Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 april 2007, nr. AV/IR/2007/7323, tot vaststelling van nieuwe Beleidsregels boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit

Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel

1

Berekening van de boete

Artikel

2

Correctie aantal werknemers

Artikel

5

Maximum aantal werknemers

Het maximaal in het boeterapport op te nemen aantal werknemers terzake waarvan een of meer beboetbare feiten is vastgesteld, bedraagt, afhankelijk van het aantal werknemers dat bij de betreffende werkgever in dienst is:

  • a.

    3 (kleinbedrijf),

  • b.

    6 (middenbedrijf),

  • c.

    9 (middelgroot bedrijf),

  • d.

    12 (grootbedrijf).

Artikel

6

Correctie direct beboetbaar feit

Het op grond van voorgaande artikelen bepaalde boetebedrag wordt met anderhalf vermenigvuldigd, indien er sprake is van een direct beboetbaar feit zoals genoemd in de lijst die is opgenomen als bijlage 2 bij deze beleidsregel.

Artikel

7

Minimale en maximale boetes

Artikel

10

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

11

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit.

Deze beleidsregel wordt met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.P.H.Donner

Bijlage

1

Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete

Kinderarbeid

* het verbod van kinderarbeid

€ 900,–

– het ontbreken van een ontheffing indien deze kan worden verleend

€ 500,–

* het niet naleven van voorschriften in geval van toegestane kinderarbeid

– rusttijd

€ 100,–

– zondagsarbeid

€ 100,–

– arbeidstijd

€ 100,–

– nachtarbeid

€ 100,–

– pauze

€ 100,–

* bijzondere onderwerpen

– voorlichting

€ 100,–

– zorgverplichting arbeidsomstandigheden

€ 100,–

Algemene verplichtingen

– beleidsvoering, inventarisatie en evaluatie

€ 900,–

– arbeids- en rusttijdenregistratie

€ 4.500,–

– bewaren registratie

€ 4.500,–

– werkneemsters

– verbod van het werken rondom de bevalling

€ 2.250,–

Jeugdige werknemers

– rusttijd

€ 100,–

– arbeidstijd

€ 100,–

– nachtarbeid

€ 100,–

– pauze

€ 100,–

– bijzondere diensten

€ 100,–

Werknemers van 18 jaar of ouder met uitzondering van werknemers waarop § 5.14 Arbeidstijdenbesluit van toepassing is

– rusttijd

€ 100,–

– arbeidstijd

€ 100,–

– nachtarbeid

€ 100,–

– bijzondere diensten

€ 100,–

Werknemers voor zover het een overtreding betreft van artikel 5:15 lid 7 Arbeidstijdenwet, en voor zover een deel van de werkzaamheden activiteiten betreft als bedoeld in artikel 5:12 lid 2 onder a Arbeidstijdenwet.

– dagelijkse rusttijd enkel bemand < 11 uur

€ 110,–

– dagelijkse rusttijd enkel bemand < 8 uur

€ 220,–

+ € 220,– per uur te kort

– dagelijkse rusttijd enkel bemand bij < 4,5 uur

€ 1100,–

+ € 220,– per uur

– dagelijkse rusttijd dubbel bemand bij < 9 uur

€ 110,–

– dagelijkse rusttijd dubbel bemand bij < 7 uur

€ 220,–

+ € 220,– per uur te kort

– dagelijkse rusttijd dubbel bemand bij < 4,5 uur

€ 880,–

+ € 220,– per uur te kort

Werknemers van 18 jaar of ouder waarop § 5.14 Arbeidstijdenbesluit van toepassing is

– rusttijd

€ 500,–

– arbeidstijd

€ 500,–

– nachtarbeid

€ 500,–

– pauze

€ 500,–

– bijzondere diensten

€ 500,–

– aantal aaneengesloten dagen arbeid

€ 500,–

Bijlage

2

Lijst direct beboetbare feiten

  • a.

