Artikel
1
1
De maandelijkse werktijd wordt met 30 uren verlengd tot 195 uren. Daarvoor wordt een vaste maandelijkse toelage toegekend van 30/165 van het salaris.
Hebben goedgevonden en verstaan:
De maandelijkse werktijd wordt met 30 uren verlengd tot 195 uren. Daarvoor wordt een vaste maandelijkse toelage toegekend van 30/165 van het salaris.
Zonodig wordt het aantal extra uren van 75 (30 + 45) bezien op jaarbasis. Boven de normale werktijd van 165 uren per maand komen per jaar dus maximaal 12 * 75 uren voor vergoeding in aanmerking.
De overuren worden tot een maximum van gemiddeld 45 uren per maand, ter beoordeling van het bevoegd gezag,
òf vergoed tegen 150% van het uursalaris,
òf gecompenseerd in tijd met een vergoeding van 50% van het uursalaris.
Er bestaat geen aanspraak op de toelage voor onregelmatige dienst.
Voor de lunch wordt een half uur per dag in mindering gebracht, voor de avondmaaltijd geldt dit eveneens indien een maaltijd wordt gedeclareerd.
De vergoeding voor het overwerk wordt maandelijks uitbetaald op basis van het in de voorafgaande maand verrichte aantal uren overwerk.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 1990.
Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.