Artikel
I
Wijzigt de Wet bezoldiging Raad van State en Algemene Rekenkamer.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet bezoldiging Raad van State en Algemene Rekenkamer.
Wijzigt de Wet rechtspositie ministers en staatssecretarissen.
Wijzigt de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.
Wijzigt de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement.
Wijzigt de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer.
Indien in de periode tussen het tijdstip waarop dit wetsvoorstel door de Tweede Kamer der Staten-Generaal is aanvaard en het tijdstip waarop artikel III, onderdeel A, van dit wetsvoorstel, nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel wijzigt en is bepaald dat die wijziging een algemeen karakter draagt, wordt het bedrag in artikel 2, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, voor zoveel nodig, dienovereenkomstig nader vastgesteld. De nadere vaststelling geschiedt bij het in artikel VIII genoemde koninklijk besluit en treedt in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel A, van deze wet.
Vervallen
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst met uitzondering van artikel III, onderdeel B, dat in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.