    Het niet hebben van een deugdelijke arbeids- en rusttijdenregistratie indien hierdoor een volledige inspectie over de gehele te onderzoeken periode niet mogelijk is.

  • b.

    Het niet naleven van het verbod van kinderarbeid:

    • indien (‘gewone’) arbeid wordt verricht door kinderen jonger dan 13 jaar, of

    • indien ‘artistieke’ arbeid door kinderen wordt verricht waarvoor geen ontheffing is verleend.

  • c.

    Indien er bij het niet naleven van art. 3:2 van de Arbeidstijdenwet sprake is van een voor een kind gevaarlijke situatie.

  • d.

    Indien sprake is van het verrichten van arbeid door kinderen van 13 tot en met 15 jaar:

    • een kind in een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd heeft van minder dan 24 uur, of

    • tussen 23.00 uur en 06.00 uur, of

    • waarbij de onafgebroken rusttijd in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren minder dan 12 uur is, of

    • meer dan 10 uur per dienst, of

    • meer dan 45 uur per week.

  • e.

    Indien sprake is van het verrichten van arbeid door jeugdige werknemers (16 en 17 jarigen):

    • een jeugdige werknemer in een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd heeft van minder dan 24 uur, of

    • tussen 00.00 uur en 06.00 uur, of

    • met een onafgebroken rusttijd van minder dan 10 uur in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, of

    • meer dan 12 uur per dienst, of

    • meer dan 60 uur per week.

  • f. 1Een overtreding met betrekking tot de arbeidstijd die het gevolg is van het feit dat twee perioden waarin arbeid wordt verricht wordt onderbroken door een te korte dagelijkse rusttijd is slechts een direct beboetbaar feit indien genoemde rusttijd korter is dan 6 uur.Indien sprake is van het verrichten van arbeid door werknemers van 18 jaar of ouder:

    • een werknemer in een tijdruimte van 14 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd heeft van minder dan 32 uur, of

    • met een onafgebroken rusttijd van minder dan 6 uur in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, of

    • meer dan 14 uur per dienst, of

    • gedurende meer dan 72 uur in een periode van een week, of

    • meer dan 48 uur gemiddeld berekend over een periode van 16 weken.

  • g.

    Het gestelde onder e en f geldt niet voor zover in het Arbeidstijdenbesluit in langere arbeidstijden of kortere rusttijden is voorzien dan onder e of f zijn genoemd. Zolang in dat geval conform het Arbeidstijdenbesluit arbeid wordt verricht, is er pas sprake van een direct beboetbaar feit indien de ruimere norm van het Arbeidstijdenbesluit wordt overtreden.

  • h.

    Het bepaalde onder g is niet van toepassing wat betreft de norm van het gemiddeld aantal uren per week en de norm van de onafgebroken rusttijd na de aanwezigheidsdienst indien er sprake is van het verrichten van arbeid door werknemers van 18 jaar of ouder en de werknemer conform het Arbeidstijdenbesluit in een aanwezigheidsdienst arbeid verricht. Er is in dat geval sprake van een direct beboetbaar feit:

    • indien er meer dan 60 uur gemiddeld arbeid wordt verricht berekend over een periode van 26 weken; of,

    • indien er sprake is van een onafgebroken rusttijd van minder dan 6 uur na afloop van een aanwezigheidsdienst.

  • i.

    Het niet naleven van de voorschriften die zijn geregeld in § 5.14 Arbeidstijdenbesluit en als zodanig in het interventiebeleid van het Staatstoezicht op de Mijnen zijn gekwalificeerd.

Samenloop en vervoerswerkzaamheden

  • j.

    Indien er sprake is van een transportinspectie:

    – een te korte dagelijkse rusttijd;

  • k.

    Indien er sprake is van een bedrijfsinspectie:

    • een dagelijkse rusttijd van minder dan 4,5 uur, of

    • structurele overtredingen op 10% of meer van de door de bestuurder gebruikte registratiemiddelen terzake in tenminste 11 gecontroleerde zogenoemde chauffeurswerkdagen.