

      niet afschrijven

      – gebouwen

      30 à 50 jaar

      – verbouwingen

      5 à 10 jaar

      – inventaris/installaties

      5 à 10 jaar

      – vervoermiddelen

      4 à 5 jaar

      – computerhardware en -software

      3 à 5 jaar

      – overige materiële vaste activa

      2 à 5 jaar

      – immateriële vaste activa

      2 à 5 jaar

  • 3.

    Een baten-lastendienst zal geen financiële vaste activa bezitten.

  • 4.

    Bij eigen vermogen gelden de volgende bepalingen:

    • a.

      In de balans van een baten-lastendienst, niet zijnde de openingsbalans, kunnen slechts als vormen van het eigen vermogen worden opgenomen:

      • een exploitatiereserve;

      • een verplichte reserve als gevolg van activering van immateriële vaste activa;

      • het onverdeeld resultaat, zijnde het exploitatieresultaat over het jaar waarop de verslaggeving betrekking heeft.

    • b.

      De exploitatiereserve van een baten-lastendienst is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet ultimo jaar, berekend over de laatste drie jaar. Indien een baten-lastendienst korter dan drie jaar bestaat, wordt de gemiddelde jaaromzet berekend over deze kortere periode.

    • c.

      Het totaal van de exploitatiereserve en de verplichte reserve van een baten-lastendienst mag ultimo jaar niet minder bedragen dan nul.

    • d.

      Het onverdeeld resultaat wordt, na vaststelling van de jaarrekening, in zijn geheel toegevoegd aan de exploitatiereserve van een baten-lastendienst. Indien dit leidt tot overschrijding van de in lid 4b gestelde maximumomvang dan wel de in lid 4c gestelde minimumomvang, dan wordt dit overeenkomstig het tweede lid van artikel 19 hersteld.

  • 5.

    Langlopend vreemd vermogen kan uitsluitend bestaan uit leningen van het Ministerie van Financiën, zoals bedoeld in artikel 9.

  • 6.

    Het rekening-courantkrediet bij de ’s Rijks schatkist is voor een baten-lastendienst per ultimo jaar gemaximeerd op € 0,5 miljoen.

  • 7.

    Voorzieningen worden in beginsel opgenomen overeenkomstig Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De keuze om de genoemde voorzieningen niet op te nemen, wordt toegelicht in de jaarrekening.

    Dotatie, onttrekking en vrijval van voorzieningen worden vermeld en afzonderlijk toegelicht in de jaarrekening.

Paragraaf

5

Financiering

Artikel

18

Bekostiging

Baten-lastendiensten ontvangen, op basis van de met de opdrachtgever(s) van de baten-lastendienst gemaakte prijs-, hoeveelheid- en kwaliteitsafspraken, bijdragen voor de door hen gerealiseerde productie.

Artikel

19

Mutaties in het eigen vermogen

Artikel

20

Bevoorschotting

Bij bevoorschotting van een baten-lastendienst wordt een zodanige frequentie en hoogte aangehouden dat aangesloten wordt bij de noodzakelijke liquiditeitsbehoefte van de baten-lastendienst.

Paragraaf

6

Slotbepalingen

Artikel

21

Afwijking

In bijzondere gevallen kan met voorafgaande schriftelijke instemming van de Minister van Financiën gemotiveerd worden afgeweken van deze regeling.

Artikel

22

Intrekking regelingen

Artikel

23

Evaluatie

De regeling wordt uiterlijk in 2011 geëvalueerd.

Artikel

24

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 28 februari 2007. De regeling werkt terug tot 1 januari 2007 met uitzondering van de toepassing op de jaarverantwoording over 2006 van de verslaggevingvoorschriften bepaald in het eerste lid van artikel 16 en het eerste, tweede en zevende lid van artikel 17.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Baten-lastendiensten 2007.

De regeling zal met toelichting worden bekend gemaakt door publicatie in de Staatscourant.

