Regeling provinciale risicokaart

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Artikel

2

Artikel

4

Artikel

5

De colleges van burgemeester en wethouders maken voor levering van de gegevens aan gedeputeerde staten gebruik van het systeem van elektronische invoer dat ook wordt gebruikt voor de levering van de gegevens aan het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu ten behoeve van het landelijk register, bedoeld in artikel 20.11, onder b, van de Omgevingswet.

Artikel

6

Gedeputeerde staten vermelden de door het college van burgemeester en wethouders, het bestuur van een waterschap of de Minister van Verkeer en Waterstaat geleverde gegevens op de risicokaart, nadat het college, het bestuur respectievelijk de minister heeft bevestigd dat de geleverde gegevens op de juiste wijze zijn verwerkt.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Vervallen

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Vervallen

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling provinciale risicokaart.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, G. ter Horst

Bijlage

I

bedoeld in artikel 3, eerste lid

Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking

Milieubelastende activiteiten waarbij bestrijdingsmiddelen in verpakking worden opgeslagen.

Hoeveelheid welke ≥ 2.500 kg is per opslagplaats.

Koelinstallatie met ammoniak

Milieubelastende activiteiten waarbij een koelinstallatie wordt geëxploiteerd.

Hoeveelheid welke ≥ 200 kg ammoniak is per installatie.

Vervoersbedrijf

Milieubelastende activiteiten waarbij voor het vervoer van stoffen of goederen gevaarlijke stoffen worden opgeslagen (al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten). Het betreft verzamelplaatsen waar voertuigen, opleggers of aanhangers met te vervoeren gevaarlijke stoffen opgesteld mogen worden.

Hoeveelheid welke ≥ 10.000 kg gevaarlijke stoffen is.

Opslaan van propaan en andere (vloeibaar gemaakte) brandbare gassen

Milieubelastende activiteiten waarbij propaan of andere vloeibaar gemaakte brandbare gassen worden opgeslagen in een opslagtank.

Hoeveelheid welke ≥ 3.000 liter is.

Gassen

Opslaan van oxiderende gassen

Milieubelastende activiteiten waarbij vloeibaar gemaakte oxiderende gassen worden opgeslagen in een opslagtank.

Hoeveelheid welke ≥ 20.000 liter is (per opslagtank).

Behandelen, regelen en meten van aardgas

Milieubelastende activiteiten waarbij een installatie voor het regelen van aardgasdruk of het meten van de hoeveelheid of kwaliteit van aardgas aanwezig is.

Vulstations voor propaan en butaan

Milieubelastende activiteiten waarbij gasflessen met propaan of butaan worden gevuld, indien bij deze milieubelastende activiteit een opslagtank met propaan of butaan aanwezig is.

Hoeveelheid welke ≥ 3.000 liter is (volume van alleen de voorraadtank).

Gasflessendepot

Milieubelastende activiteiten waarbij gasflessen worden opgeslagen (gasflessendepot).

Hoeveelheid (som van alle flessen) welke ≥ 10.000 liter is.

Zeer giftige gassen

Milieubelastende activiteiten waarbij een gasfles, opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een zeer giftig (vloeibaar gemaakt) gas.

Hoeveelheid welke ≥ 15 liter is (per gasfles, opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie).

Giftige gassen

Milieubelastende activiteiten waarbij een opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een giftig (vloeibaar gemaakt) gas.

Hoeveelheid welke ≥ 150 liter is (per opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie).

Overige gevaarlijke gassen

Milieubelastende activiteiten waarbij een opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een gasvormige gevaarlijke stof.

Hoeveelheid welke ≥ 20.000 liter is (per opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie).

Vloeistoffen

Licht ontvlambare vloeistoffen

Milieubelastende activiteiten waarbij een bovengrondse opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een (licht) ontvlambare vloeistof.

Hoeveelheid welke ≥ 20.000 liter is (per opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie).

Brandbare vloeistoffen

Milieubelastende activiteiten waarbij een bovengrondse opslagtank of procesinstallatie aanwezig is met een vloeistof met een vlampunt van 55 °C of hoger.

Hoeveelheid welke ≥ 150.000 liter is (per opslagtank of procesinstallatie).

Zeer giftige vloeistoffen

Milieubelastende activiteiten waarbij een opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een zeer giftige vloeistof.

Hoeveelheid welke ≥ 200 liter is (per opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie).

Giftige vloeistoffen

Milieubelastende activiteiten waarbij een opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een giftige vloeistof.

