Regeling van de Minister voor Jeugd en Gezin van 19 april 2007, nr. DJB/APJB – 2759221, houdende een tijdelijke regeling betreffende de toekenning van projectsubsidies ten behoeve van een landelijke ondersteuningsstructuur voor lokale vrijwilligers op het terrein van de jeugd 2007–2008

Tijdelijke regeling vrijwillige inzet voor en door jeugd 2007–2008

De Minister voor Jeugd en Gezin,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: de Minister voor Jeugd en Gezin;

  • b.

    projectsubsidie: subsidie met een incidenteel karakter in de lasten van de activiteiten opgenomen in het projectplan, bedoeld in artikel 9, tweede lid.

  • c.

    landelijke vrijwilligersorganisatie: een organisatie die een landelijk werkterrein heeft, op landelijk niveau is georganiseerd en die werkzaam is voor, door of met jeugd en voor dat doel op lokaal niveau toegang heeft tot een netwerk van vrijwilligers;

  • d.

    vrijwilligersproject: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op een systematische en duurzame versterking van het vrijwilligerswerk.

Artikel

3

Subsidie wordt slechts verstrekt indien:

  • a.

    naar het oordeel van de Minister mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt;

  • b.

    de aanvrager naar het oordeel van de Minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond;

  • c.

    de aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.

Hoofdstuk

2

Inhoudelijke bepalingen

Artikel

4

Artikel

5

Om in aanmerking te komen voor een projectsubsidie voldoet een vrijwilligersproject ten minste aan de volgende criteria:

  • a.

    het is gericht op een aantoonbare behoefte van vrijwilligers om optimaal te functioneren of te gaan functioneren binnen een vrijwilligersorganisatie;

  • b.

    het is overdraagbaar zodat het project gezien de aanpak en de uitvoering ook door een andere organisatie en/of in andere gemeenten zou kunnen worden uitgevoerd;

  • c.

    het voorziet in duurzame versterking van het vrijwilligerswerk.

Artikel

6

Bij de verdeling van het beschikbare bedrag geeft de Minister die aanvragen voorrang waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting van meer belang is voor het met deze regeling na te streven beleid. Daarbij wordt gelet op de mate waarin voldaan wordt aan de criteria bedoeld in artikel 5 en daarnaast op:

  • a.

    de mate waarin jongeren met een (risico op) achterstand op sociaal-cultureel of op sociaal-economisch gebied deelnemen aan het project;

  • b.

    de mate waarin sprake is van samenwerking met andere organisaties;

  • c.

    de mate waarin sprake is van innovatie;

  • d.

    de toename van het aantal jeugdige vrijwilligers;

  • e.

    de mate waarin sprake is van ondersteuning van het vrijwillig kader;

  • f.

    de verhouding tussen de lasten en de kwaliteit van het project.

Hoofdstuk

3

Berekeningswijze en subsidieplafond

Artikel

7

Artikel

8

Het subsidieplafond voor projectsubsidies ingevolge deze regeling bedraagt € 4.700.000. Dit bedrag wordt in beginsel gelijkelijk verdeeld over beide in artikel 4 onderscheiden vrijwilligersprojecten.

Hoofdstuk

4

De aanvraag

Artikel

9

Hoofdstuk

5

Subsidieverlening en bevoorschotting

Artikel

10

De Minister geeft een beschikking op een aanvraag uiterlijk 1 april 2007.

Artikel

11

Hoofdstuk

6

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel

12

De ontvanger van een projectsubsidie neemt deel aan het kennisnetwerk ‘Vrijwilligerswerk voor en door jeugd’ ten behoeve van: kennisontwikkeling en uitwisseling van ervaringen met vrijwilligerswerk voor en door jeugd; kwaliteitsbewaking en -verbetering van vrijwilligerswerk voor en door jeugd; ontwikkeling van overdraagbare methoden voor vrijwilligerswerk voor en door jeugd.

Artikel

13

De ontvanger van een projectsubsidie zorgt ervoor dat:

  • a.

    de doeleinden, gesteld in het projectplan op doelmatige wijze worden nagestreefd en

  • b.

    de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd.

Artikel

14

De ontvanger van een projectsubsidie zorgt er voor dat:

  • a.

    de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd en

  • b.

    dat te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde baten en lasten kunnen worden nagegaan.

Artikel

15

De ontvanger van een projectsubsidie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel

16

De ontvanger van een projectsubsidie stelt na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend een projectverslag vast dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. In het projectverslag worden de verrichte activiteiten met de in projectplan voorgenomen activiteiten vergeleken.

Artikel

17

Artikel

18

De ontvanger van een projectsubsidie die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.

Artikel

19

De ontvanger van een projectsubsidie werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel

20

De Minister kan bij de verlening van een projectsubsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Hoofdstuk

7

De subsidievaststelling

Artikel

21

Artikel

22

De subsidiedeclaratie geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de aanwending en de besteding van de subsidie door de subsidieontvanger en geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen. De subsidiedeclaratie sluit aan op de indeling van de bij de subsidieaanvraag ingediende begroting. Belangrijke verschillen tussen declaratie en begroting worden toegelicht.

Artikel

23

Hoofdstuk

8

Slotbepalingen

Artikel

24

Binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 21, geeft de Minister een beschikking tot vaststelling.