De Minister van Financiën, G.Zalm

Bijlage

1

Procedure voor lenen en sparen

Alle genoemde formulieren staan op de internet site van het Ministerie van Financiën: schatkistbankieren.

Lening

Verzoek opname lening

Het verzoek tot opname van een lening geschiedt door middel van het invullen en elektronisch aanleveren van het formulier Verzoek opname lening baten-lastendienst. Dit formulier moet twee werkdagen voor de opname datum bij de RHB aangeleverd zijn.

Vervroegde aflossing

Het verzoek voor een vervroegde aflossing wordt elektronisch aangeleverd bij de Rijkshoofdboekhouding. Het verzoek dient twee werkdagen voor de gewenste datum door de RHB ontvangen te zijn. In het verzoek wordt aangegeven welke lening het betreft, wat het bedrag van de vervroegde aflossing is en de datum van aflossing. Indien de baten-lastendienst boetevrij wil aflossen wordt dit expliciet vermeld en wordt de reden voor de vervroegde aflossing opgegeven.

Deposito

Verzoek plaatsing deposito

Het verzoek tot plaatsing van een deposito geschiedt door middel van het invullen en elektronisch aanleveren van het formulier Plaatsing termijndeposito baten-lastendienst. Als dit formulier voor twaalf uur is ontvangen, kan het deposito de zelfde dag ingaan. Formulieren die later ontvangen zijn gaan de volgende bankdag in of op de gewenste ingangsdatum indien deze in de toekomst ligt.

Vervroegde opname

Het verzoek voor een vervroegde opname wordt elektronisch aangeleverd bij de Rijkshoofdboekhouding. Het verzoek dient twee werkdagen voor de gewenste datum door de Rijkshoofdboekhouding ontvangen te zijn. In het verzoek wordt aangegeven welke deposito het betreft, wat het bedrag van de vervroegde opname is en de datum van opname.

Eindejaarsoverzichten

Binnen vijftien werkdagen na afloop van een begrotingsjaar stuurt de Rijkshoofdboekhouding aan de baten-lastendiensten een saldobiljet met daarop de stand van de rekening-courant, leenrekening en depositorekening. Tevens wordt ter informatie meegestuurd het overzicht van de rekening-courantrente, en een saldo overzicht voor de leningen en deposito’s.

Bijlage

2

Tarieven en grensbedragen

Alle genoemde tarieven en grensbedragen staan op de internet site van het Ministerie van Financiën: schatkistbankieren.

A

leenfaciliteit

Grensbedrag

Onder € 0,5 miljoen wordt geen lening verstrekt.

Afsluitprovisie

Geen

Boete vervroegd aflossen

Een door de Minister te bepalen percentage over de vervroegde aflossing

Looptijd lening

Rente %

< 1 jaar

wordt niet verstrekt

1 jaar t/m 30 jaar

ERSL1ERSL=Effectief Rendement op StaatsLeningen.

B

rekening-courant

Grensbedrag

Boven de € 0,5 miljoen wordt op jaareinde geen rekening-courantkrediet verstrekt (zie artikel 4.2. lid 6)

Rente % =

Beschikbaarheidprovisie

Debetsaldo (-saldo)

call EURIBOR + 1,00%

Geen

Creditsaldo (+saldo)

call EURIBOR – 1,00%

Nvt

C

Termijndeposito’s

Grensbedrag

Onder € 0,250 miljoen worden geen termijndeposito’s geplaatst.

Afsluitprovisie

Geen

Boete vervroegd opnemen

Een door de Minister te bepalen percentage over het te vroeg opgenomen deel van een termijndeposito

Looptijd deposito

Rente % =

1 t/m 12 maands

EURIBOR – 0,25%2EURIBOR minus afslag van 0,25% kan maximaal gelijk zijn aan het ERSL minus 0,10%.

18 maands

ERSL overeenkomstige looptijd – 0,10%

2 jaar of langer

(alleen hele jaren)

ERSL overeenkomstige looptijd – 0,10%