Hoeveelheid welke ≥ 2.000 liter is (per opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie).

Vloeistoffen die zeer giftige gassen kunnen vormen

Milieubelastende activiteiten waarbij een opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie aanwezig is met een vloeistof die zeer giftige gassen kan vormen.

Hoeveelheid welke ≥ 20 liter is (per opslagtank, tankwagen, boxcontainer of procesinstallatie).

Vloeistoffen die giftige gassen kunnen vormen

Milieubelastende activiteiten waarbij een opslagtank of procesinstallatie aanwezig is met een vloeistof die giftige gassen kan vormen.

Hoeveelheid welke ≥ 200 liter is (per opslagtank of procesinstallatie).

Overige gevaarlijke vloeistoffen

Milieubelastende activiteiten waarbij een opslagtank of procesinstallatie aanwezig is met een vloeibare gevaarlijke stof

Hoeveelheid welke ≥ 150.000 liter is (per opslagtank of procesinstallatie).

Vaste stoffen

Zeer giftige vaste stof

Milieubelastende activiteiten waarbij een silo of een andere gesloten opslagvoorziening voor los gestort materiaal aanwezig is met een zeer giftige vaste stof.

Hoeveelheid welke ≥ 200 kg is (per silo of andere gesloten opslagvoorziening).

Giftige vaste stof

Milieubelastende activiteiten waarbij een silo of een andere gesloten opslagvoorziening voor los gestort materiaal aanwezig is met een giftige vaste stof.

Hoeveelheid welke ≥ 2.000 kg is (per silo of andere gesloten opslagvoorziening).

Vaste stoffen die zeer giftige gassen kunnen vormen

Milieubelastende activiteiten waarbij een silo of een andere gesloten opslagvoorziening voor los gestort materiaal aanwezig is met een stof die zeer giftige gassen kan vormen.

Hoeveelheid welke ≥ 200 kg is (per silo of andere gesloten opslagvoorziening).

Vaste stoffen die giftige gassen kunnen vormen

Milieubelastende activiteiten waarbij een silo of een andere gesloten opslagvoorziening voor los gestort materiaal aanwezig is met een stof die giftige gassen kan vormen.

Hoeveelheid welke ≥ 2.000 kg is (per silo of andere gesloten opslagvoorziening).

Overige onbrandbare vaste gevaarlijke stof

Milieubelastende activiteiten waarbij een silo of een andere gesloten opslagvoorziening aanwezig is met een onbrandbare vaste gevaarlijke stof.

Hoeveelheid welke ≥ 1.500.000 liter (=1.500 m3) is (per silo of andere opslagvoorziening).

Stofexplosie

Milieubelastende activiteiten waarbij een silo of een andere gesloten opslagvoorziening zonder adequate drukontlasting voor los gestort materiaal aanwezig is waar een voor stofexplosie gevaarlijke atmosfeer aanwezig is.

Hoeveelheid welke ≥ 100.000 liter (=100 m3) is (per silo of andere opslagvoorziening).

Brandgevaar

Organische peroxiden,

opslaggroep 2 en 3

Milieubelastende activiteiten waarbij organische peroxiden, opslaggroep 8 overeenkomstig Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, worden opgeslagen.

Opslagplaats heeft grootte van ≥ 100 m2.

Brandbare vaste stoffen

Grote buitenopslagen van fusten, pallets, kratten of vaten, waarbij de brandbare stof 50% of minder van het volume inneemt.

Hoeveelheid welke ≥ 1.000 m2 grondoppervlak is.

Overig

Opgestelde voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen.

Aangewezen (parkeer)locaties waar voertuigen, opleggers of aanhangers beladen met gevaarlijke stoffen worden opgesteld.

Voor zover op de aangewezen (parkeer-)locatie ≥ 10.000 kg gevaarlijke stoffen gelijktijdig aanwezig mag zijn.

Bijlage

II

bedoeld in artikel 3, tweede lid

1. Tunnels

Alle weg-, spoor-, tram-, lightrail- en metrotunnels langer dan 250 m.

2. Vliegvelden

1. Vliegvelden waarvoor zgn. LVL-maatscenario geldt.

2. Militaire (oefen)terreinen voor vliegtuigen en helikopters.

3. Waterwegen en water(sport)gebieden

1. Vaarroutes voor schepen met minstens 25 opvarenden.

2. Zeehavens voor schepen met minstens 25 opvarenden.

3. Watersportgebieden met meer dan 2000 ligplaatsen voor pleziervaartuigen in open binnenwater van meer dan 500 ha.

4. Wadlooproutes voor groepsgrootten van minimaal 25 personen.

5. Aanlandingslocaties indien zij worden vermeld in een rampenplan, rampbestrijdingsplan, coördinatieplan of calamiteitenplan.