Artikel

25

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2007 en vervalt met ingang van 1 januari 2010.

Artikel

26

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling vrijwillige inzet voor en door jeugd 2007–2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Jeugd en Gezin, A.Rouvoet

Bijlage

2

Modelaccountantsverklaring

Accountantsverklaring

afgegeven t.b.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Opdracht

Wij hebben de bijgevoegde subsidiedeclaratie van ............... (naam instelling) te ............... (plaats) gecontroleerd.

De subsidiedeclaratie is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de subsidiedeclaratie te verstrekken.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten en de aanwijzingen die de minister in Bijlage 4 bij de Tijdelijke regeling vrijwillige inzet voor en door jeugd 2007–2008 heeft gegeven met betrekking tot de controle op en de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen.

Volgens de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de subsidiedeclaratie geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toelichtingen in de subsidiedeclaratie. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de subsidiedeclaratie zijn toegepast en van belangrijke schattingen die de leiding van de huishouding daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de subsidiedeclaratie.

Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Oordeel

– GOEDKEURENDE VERKLARING:

Wij zijn van oordeel dat de subsidiedeclaratie, aangevende een bedrag van per saldo ............... aan subsidiabele kosten en inkomsten, in overeenstemming is met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de bepalingen van de Tijdelijke regeling vrijwillige inzet voor en door jeugd 2007–2008 inzake de subsidiedeclaratie.

Wij hebben vastgesteld dat de subsidiebepalingen van de Tijdelijke regeling vrijwillige inzet voor en door jeugd 2007–2008 alsmede de nader gestelde subsidieverplichtingen in brief, kenmerk ..............., d.d. ............... zijn nageleefd.

– ANDERE VERKLARINGEN (als geen goedkeurende verklaring wordt afgegeven):

Wij zijn van oordeel dat ...............

Plaats en datum:

Handtekening:

Naam accountant:

Naam accountantskantoor:

Adres:

Postcode en woonplaats:

Telefoon:

Bijlage

3

Controleprotocol

De bij een aanvraag tot vaststelling van een projectsubsidie ingediende subsidiedeclaratie is voorzien van een accountantsverklaring.

Bij de controle uit hoofde van een assurance-opdracht op basis waarvan de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in artikel 23, tweede lid, Tijdelijke regeling vrijwillige inzet voor en door jeugd 2007–2008, plaatsvindt, besteedt de accountant aan de naleving van de hierna genoemde artikelen van deze subsidieregeling de daarbij aangegeven aandacht. Indien de subsidievoorwaarden zijn nageleefd kan de rapportage beperkt blijven tot de positieve bevestiging zoals voorgeschreven in de accountantsverklaring.

Tijdelijke regeling vrijwillige inzet voor en door jeugd 2007–2008

7

normale aandacht

9 lid 6

normale aandacht

13

normale aandacht

14

normale aandacht

15

normale aandacht

18

speciale aandacht

22

normale aandacht

Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met dezelfde diepgang, waaronder begrepen toleranties, die de accountant in acht neemt bij de controle van een jaarrekening.

Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij de accountant nadrukkelijk beziet of de desbetreffende subsidiebepalingen zijn nageleefd. In dit geval moet dus verder worden gegaan dan bij de controle die normaal op een jaarrekening wordt uitgeoefend.

Onder procedurele aandacht wordt verstaan: controle waarbij erop wordt toegezien of procedures in het leven zijn geroepen om te waarborgen dat aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan, of het volgen van die procedures leidt tot naleving van die voorschriften en of die procedures in feite zijn gevolgd.

Aan de niet genoemde artikelen van de Tijdelijke regeling vrijwillige inzet voor en door jeugd 2007–2008 behoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van de Kaderwet VWS-subsidies en de niet genoemde artikelen van de subsidieregeling noodzakelijk is.

In de beschikking waarbij de projectsubsidie is verleend, kunnen afwijkende en aanvullende subsidiebepalingen zijn opgenomen. De accountant neemt van de inhoud van deze beschikking kennis en betrekt de naleving van de eventueel opgenomen nadere subsidiebepalingen in de controle. Hij geeft aan de beoordeling van de naleving van de nadere subsidiebepalingen speciale aandacht. De accountant is verantwoordelijk voor een op de situatie toegeschreven werkprogramma.

Met betrekking tot de aandacht die de accountant aan artikel 13 van de Tijdelijke regeling vrijwillige inzet voor en door jeugd 2007–2008 moet besteden, is het niet de bedoeling dat de accountant op grond van dit protocol een doelmatigheidsonderzoek verricht. Bij zijn oordeelsvorming laat de accountant zich leiden door binnen het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaardbare uitgangspunten met betrekking tot het financieel beheer, met andere woorden hij beoordeelt of de instelling zich als ‘een goed huisvader’ over de toegewezen gelden heeft ontfermd.

De accountant stelt zijn verklaring op in overeenstemming met het in bijlage 3 opgenomen model. In de verklaring noemt de accountant de beschikking(en) waarbij de subsidie is verleend. Als in de subsidiedeclaratie al melding wordt gemaakt van deze beschikkingen, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.

Voor zover de instelling subsidiebepalingen niet heeft nageleefd maakt de accountant daarvan melding in zijn verklaring. Als de leiding van de instelling in de subsidiedeclaratie al melding maakt van de subsidiebepalingen die niet zijn nageleefd, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.