Vergoedingsregeling voor uittreding van vissers uit de visserij 2002

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op artikel 12 van verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PbEG L 337);
Gezien de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking SG(2002)D/230354 van 24 juni 2002;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt slechts verstrekt aan de aanvrager:

  • a.

    die zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst beëindigt met het oog op zijn vervroegde uittreding uit de zeevisserij;

  • b.

    die op 1 januari 2006 de leeftijd van ten minste 56 jaar maar nog niet van 65 jaar heeft bereikt;

  • c.

    die ten minste tien jaar zijn beroepsactiviteit als visser heeft uitgeoefend;

  • d.

    die zonder onderbreking ten minste twaalf maanden werkzaam is geweest op een vissersvaartuig dat wordt gebruikt voor de zeevisserij, voorafgaand aan de datum:

    • 1°.

      waarop de aanvraag, bedoeld in artikel 10 is ingediend, of

    • 2°.

      van beëindiging van de arbeids- of maatschapsovereenkomst, gelegen op een tijdstip in de periode van 12 september 2005 tot en met 31 maart 2006 en er geen sprake is van toepassing van onderdeel 3°, of

    • 3°.

      waarop zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst is beëindigd als rechtstreeks gevolg van de sanering van het vissersvaartuig waarop hij werkzaam is geweest;

  • e.

    die met de in onderdeel d bedoelde werkzaamheden in de betrokken periode de helft van zijn in artikel 3.1 van de Wet inkomstenbelasting(2001 bedoelde inkomen uit werk en woning heeft verdiend;

  • f.

    in voorkomend geval,

    • 1e

      ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt of

    • 2e

      ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.

Artikel

5

Een subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt slechts verstrekt aan de aanvrager die:

  • a.

    geen bijdrage als bedoeld in artikel 2, onderdeel a of onderdeel b, heeft verkregen;

  • b.

    die ten minste vijf jaar zijn beroepsactiviteit als visser heeft uitgeoefend;

  • c.

    zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst heeft beëindigd als rechtstreeks gevolg van de sanering van het vissersvaartuig waarop hij werkzaam is geweest, waarvan slechts sprake is indien voldaan wordt aan artikel 3, tweede lid;

  • d.

    op de datum van beëindiging van zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst niet ouder is dan 55 jaar;

  • e.

    een omscholingscursus volgt of heeft gevolgd die gericht is op tewerkstelling in andere economische sectoren dan de aanvoersector;

  • f.

    de cursus heeft aangevangen binnen twaalf maanden na de datum van beëindiging van zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst, en

  • g.

    een certificaat of diploma voor de betrokken cursus heeft behaald.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

13

Het vastgestelde bedrag van de bijdrage of subsidie wordt in één gedeelte uitbetaald.

Artikel

14a

Artikel

14b

Artikel

14c

Op subsidies die voor de periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, zijn verleend of vastgesteld, blijft deze regeling van toepassing zoals deze luidde op het moment dat de subsidie werd verleend of vastgesteld.

Artikel

15

Deze regeling wordt aangehaald als: Vergoedingsregeling voor uittreding van vissers uit de visserij 2002.

Artikel

16

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,B.J.Odink