Richtlijn voor strafvordering winkeldiefstal
Beschrijving
Deze richtlijn ziet zowel op de diefstal van winkelgoederen als op de verduistering van winkelgoederen en ’omprijzen’. Aangezien deze drie delicten uitermate veel overeenkomst vertonen, met het doel het bereiken van economisch voordeel door (een deel van) de waarde van winkelgoederen niet te voldoen, worden ze binnen deze richtlijn op dezelfde wijze afgedaan. Om toch onderscheid te kunnen maken zijn ze evenwel in verschillende basisdelicten benoemd. De waarde van de (beoogde) goederen (bij omprijzen het verschil in prijs) dient mee te wegen in de sanctiebepaling. Overigens moet daarbij wel worden opgemerkt dat van daadwerkelijk genoten voordeel veelal geen sprake zal zijn: dikwijls blijven de goederen achter in de winkel of worden alsnog betaald òf dient, als de gestolen/verduisterde goederen niet kunnen worden achterhaald dan wel zijn beschadigd, schadevergoeding plaats te vinden.
Aard van de richtlijn
Commuun
Basisdelicten
-
–
Diefstal van winkelgoederen
-
–
Verduistering van winkelgoederen
-
–
Omprijzen
Wettekst
Basisdelict
Diefstal van winkelgoederen
Beschrijving
Het zich wederrechtelijk toeëigenen van één of meer winkelgoederen. Indien binnen één winkel of warenhuis meer artikelen worden gestolen en/of verduisterd en/of omgeprijsd dient dit te worden beoordeeld als één voortgezette handeling. Indien het meer artikelen in verschillende winkels betreft dient dit te worden beoordeeld als separate delicten.
Toepasselijk kader
Commuun en verkeer
Basispunten
6 punten
Basisfactoren
Categorie economische waarde van de (beoogde) goederen
-
–
Tot en met f 100: 0 pt
-
–
Van f 101 tot en met f 250: 4 pt
-
–
f 251 of meer: 4 pt
Indien de economische waarde van de beoogde goederen relatief laag is, bestaat bij een aantal delicten, zoals de winkeldiefstal, in principe de mogelijkheid om een politietransactie aan te bieden. Voor die delicten is gekozen voor een stapsgewijze invloed volgens een beperkt aantal schijven. Indien het bedrag echter groter is dan f 250 wordt voor het delict geen transactie meer door de politie aangeboden. In dat geval speelt de economische waarde van de beoogde goederen op evenredige wijze mee bij het bepalen van het aantal strafpunten. Ook voor andere delicten waar de economische waarde een rol speelt is gekozen voor deze opbouw.
Economische waarde van de (beoogde) goederen
-
–
Schijf 1: f 250 t/m f 2500: bedrag gedeeld door 125 pt
-
–
Schijf 2: het gedeelte tussen f 2500 en f 10000: bedrag gedeeld door 500 pt
-
–
Schijf 3: het gedeelte boven f 10000: bedrag gedeeld door 1000 pt
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
-
–
Er is geen sprake van medeplegen:
+0 %
-
–
Er is sprake van medeplegen: +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
-
–
Dader: +0 %
-
–
Medeplichtige : -33 %
Poging
-
–
Voltooid delict: +0 %
-
–
Poging tot plegen -33 %
Recidiveregeling
Mate van recidive (5 jaar)
|
– Geen recidive |
+0 % |
|
– 1 maal |
+10 % |
|
– Meermalen |
+20 % |
|
+dagvaarden |
Draagkracht
Geen
Speciale regelingen
– Schaderegeling
Bijzonderheden
Geen
Basisdelict
Verduistering van winkelgoederen
Beschrijving
Het zich wederrechtelijk toeëigenen van één of meer winkelgoederen die de verdachte, anders dan door een misdrijf, onder zich heeft. Indien binnen één winkel of warenhuis meer artikelen worden gestolen en/of verduisterd en/of omgeprijsd dient dit te worden beoordeeld als één voortgezette handeling. Indien het meer artikelen in verschillende winkels betreft dient dit te worden beoordeeld als separate delicten.
