Artikel
I
Wijzigt de Kadasterwet.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Kadasterwet.
Wijzigt de Organisatiewet Kadaster.
Wijzigt de Belemmeringenwet privaatrecht.
Wijzigt de Gemeentewet.
Wijzigt de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën.
Vervallen
Wijzigt de Interimwet stad- en milieubenadering.
Vervallen
Wijzigt de Luchtvaartwet en deze wet.
Wijzigt de Monumentenwet 1988.
Wijzigt de Natuurbeschermingswet 1998.
Wijzigt de Natuurschoonwet 1928.
Wijzigt de Onteigeningswet.
Vervallen
Wijzigt de Reconstructiewet Midden-Delfland.
Wijzigt de Waterschapswet.
Wijzigt de Waterstaatswet 1900.
Wijzigt de Wet aansprakelijkheid olietankschepen.
Wijzigt de Wet agrarisch grondverkeer.
Wijzigt de Wet bodembescherming.
Wijzigt de Wet geluidhinder.
Wijzigt de Wet inrichting landelijk gebied.
Wijzigt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.
Wijzigt de Wet voorkeursrecht gemeenten.
Wijzigt de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Wijzigt de Wet ruimtelijke ordening.
Wijzigt deze wet en de Wet ruimtelijke ordening.
Wijzigt de Zeebrievenwet.
Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van deze wet bij de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster, een verzoek in behandeling is als bedoeld in artikel 112, 113 of 114 van de Kadasterwet, zoals die wet onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip luidde, wordt dat verzoek gelijkgesteld aan een verzoek als bedoeld in artikel 7t, eerste of derde lid.
Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van deze wet de genoemde Dienst een beslissing heeft genomen op een bezwaar als bedoeld in artikel 56b en op dat tijdstip de termijn waarbinnen een belanghebbende tegen die beslissing een verzoekschrift had kunnen indienen, indien artikel 56c van de Kadasterwet op dat tijdstip nog had gegolden, nog niet is verstreken, kan de belanghebbende tegen die beslissing op grond van de Algemene wet bestuursrecht een beroep bij de rechtbank instellen binnen de wettelijke termijn, te rekenen vanaf dat tijdstip. De vorengenoemde Dienst stelt de belanghebbende na het tijdstip van inwerkingtreding van eerdergenoemd onderdeel onverwijld op de hoogte van die wijziging.
Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, van deze wet een verzoekschrift is ingediend krachtens artikel 56c of de artikelen 112, 113 of 114 van de Kadasterwet, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip luidden, blijven de artikelen 56c tot en met 56e, zoals die artikelen onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip luidden, van toepassing op dat verzoekschrift, de behandeling daarvan door de rechtbank en op de bijwerking. De Dienst, genoemd in het eerste lid, handelt in het geval van een vorenbedoeld verzoekschrift overeenkomstig artikel 7r van de Kadasterwet, als gewijzigd door deze wet.
Binnen twee jaar na inwerkingtreding van artikel I of II of een onderdeel daarvan, kunnen bij algemene maatregel van bestuur met het oog op een goede invoering van dat artikel of dat onderdeel voor een daarbij te bepalen periode van ten hoogste drie jaren afwijkende regels worden gesteld ten aanzien van:
het krachtens de Kadasterwet als authentiek aanmerken van een gegeven;
het verplicht gebruik van een authentiek gegeven krachtens deze wet;
de melding van gerede twijfel omtrent een authentiek gegeven door een bestuursorgaan;
de eenmalige gegevensverstrekking.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet basisregistraties kadaster en topografie.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.