4. Wegen en spoorwegen

1. Autosnelwegen.

2. Overige rijks(auto)wegen.

3. Provinciale autowegen.

4. Spoorlijnen voor intercity of ICE-verkeer.

5. Spoorlijnen voor hogesnelheidsverkeer.

5. Evenementen- en activiteitenlocaties

Locatiespecifieke en periodieke evenementen met bijeenkomsten van minstens 5000 personen per keer op een gedefinieerd, beperkt gebied.

6.Geologische structuren

Gebieden c.q. plaatsen waar bevingen kunnen optreden met een intensiteit van VI of hoger op de Europese Macroseismische Schaal (EMS).

7. Overstromingsgebieden

1. Door primaire of regionale waterkeringen beschermde gebieden, waarbij een scenario wordt getoond van falen van deze waterkeringen omstreeks maatgevende omstandigheden.

2. Overstroombare gebieden langs rivieren, beken, meren, estuaria en kustwateren die niet door een genormeerde waterkering worden beschermd, voor een scenario met een terugkeertijd van 10, 100 onderscheidenlijk 1000 jaar.

3. Bergingsgebieden in de zin van de Waterwet.

8. Natuurgebied

1. Gemengd bos en naaldbosgebied met een aaneengesloten omvang van minstens 100 ha.

2. Heide, (hoog)veen- en duingebied met een aaneengesloten omvang van minstens 100 ha.

Bijlage

III

bedoeld in artikel 4, eerste lid

1. Gebouwen met een woonfunctie

Tehuizen

Alle

Kloosters/abdijen

Alle

Gevangenissen

Alle

Bejaardenoorden

Alle

Asielzoekerscentra

Alle

2. Gebouwen met een logiesfunctie

Hotel

> 10 personen

Pension/nachtverblijf

> 10 personen

Dagverblijf

> 50 personen

Kampeerterrein

> 250 personen

Jachthaven

> 250 personen

3. Gebouwen met een onderwijsfunctie

Onderwijsinstelling (leerl. < 12 jr.)

Alle

Onderwijsinstelling (leerl. > 12 jr.)

> 250 personen

Kinderdagverblijf

> 50 personen

4. Gezondheidszorggebouwen

Klinieken (poli-, psychiatrische)

Alle

Ziekenhuizen

Alle

Verpleegtehuizen

Alle

5. Bedrijfsgebouwen

Kantoren,

> 250 personen

Fabrieken

> 250 personen

Loods, veem, opslagplaats

> 1000 m2

Studio's (bijv. opname TV)

Alle

6. Gebouwen voor wegverkeer

Garage-inrichting (alleen opslag / stalling)

> 1000 m2

7. Objecten met een publieksfunctie

Theater, schouwburg, bioscoop, aula

> 250 personen

Museum, bibliotheek

> 250 personen

Buurthuis, ontmoetingscentrum, wijkcentrum

> 250 personen

Gebedshuis

> 250 personen

Tentoonstellingsgebouw

> 250 personen

Cafés, discotheek, restaurant

> 250 personen

Sporthal, stadion

> 250 personen

Zwembad

alle

Winkelgebouwen

> 500 personen

Stationsgebouwen

> 1000 m2

Tijdelijke bouwsels

> 250 personen

Alle gebouwen vanaf 25 verdiepingen

>24 verdiepingen

Bijlage

IV

bedoeld in artikel 4, tweede lid

  • 1.

    Omvang van de overstroming.

  • 2.

    Waterdiepte.

  • 3.

    Stroomsnelheid of het betrokken waterdebiet, indien van toepassing.

  • 4.

    Het indicatieve aantal potentieel getroffen inwoners.

  • 5.

    Type economische bedrijvigheid in een overstromingsgebied.

  • 6.

    Installaties als bedoeld in bijlage I bij Richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie ter bestrijding van verontreiniging, die in geval van overstroming voor incidentele verontreiniging kunnen zorgen.

  • 7.

    Beschermde gebieden als bedoeld in bijlage IV bij Richtlijn 2000/60/EG, punt 1, onderdeel i, iii en v, die getroffen kunnen worden.