Toepasselijk kader
Commuun en verkeer
Basispunten
6 punten
Basisfactoren
Categorie economische waarde van de (beoogde) goederen
-
–
Tot en met f 100: 0 pt
-
–
Van f 101 tot en met f 250: 4 pt
-
–
f 251 of meer: 4 pt
Indien de economische waarde van de beoogde goederen relatief laag is, bestaat bij een aantal delicten, zoals de winkeldiefstal, in principe de mogelijkheid om een politietransactie aan te bieden. Voor die delicten is gekozen voor een stapsgewijze invloed volgens een beperkt aantal schijven. Indien het bedrag echter groter is dan f 250 wordt voor het delict geen transactie meer door de politie aangeboden. In dat geval speelt de economische waarde van de beoogde goederen op evenredige wijze mee bij het bepalen van het aantal strafpunten. Ook voor andere delicten waar de economische waarde een rol speelt is gekozen voor deze opbouw.
Economische waarde van de (beoogde) goederen
-
–
Schijf 1: f 250 t/m f 2500: bedrag gedeeld door 125 pt
-
–
Schijf 2: het gedeelte tussen f 2500 en f 10000: bedrag gedeeld door 500 pt
-
–
Schijf 3: het gedeelte boven f 10000: bedrag gedeeld door 1000 pt
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
-
–
Er is geen sprake van medeplegen:
+0 %
-
–
Er is sprake van medeplegen: +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
-
–
Dader: +0 %
-
–
Medeplichtige: -33 %
Poging
-
–
Voltooid delict: +0 %
-
–
Poging tot plegen: -33 %
Recidiveregeling
Mate van recidive (5 jaar)
|
– Geen recidive |
+0 % |
|
– 1 maal |
+10 % |
|
– Meermalen |
+20 % |
|
+dagvaarden |
Draagkracht
Geen
Speciale regelingen
– Schaderegeling
Bijzonderheden
Geen
Basisdelict
Omprijzen
Beschrijving
Het omprijzen van één of meer winkelgoederen. Indien binnen één winkel of warenhuis meer artikelen worden gestolen en/of verduisterd en/of omgeprijsd dient dit te worden beoordeeld als één voortgezette handeling. Indien het meer artikelen in verschillende winkels betreft dient dit te worden beoordeeld als separate delicten.
Toepasselijk kader
Commuun en verkeer
Basispunten
6 punten
Basisfactoren
Categorie economische waarde van de (beoogde) goederen
-
–
Tot en met f 100: 0 pt
-
–
Van f 101 tot en met f 250: 4 pt
-
–
f 251 of meer: 4 pt
Indien de economische waarde van de beoogde goederen relatief laag is, bestaat bij een aantal delicten, zoals de winkeldiefstal, in principe de mogelijkheid om een politietransactie aan te bieden. Voor die delicten is gekozen voor een stapsgewijze invloed volgens een beperkt aantal schijven. Indien het bedrag echter groter is dan f 250 wordt voor het delict geen transactie meer door de politie aangeboden. In dat geval speelt de economische waarde van de beoogde goederen op evenredige wijze mee bij het bepalen van het aantal strafpunten. Ook voor andere delicten waar de economische waarde een rol speelt is gekozen voor deze opbouw.
Economische waarde van de (beoogde) goederen
-
–
Schijf 1: f 250 t/m f 2500: bedrag gedeeld door 125 pt
-
–
Schijf 2: het gedeelte tussen f 2500 en f 10000: bedrag gedeeld door 500 pt
-
–
Schijf 3: het gedeelte boven f 10000: bedrag gedeeld door 1000 pt
Delictspecifieke factoren
Medeplegen
-
–
Er is geen sprake van medeplegen:
+0 %
-
–
Er is sprake van medeplegen: +25 %
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
-
–
Dader: +0 %
-
–
Medeplichtige: -33 %
Poging
-
–
Voltooid delict: +0 %
-
–
Poging tot plegen: -33 %
Recidiveregeling
Mate van recidive (5 jaar)
|
– Geen recidive |
+0 % |
|
– 1 maal |
+10 % |
|
– Meermalen |
+20 % |
|
+dagvaarden |
Draagkracht
Geen
Speciale regelingen
– Schaderegeling
Bijzonderheden
Geen