Besluit van 17 januari 1990, houdende nadere werktijdregeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs

Besluit nadere werktijdregeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs (1)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Minister van Justitie van 13 december 1989, Centrale Directie Personeelszaken, nr. 053 P189, Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
Overwegende, dat het wenselijk is om de arbeidsduur van personenchauffeurs die structureel overwerk verrichten te verlengen, onder de toekenning van een toelage;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

2

De krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar ontvangt een maandelijkse toelage die 30 maal het voor hem geldende salaris per uur bedraagt.

Artikel

3

Artikel

4

De geldelijke vergoeding voor overwerk als bedoeld in het eerste lid van artikel 3, wordt berekend op basis van het in de voorafgaande vier volle kalenderkwartalen gemiddeld verrichte aantal uren overwerk.

Het overwerk als bedoeld in het tweede lid van artikel 3 wordt vergoed op basis van een maandelijks door de aangewezen ambtenaar in te dienen declaratie.

Artikel

5

Voor zover de diensttijd aanvangt en eindigt op het moment dat de aangewezen ambtenaar zijn woning verlaat, respectievelijk daar terugkeert, wordt op de dagelijkse werktijd de normale reistijd voor woon-werkverkeer, die minimaal op één uur wordt gesteld, in mindering gebracht.

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1990.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister-President, De Minister van Algemene Zaken, R. F. M. Lubbers
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I. Dales
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin