Artikel
1
1
Degene die aanspraak maakt op een toeslag dient een schriftelijke aanvraag om een toeslag in op het door het Landelijk instituut sociale verzekeringen daartoe aangewezen adres, door middel van een door het Landelijk instituut sociale verzekeringen ter beschikking gesteld formulier, waarop de voor het beoordelen van de aanvraag gewenste gegevens zijn vermeld en dat door degene die aanspraak maakt op een toeslag volledig is ingevuld en ondertekend.
2
Indien degene die aanspraak maakt op een toeslag gehuwd is, wordt de aanvraag ook door de echtgenoot ondertekend.
3
De aanvraag wordt gedaan binnen zes weken na het ontstaan van het recht op toeslag. Indien het recht op loondervingsuitkering als bedoeld in de Toeslagenwet nog niet is vastgesteld, dient de aanvraag om toeslag gedaan te worden uiterlijk zes weken na afgifte van de definitieve toekenningsbeslissing van de loondervingsuitkering.